RUSLAND: Van 16 tot 19 januari 2003 was Annemarie Gielen in Sint-Petersburg (Rusland) voor een werkbezoek voor de werkgroep Centraal- & Oost-Europa (COE). Lees hier haar reisverslag.

Verslag van de reis van Annemarie Gielen naar Sint-Petersburg

16-19 januari 2003

Donderdag 16 januari 2003

’s Morgens om half zes gaat de wekker. Ik had speciaal een vroege vlucht gevraagd om op tijd in Sint-Petersburg (verder afgekort als SPb) te zijn, maar nu beklaag ik het me. Op de luchthaven activeer ik nog snel de voicemail van m’n pas nieuwe gsm. Op de valreep nog een sim-kaart (een toestel had ik al) gaan halen, omdat ik problemen verwacht aan de grens. In de uitnodiging voor het visum stond immers een fout paspoortnummer en de bureaucraten van het Russisch consulaat moesten en zouden dit vermelden op mijn visum. Voor alle zekerheid had ik mijn oud paspoort bij (dat ik mocht houden mits twee grote gaten erin) en dus een gsm. Bellen vanuit Sint-Petersburg kost wel 6,50 Euro per minuut dus ik hoopte van harte dat ik het niet nodig zou hebben!

Ik vlieg met Austrian Airlines en word verrast met een vrij goed ontbijt. Dat heb ik dan toch al gehad, denk ik. In de aansluiting naar SPb zit ik naast een Russische dame die onmiddellijk vraagt of ik Russisch spreek en heel erg blij is als blijkt dat dit zo is. Zij heeft net twee weken vakantie in Oostenrijk achter de rug in een hotelletje ver weg van alle drukte. Ze heeft er van genoten, want het is haar eerste vakantie sinds een jaar of zeven. Vooral het feit dat er, op een andere vrouw na, geen Russen waren in het hotel, heeft haar deugd gedaan. Ik knik begrijpend. Dat vindt ze geweldig! Dat ik begrijp dat iemand moe kan worden van Russen.

We hebben ook nog iets gemeen: haar dochter studeert Nederlands aan de universiteit van SPb (voor alle duidelijkheid: ik studeerde Russisch aan de universiteit van Leuven).

Op een hik en een zucht zijn we voorbij de douane: niks geen problemen! Wachtend op de bagage legt mijn medereiziger (spoetnik in het Russisch) me nog vlug even uit hoe ik mijn gsm moet gebruiken (zij heeft ook een Nokia) en belooft me af te zetten aan de Soldatenmoeders. Dat is echter niet nodig want Ella staat mij op te wachten, samen met Hendrik Vanderheeren, die bij hen werkt als vrijwilliger in een uitwisselingsproject met VIA. Ik kan nog vlug een paar woorden Nederlands en telefoonnummers uitwisselen met de dochter en we vertrekken. Of, dat proberen we, want twee ploerten hebben de auto van Ella ingesloten. Ergst van al is dat de ene gewoon in zijn auto zit en weigert even opzij te gaan: luchthavenmaffia heet dat. Zij proberen het de gewone passagiers zo moeilijk te maken om te parkeren dat ze de volgende keer een taxi (van de maffia dus) te nemen. Gelukkig vinden we al snel de eigenaar van de andere auto.

Meevaller is het weer: in plaats van de verwachtte –25° C is het +1° C. Of misschien is meevaller niet het juiste woord, want de dikke lagen witte sneeuw zijn omgetoverd in een papperige, grijze smurrie en het dooiwater vriest onmiddellijk weer aan door het contact met de bevroren ondergrond.

In de auto praten we honderd uit over het werk van de Soldatenmoeders, de arrestatie van Akhmed Zakayev in Kopenhagen, de Pax Christi plannen en uiteraard de vlucht van 24 soldaten, waarover Pax Christi tijdens mijn verblijf een persbericht de wereld heeft ingestuurd. Zo vertelt Ella over hun reis naar Kopenhagen in oktober 2002 waar het Tsjetsjeens Wereldcongres plaats had. Zij waren een van de weinige Russische organisaties aanwezig, en werden daar na terugkomst ook hard op aangesproken door zowel bevriende als vijandige organisaties. Ik krijg het hele relaas van het congres en uiteraard van de ongelooflijke arrestatie van Akhmed Zakayev door de Deense politie. De politie was heel het congres enorm behulpzaam, en plots in die laatste nacht lichten ze Zakayev van zijn hotelbed. Schrikwekkend. Vanesse Redgrave, de 66-jarige actrice en al jaren activiste voor de mensenrechten, zit op dit moment in Londen, om Zakayev te steunen tijdens zijn proces. Hij werd gearresteerd op verdenking van medeplichtigheid aan de gijzelingsactie in Moskou. Ella zegt dat het nog maar de vraag is of de KGB (die naam wordt nog gebruikt in de volksmond, ook al heet de veiligheidsdienst nu FSB; gevarendienst lijkt mij trouwens een betere naam) niet alles geënsceneerd heeft. Ook Mara Fjodorovna Poljakova, een heel goede advocate, is in Londen voor de verdediging van Zakayev. Volgens Ella (en later bevestigt Lena dit vermoeden) wordt er een nieuwe terroristische daad voorbereid door Basajev en de FSB. Misschien iets te maken met het aangekondigde referendum?

Wat de weggevluchte soldaten betreft, is er heel wat te vertellen. De pers toonde massaal veel aandacht, tot grote verwondering van de Moeders. Eén van de grote vragen was: waarom vluchten deze soldaten naar een ngo en wenden zij zich niet tot de militaire procureur? Pijnlijk. En bovendien ging het inderdaad om “dedy”, zij die gewoonlijk zelf hun laatste maanden in de kazerne doorbrengen met vernederen, slaan en afpersen. Nog pijnlijker is het nieuws dat slechts één van de gevluchte soldaten niet terug in diezelfde kazerne zit … Hij ligt in het militair hospitaal, wachtend op een verwijzing naar de medische keuringscommissie om alsnog afstel te krijgen van militaire dienst. M.a.w. al die anderen zijn dan wel gevlucht naar een mensenrechtenorganisatie, maar hebben niet de kans genomen om zich inderdaad te verdedigen tegen de willekeur van het leger. Bij het zien van een paar van hun officieren, keerden ze gehoorzaam mee terug, anderen werden door hun ouders terug gebracht. U trekt uw ogen open? Ouders die hun kind terugsturen naar een soort hel? Dat komt helaas vaak voor in Rusland.

Na een korte maar lekkere stop bij Ella thuis haasten we ons naar de Nevskij Prospekt, de hoofdstraat van SPb voor de wekelijkse wake tegen de oorlog in Tsjetsjenië. Al sinds het moment dat de tweede oorlog in Tsjetsjenië begon, in oktober 1999, staan de Moeders hier iedere donderdag tussen 17u00 en 18u00 (aanvankelijk op een andere plaats in de stad, nu mooi centraal). Ongelooflijk. Af en toe sluiten andere organisaties zich hierbij aan, maar vaak staan ze alleen met een man of zes en met spandoeken die oproepen tot het einde van de oorlog, die Tsjetsjenië vragen om vergiffenis, die tegen de dienstplicht pleiten, die eisen “gij zult niet doden”. Steeds komen mensen op hen af: de een om hen gelijk te geven, de ander om hen de huid vol te schelden.

Na de wake togen we allemaal naar het kantoor van de Moeders om de verjaardag te vieren van Lena, één van de twee co-voorzitsters. Ik heb naar goede gewoonte een fles Martini bij en bergen chocola én een blikje olijven met ansjovis, want dat eten ze dolgraag. Bovendien bestaat 2/3 van mijn bagage uit tweedehands kleren die ik heb verzameld bij vrienden. De broeken en truien zijn hard nodig om de jongens die toekomen uit het leger andere kleren te kunnen geven. Ik had 19 kilo bij, ik ga met 7 terug naar huis …

Na een aantal toasten en lekker bereide salades heffen een aantal Moeders een paar zelf gemaakte liedjes aan ter ere van Lena. Een gezellig feest, in een hartelijke, warme sfeer: zo ken ik “mijn” Moeders!

Tegen tien uur gaan Lena en ik naar huis met de metro en de minibus, marsjroetka genoemd. Lena begint nog te koken, maar ik krijg geen hap meer binnen. Wel praten we nog tot twee uur ’s nachts over ons dagelijks leven, over het onwaarschijnlijke leven van een Soldatenmoeder en over Zakayev.

 

 

Vrijdag 17 januari 2003:

In de voormiddag moet ik een paar persoonlijke boodschappen doen, maar tegen 14u. ben ik weer bij de Moeders. We sluiten ons onmiddellijk op, want als we dat niet doen, kunnen we niet doorwerken. Om zeven uur komt er een jongedame, Nastja, van een TV station, dat uitzendingen verzorgt voor een aantal staten van het GOS. Zij wil een interview met één van de gevluchte soldaten uit het Spoorwegleger (zie Persbericht Onvergetelijke Oudejaarsnacht). Dat zal moeilijk gaan omdat er nog maar één is overgebleven van de groep van 24 en bovendien ligt hij in een militair ziekenhuis. Militaire hospitalen zijn ook onderdeel van het leger en zeker net zo erg als kazernes. Vaak komen officieren van weggelopen soldaten hun “ondergeschikten” nog wat treiteren in het ziekenhuis, en zelfs medisch personeel is niet vies van het afslaan van patiënten. Nastja vertelt dat een paar van haar collega’s vindt dat een man het regime in het leger maar moet overleven. En zo denken massa’s mensen … Tja, alle “deserteurs” zijn terug in de kazerne, ook al waren ze gevlucht om niet meer te hoeven vernederen en slaan of vernederd en geslagen te worden.

De jongen die in het hospitaal ligt, heeft slechts een klas doorlopen. Ook dat is typisch voor de huidige situatie in Rusland: zoveel kinderen die geen onderwijs meer hebben genoten. En dergelijke ongeletterde jongens moeten het land verdedigen … Blijkt dat hij op de psychiatrische afdeling ligt, wat ook een groeiend fenomeen is. Psychiatrie wordt categorie nummer 1 in de diagnoses die onafhankelijke artsen stellen.

Ella en Lena zijn ook bezorgd om het onherkenbaar maken op TV van de gevluchte soldaten. Bovendien zijn de slachtoffers niet allemaal zo happig op een interview. Het wonderlijke is dat het TV station toestemming heeft gekregen om te gaan filmen in de ergste kazernes van SPb: van het Ministerie van Noodtoestanden (dat ook een eigen leger heeft) in Kolpino of Sertolovo.

Tijdens het gesprek (Nastja kent heel weinig van de realiteit in het Russisch leger en valt van de ene verbazing in de andere, en dat voor iemand die in Rusland geboren en getogen is!) schrijf ik af en toe ook wat op, zoals bijv. over de gedwongen wapenhandel in het leger: officieren dwingen dienstplichtigen om wapens te verhandelen. Toen een jongen hieraan wilde ontsnappen moest hij drie maand in een put zitten. Een put, ja. Dat gaat onze fantasie te boven, maar de put is een marteltuig dat ingang vond in de eerste Tsjetsjeense oorlog om Tsjetsjenen te martelen. Maar dat wordt nu ook al toegepast op “eigen” mensen in het Russische leger. Van dit geval is een proces gekomen (in Vladikavkaz) en Human Rights Watch wil zich hiermee blijkbaar verder gaan bezig houden.

Ondertussen denken Ella en Lena nog aan andere jongens voor een interview. Zo is er Chomik, die te voet vluchtte van Petsjenga naar Moermansk om vandaar verder te voet te gaan naar Sint-Petersburg. Dat is een tocht van enkele duizenden kilometers! Een boswachter heeft hem meer dood dan levend terug gevonden in een bos in Karelië (aan de grens met Finland). De boswachter stuurde de moeder een brief. In Petsjenga is een klooster dat nauw verbonden is met de kazernes: ook de moeite waard om eens te onderzoeken wat de rol van de Russisch-Orthodoxe Kerk daar is. Naast de vaak voorkomende martelingen hebben soldaten daar nog eens extra last van het nucleair afval. De jongens keren vaak terug vol met zweren, en velen blijken later kanker te krijgen.

Na het interview gaan wij ook naar huis. We eten ons avondmaal om middernacht, dagelijkse (of beter “nachtelijke”) kost voor Lena. Om 2 uur plof ik moe in bed.

Zaterdag 18 januari 2003:

Om 11u. begint de School van Mensenrechten, het educatief project van de Soldatenmoeders. Ook nu zijn er weer ruim honderd mensen aanwezig. Terwijl een andere Moeder de School leidt, bepraten Lena, Ella en Sergej Aleksejevitsj, een kolonel met pensioen die een radicale tegenstander van dienstplicht is geworden, het colloquium “Gij zult niet doden”. Om drie uur worden Lena en Ella weggeroepen om moeders van weggelopen soldaten te woord te staan. Dit kan maar tot vier uur, want dan hebben we alweer een afspraak met Vader Vladimir en met Vadim van de Interchurch Partnership voor de verdere bespreking van het colloquium. Het thema is duidelijk niet eenvoudig, zeker omdat wij andere religies aan de tafel willen, waaronder zeker ook katholieken, aartsvijand nummer 1 voor de Orthodoxe Kerk, en Vader Vladimir probeert een manier te vinden om zich te kunnen rechtvaardigen tegenover de Patriarch. Onwezenlijk, maar een realiteit waarmee wij rekening moeten houden.

Om zes uur gaan we snel een hapje eten met Kay, een Poolse Oxford studente die ook als vrijwilligster werkt bij de Moeders, en haasten ons dan naar het theater. De Moeders profiteren van mijn aanwezigheid om “uit te gaan”. We zien “Het stuk zonder naam”, een onafgewerkt stuk van Tsjechov. De regisseur heeft er een dodelijk einde aan gebreid, wat ons maar weer doet bewijzen dat een colloquium over Gij zult niet doden niet slecht zou zijn …

Zondag 19 januari:

Vandaag is het 3 Koningen voor de orthodoxen, een belangrijk feest, want aan de kerken staan sinds gisteravond lange rijen mensen. Achteraf blijkt dat zij water kunnen laten wijden vandaag. In het katholiek seminarie wordt de week van 1 Kerk gevierd, maar alleen vader Georgij van de Grieks-Katholieken draagt de mis voor.

Tegen wil en dank heb ik de Moeders gedwongen om ook vandaag te werken, want ik heb nog geen antwoorden op al mijn vragen. In het metrostation vlakbij de Moeders krijgt een man, zo te zien lid van een er behoorlijk uitziend Russische gezin, net zijn paspoort terug. Lena is onmiddellijk alert en vraagt aan de politieman waarom hij de documenten van die man controleerde. De politieman antwoordt iets in de trant van: die man wordt misschien wel federaal gezocht voor een moord of terrorisme. Lena vraagt op basis van wat hij er precies die man uithaalde. De politieman haalt zijn schouders op: zomaar. “U weet toch dat u niet zomaar het recht heeft om mensen naar hun documenten te vragen? U vernedert hiermee die man.” De agent voelt zich duidelijk wat ongemakkelijk en verdedigt zich door te zeggen dat hij verplicht is mensen te controleren, dat is zijn job: “En we mogen rood, wit of groen worden, controleren zullen we.” Lena wil weten waarom de politieman denkt dat de voorbijganger een terrorist is: “U weet goed genoeg dat onze eigen militairen zich als terroristen gedragen in Tsjetsjenië.” De politieman kijkt naar beneden en wiegelt wat heen en weer. Lena vervolgt: “En u weet toch ook wie er achter de Nord-Ost gebeurtenissen zat?” De man wordt wat rood en mompelt wat. “Mensen van de FSB. Jullie zouden zich beter bezig houden met het echt bestrijden van terrorisme of met gewoon politiewerk. Waar heeft u uw opleiding gehad?” – “In de Pushkinschool en in de BB (??).” – “Wordt er daar iets geleerd over rechten?” Geen antwoord. “U schendt de rechten van mensen door hen zomaar hun papieren te vragen. Als mij een dronken man lastig valt, is er geen politie te zien, maar zodra hier een Kaukasiër voorbij komt, springen er onmiddellijk 10 politiemannen op.” Ja, dat keurt de agent ook niet goed. In zijn afdeling komen steeds meer van die gasten, die het gemunt hebben op Kaukasiërs, klaagt hij. Hij werkt niet graag met hen samen. Lena stelt zich voor en legt uit dat het kantoor vlakbij is. Ze nodigt de man uit om eens langs te komen voor informatie over mensenrechten. Donderdag van 1 tot 4 ontvangt iemand van het militair parket officieren en ook politieagenten. De agent wil niet onmiddellijk ja zeggen, en argumenteert dat het leger toch helemaal iets anders is. Lena ontkent: “Uw rechten zijn dezelfde. Worden uw rechten op het werk geschonden?” – “Ja.” – “Wel, kom eens langs. Ons adres is … Trouwens, deze dame (wijst naar mij) komt uit België en daar worden burgers zo niet behandeld door de politie (hm, denk ik bij mezelf).” – “Ja ja, maar zij krijgen ook een veel hoger loon, zij verdienen goed.”

Ik kan nu ook iets zeggen: “Dat heeft er toch niks mee te maken?” (en denk aan al die keren dat officieren hetzelfde financieel argument aanhalen om te vergoelijken waarom zij soldaten (laten) martelen). Lena beaamt: “Precies, het respecteren van de rechten van burgers heeft toch niks met loon te maken?” Hierop heeft hij eigenlijk geen antwoord en is zichtbaar ongemakkelijk. Lena drukt hem nog eens op het hart langs te komen. Het gesprek stopt hier en heeft zich trouwens in een vrij gemoedelijke sfeer afgespeeld. Het is duidelijk dat heel veel mensen problemen hebben met de manier waarop het volk geacht wordt met elkaar om te gaan. De druk is groot om mensen te negeren, te vernederen, af te snauwen, maar uiteindelijk doet niemand dat graag. En diegenen die zover heen zijn in hun normen- en waardenbesef dat zij dat wel graag doen, komen terecht in structuren waar machtsontplooiing heel belangrijk is, waar zij een uniform kunnen dragen en ongegeneerd het beest kunnen uithangen. Heel triest.

Maar, ik wil dit reisverslag niet in mineur afsluiten! Lena en ik gaan na de laatste vergadering nog een pannenkoek eten in “Bij schoonmoeder op de pannenkoek” en rijden dan naar de luchthaven. Het afscheid is niet zo zwaar deze keer, want binnenkort sta ik hier alweer terug.

In het vliegtuig zit ik naast twee jonge Françaises die er net een weekendje Sint-Petersburg op hebben zitten: ze hebben ervan genoten! Kijk, dat doet mij dan ook weer plezier. Ook al gaat het nog zo slecht en lijkt de situatie hopeloos, er zijn ook nog altijd de mooie kanten van Rusland: de paleizen, de kerken, de musea, het theater, de opera, het ballet, de overal opduikende eethuisjes en cafés. En ook de beter geklede, lachende mensen. En, de nog steeds gedisciplineerde klasjes in de Hermitage!

Meer info?