TSJETSJENIË: Verslag van het bezoek van Anna Politkovskaja, journaliste voor Novaja Gazeta, aan het Europees Parlement, 29 januari 2003
Verslag van het bezoek van Anna Politkovskaja, journaliste voor Novaja Gazeta, aan het Europees Parlement – 29 januari 2003 – Annemarie Gielen
Bart Staes (Europarlementslid van Agalev en hoofd van de delegatie EU-Rusland) leidde Anna Politkovskaja (verder afgekort als A.P.) in door o.m. te vertellen over wat er in het verleden al door het Europees Parlement (EP) was gedaan en over de nog steeds tegengehouden missie naar Tsjetsjenië. Het EP zou immers graag met 5 vertegenwoordigers naar Tsjetsjenië afreizen om de situatie zelf te gaan bestuderen en om met alle partijen te praten. Lord Judd van de Raad van Europa (RvE) is zopas weer teruggekeerd van een bezoek en heeft een rapport geschreven dat de Russische overheid niet zint. Het is duidelijk dat Rusland zich in het nauw gedreven voelt.
A.P. is een van de weinige onafhankelijke journalisten in Rusland, schrijft voor de Novaja Gazeta, de enige krant die nog echt kritisch durft te zijn, en heeft een paar boeken gepubliceerd waarvan “Dirty War” het meest bekend is. Zij reist heel regelmatig naar Tsjetsjenië en is daarom voor het EP een voortreffelijke bron van informatie.
Het woord is aan A.P.:
“Ik ben naar het EP uitgenodigd om te komen vertellen over de situatie in Tsjetsjenië, over de nieuwe evoluties na de gijzeling in het theater en over de mogelijke rol die Europa kan spelen in het doen stoppen van de oorlog, waarin iedere dag opnieuw mensen sterven. Ik ben “slechts” een journaliste, maar vanwege mijn job word ik soms in de rol van een politica gedwongen.
Ik koester geen enkele illusie over de rol die Europa kan spelen, omdat de oorlog hier nog steeds onbekend is. Bovendien is oppositie voeren tegen president Poetin heel moeilijk, ook vanuit Europa. Maar we moeten vechten, want stilte is erger.
De helden uit mijn eerste boek over de oorlog zijn ondertussen allemaal dood. Ik stel me dan ook steeds weer de vraag: waarom heb ik dit niet kunnen stoppen?
President Poetin heeft in oktober aangekondigd dat er een referendum zal worden gehouden in Tsjetsjenië in een zogeheten politiek proces. Inzet van het referendum is een nieuwe grondwet, voorgesteld door Kadyrov, op dit moment hoofd van de administratie van Tsjetsjenië (en dus pro-Moskou – AG). Voor een dergelijk referendum is er echter nu geen grond: er wordt geen alternatief geboden, het gaat enkel om het project van Kadyrov. Mensen die hiertegen zijn, worden bedreigd met de dood. Een aantal dorpshoofden (en een dorp in Tsjetsjenië kan al gauw uit 15.000 mensen bestaan) die ik ken, werden vermoord omdat zij tegen de plannen van Kadyrov waren. Zo’n dorpshoofd heeft heel veel macht over zijn mensen: als hij zegt dat iedereen moet gaan stemmen, dan zal heel zijn bevolking dat doen. Bovendien is de helft van de Tsjetsjeense bevolking op de vlucht: wie moet er dan in godsnaam gaan stemmen? Poetin dwingt de maatschappij echter in een bepaalde richting. Dit referendum en het resultaat zullen onherroepelijk leiden tot een Tsjetsjeense burgeroorlog, want je krijgt een geforceerde opdeling in de maatschappij: zij die voor Kadyrov zijn, en zij die tegen zijn.
Lord Judd is midden januari in Tsjetsjenië geweest en heeft gezegd dat er inderdaad geen basis is om een referendum te houden. De reactie van een sterke man als Rogozin, leider van de Doemadelegatie in de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa, is typerend voor de Russische houding: of het rapport vernietigen of Lord Judd zelf vervangen.
Daarom vraag ik u: doe iets nu! Nu is het moment voor Europa, en dan bedoel ik niet alleen het EP, maar ook de Europese Commissie, de Raad van Europa en de OVSE, om in te grijpen in het proces. De Europese Unie moet een echt vredesproces in gang zetten, een vredesproces waarbij alle partijen aan tafel zitten. Dit is gelukt voor de Afghanen, waarom kunnen jullie zoiets niet organiseren voor Tsjetsjenen.
Ik heb genoeg gepraat, ik weet ook niet goed wat jullie weten en niet weten, dus stel maar vragen.”
Ø Europarlementslid uit Zweden: is er geen contradictie tussen u eerste zin: “I have no illusions about Europe” en uw vraag om hulp van Europa?
Ø A.P.: Ik zie geen enkele contradictie. Na de gijzeling in Moskou heeft de Russische regering alle mogelijke onderhandelingskanalen met de Tsjetsjeense zijde opgeheven: Zakaev (premier van Maschadov) wordt nog steeds in een gevangenis gehouden in Londen, Maschadov (in 1997 verkozen tot president) zelf kent niet langer de brede steun van de bevolking en dus kan Moskou nu zijn “eigen” man, Kadyrov, naar voor schuiven. Er zijn geen interne mogelijkheden meer over, onderhandelingen zijn uitgesloten. De enige oplossing is, volgens mij, dat Europa zijn krachten verenigt en een coalitie vormt (A.P. gebruikt het word “collection”). Anders krijgen we gewoon een reproductie van Palestina …
Ø Gerd Greune, IFIAS: we moeten de internationale erkenning krijgen voor het feit dat wat er in Tsjetsjenië gebeurt een genocide is. We moeten druk uitoefenen op de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties om dit te erkennen om zo een internationaalrechterlijk instrument in handen te hebben. En een tweede opmerking: we moeten president Poetin houden als strategisch partner.
Ø A.P.: Discussiëren over terminologie leidt volgens mij niet naar een oplossing van het probleem en Poetin is voor mij helemaal geen strategisch partner.
Ø Paolo, assistent in het EP, die al vele resoluties over Tsjetsjenië heeft geschreven, wil benadrukken dat het EP steeds een duidelijk en hard standpunt heeft ingenomen tegenover Rusland. Zijn vraag: waar is de vredesbeweging in Rusland?
Ø A.P.: Dit is een slechte vraag: natuurlijk is er een vredesbeweging in Rusland! Het is niet omdat jullie die niet kennen dat er niet dagelijks mensen in Rusland bezig zijn met deze thematiek. Het is gemakkelijk van Europa om tweedes te komen, na een al bestaande vredesbeweging. Maar zo moet Europa niet denken. Het moet zijn eigen standpunt innemen en ageren. Europa is net zo schuldig door de fantastische (aan de fantasie ontsproten) verhalen over de oorlog en over Rusland te geloven. Het wordt tijd dat we spreken van een “dwingen tot vrede”: Europa moet Rusland dwingen om vrede te maken.
Ø Deense vrouw, internationale consulente: klaagt over het feit dat zo weinig informatie ons bereikt and vraagt naar de situatie van Achmed Zakajev.
Ø A.P.: Het juridisch proces is voor Zakajev heel belangrijk. Dankzij dit proces is de kwestie van de oorlog terug op de internationale agenda gekomen en het is ook een signaal voor Rusland dat wettelijke procedures, gehouden in democratische landen, volledig anders worden ingevuld dan in Rusland zelf. De rechtstaat is in Rusland onbestaande en dit wordt nu heel duidelijk. Kijk maar naar de zaak van Radoejev: hij heeft geen echt proces gekregen, er waren geen regels, geen procedures, dus ook geen gerechtigheid.
Ø Elisabeth Schroedter, Europarlementslid van Duitsland: wil eerst nog reageren op het zogenaamde gebrek ana informatie: er is wel degelijk informatie voorhanden, en iedereen die over Tsjetsjenië iets wil weten, kan dit gemakkelijk vinden. Haar vraag: wat is een duurzame oplossing voor het conflict? Waarachter kan het EP zich scharen?
Ø A.P.: Maschadov kan niets meer garanderen. Wat er nu in Tsjetsjenië gebeurt zou je de “oorlog van de kolonels” kunnen noemen, niet meer die van generaals. Daarom is er nood aan een externe macht die de partijen dwingt om aan tafel te zitten en naar een oplossing te zoeken.
Ø Bart Staes: deze ochtend spraken we over de rol van Chasbulatov hierin. Kun je daar iets meer over zeggen?
Ø A.P.: Chasbulatov is een Tsjetsjeen, was speaker van de Doema tijdens Jeltsins eerste regering en hij schreef een vredesplan, zonder enig politiek doel voor hemzelf. Het vredesplan is geschreven vanuit een Tsjetsjeens standpunt. Ik heb het gelezen, heb er lang over nagedacht en denk dat dit plan moet worden gesteund.
Ø Journaliste van BBC World Service: Kan u iets meer vertellen over dit plan? En wat heeft u vanmorgen besproken met Chris Patten, voorzitter van het EP?
Ø A.P.: Het plan is gericht op een uitgestelde autonomie en dan is er sprake van een stappenplan om tot een Tsjetsjeense oplossing te komen (zonder Moskou): er is volgens mij ook geen toekomst met Rusland samen. Wat het gesprek met Patten betreft, ik heb geen toestemming gekregen om de inhoud naar buiten te brengen: het spijt me.
Ø Ernst Gülcher, assistent voor de Groenen op vlak van mensenrechten: wij bereiden een rapport voor voor de UNHRC in Genève: kan u ons vertellen wat wij moeten schrijven?
Ø A.P.: In april 2002 ben ik naar Genève gegaan en ik heb daar alles verteld. En niets gebeurde … Natuurlijk kan ik hen niet vertellen wat zij moeten doen, dat is hun eigen beslissing. Maar ik denk dat de VN dubbele standaarden gebruikte. Of zelfs nog erger: één standaard voor Europa, een tweede voor Rusland, en een derde, vierde of vijfde voor Tsjetjsenië. Dit is voor mij één grote internationale leugen. En ik wil niet meedoen met een leugen, dus … Ik zou het niet weten wat u hen nog moet vertellen.
Hiermee werd het gesprek beëindigd. Meer hierover kon u lezen in De Morgen van 1/02/03 en De Standaard van 3/02/03, en beluisteren op Radio1 in Voor de dag. Artikels en opname zijn te verkrijgen bij Pax Christi Vlaanderen: Annemarie Gielen of 03/225.10.00.