RUSLAND: 19-23 november 2003: Sint-Petersburg: seminarie vredeseducatie

VERSLAG VAN HET BEZOEK AAN SINT-PETERSBURG EN HET SEMINARIE OVER VREDESEDUCATIE

Woensdag 19 november 2003:
Bezoek School van Mensenrechten, Huis van Vrede en Geweldloosheid

(17u.-20u.)
In de zaal hebben zich zo’n 100 mensen verzameld, opeengepakt, maar aandachtig, drie uur aan een stuk. Hier leren mensen hoe belangrijk de Grondwet voor hen is en hoe zij rechten kunnen laten gelden en verantwoordelijkheden kunnen opnemen.
De indruk bij de delegatie over het werk van Huis van Vrede is enorm sterk. De begeleiders van de School voor Mensenrechten hebben een sterke interactieve manier van werken. Het systeem van bekendmaken van deze School gebeurt vooral via mondelinge reclame.
In de zaal bevindt zich een mengeling aan publiek, maar het zijn vooral de vrouwen die vertellen. Dit is duidelijk een problematiek waar iedereen bij betrokken is : mannen, vrouwen, zonen, … Iedereen is slachtoffer van de schendingen van mensenrechten, van de willekeur, van de eigen onwetendheid.

Donderdag 20 november 2003:
Seminarie Vredeseducatie (10u. – 19u.)

Het seminarie werd al onmiddellijk geopend met een spel: een methode om elkaar beter te leren kennen. Iedere persoon heeft een badge met duidelijk leesbaar zijn of haar naam. Een papieren bal werd dan willekeurig van de ene naar de andere deelnemer gegooid met de vermelding van de naam. Later werd daar de vraag "waarom bent u in het onderwijs gestapt" aan toegevoegd.

   · Hilde vertelde eerst over zichzelf: ze vindt dat de rol van de leerkracht in de maatschappij belangrijk om waardenbesef te kunnen overbrengen op kinderen. 
   · Jelena (Smirnova, in België geweest) had drie redenen om in het onderwijs te stappen: ze was beïnvlioed door haar favoriete leerkracht, ze wil heel graag bij kinderen zijn en tenslotte heeft ze geleerd dat het vooral draait om eerst liefde te geven aan die kinderen en hen dan pas iets te leren. 
   · Voor Dinara was haar vader het grote voorbeeld van een opvoeder, al was hij helemaal geen pedagoog. Ook zij vindt het vooral belangrijk om met kinderen bezig te zijn en hen de waarden die in onze maatschappij leven over te brengen. 
   · Jelena (Soldatenmoeders): is vroeger drie jaar lerares geweest, maar vond dat vreselijk, vooral vanwege het strakke systeem. Nu geeft zij vooral les aan volwassenen in mensenrechten (School voor Mensenrechten); dat bevalt haar heel goed. 
   · Zoja: gaf vroeger jaren les aan kinderen in tehuizen: dat was een heel moeilijke doelgroep, maar wel een heel dankbare. Ook nu vervult zij een soort "opvoedende" functie bij de Soldatenmoeders. 
   · Aleksej: heeft eigenlijk geen band met het onderwijs. Hij werkte vroeger als bioloog, maar is een jaar of acht geleden met een eigen uitgeverij begonnen. In zijn utgeverij komen echter wel veel pedagogische werken aan bod. 
   · Olga: geeft les in de school van Dinara, heeft als opleiding opvoedster en wilde aanvankelijk ook niet in het onderwijs terecht komen, maar door toeval geeft ze dan toch les. 
   · Aljona is de dochter van Aleksej, is pas afgestudeerd en werkt als redacteur voor de uitgeverij van haar vader. 
   · Annemarie geeft Russisch aan volwassenen in avondonderwijs in België, maar moet ook vaak in haar functie binnen Pax Christi met scholieren werken rond thema’s als Tsjetsjenië. 
   · Jelena (uit Syktyvkar): noemt zichzelf een "groene leerkracht"; zij is bibliothecaresse in een kunstgymnasium in Syktyvkar en geeft daar naschoolse en schoolse sessies over allerlei thema’s en is aanspreektpunt voor de leerlingen met problemen. 
   · Jelena (Dmitrijevna Smirnova): heeft een opleiding als opvoedster genoten en is beginnen werken in een kleuterschool, alhoewel ze het systeem waarbinnen ze moest werken verafschuwde. Ze is in het onderwijs gegaan om kennis te delen, maar ook om zelf te leren. Nu werkt ze in de School voor Mensenrechten, wat ze heel graag doet. Ze leert zo heel veel mensen maar ook zichzelf kennen. 
   · Juljana (Duitsland) is vrijwilligster bij de Soldatenmoeders. Zij was niet van plan om les te geven, maar vanaf volgende week gaat ze les geven aan Roma en Sinti kinderen in Sint-Petersburg. 
   · Rob (Nederland) woont al sinds 1997 in Sint-Petersburg, is getrouwd en heeft een kind; hij werkt voor de anti-fascistische groep van Memorial en organiseert daar seminaries en publiceert een krante. Hij volgt nu een opleiding om leerkracht Engels te worden. 
   · Stefanie (vrouw van Rob) werkt ook voor Memoral en is vooral bezig met juridische hulp aan Roma. 
   · Estelle (Frankrijk) werkt als vrijwilligster bij de Soldatenmoeders; is niet van plan om les te geven. 
   · Faina is van opleiding ingenieur, maar vond de wereld van kinderen veel interessanter en koos voor het onderwijs. Lesgeven is een ervaring voor het leven: ze geeft les in twee scholen: een christelijke en een staatsschool. 
   · Larissa komt uit een familie met dire generaties leerkrachten. Zij wou per se geen lerares worden, maar dat gebeurde gewoon. Ze geeft les in privéscholen. Ze kende weinig van pedagogie, ontdekte dat ze graag kinderen zag, maar ook dat hun rechten vaak schromelijk geschonden worden, zowel op school als in de familie, door de overheid: zij vormen een zwak deel van de maatschappij. Op school ervaart ze echter weinig mogelijkheden om iets rond kinderrechten te doen, bij de Soldatenmoeders kan ze dat wel. 
   · Sergej (Podol’ksij) komt uit een familie van leerkrachten uit Oekraïne; hijzelf beëindigde drie militaire scholen, waaronder ook het vak pedagogie voor de officieren. Op een gegeven moment, toen hij gelegerd was aan de grens met China, moest hij in een schooltje geschiedenis gaan geven; dat beviel hem wel. In 1991 wilde hij overgeplaatst worden naar een militaire school om les te gaan geven. Hij beschouwt zich niet als opvoeder, maar als lesgever: je mag mensen (ook geen soldaten) immers niet veranderen. 
   · Jan: is vroeger leerkracht talen en literatuur geweest, later is hij zich vooral gaan bezig houden met godsdiensten en geweld en geweldloosheid, tevens met (gewelddadige en niet-gewelddadige) kerken. 
   · Natalia (The Bridge): is vooral geïnteresseerd in kennisoverdracht en kinderrechten (werkt samen met Alex) 
   · Alex: leerkrachten mogen niet louter lesgevers zijn, maar moeten ook opvoeders zijn 
   · Ella: werkte vroeger in het Instituut voor Programmering als ingenieur en wilde helemaal niet gaan lesgeven. Maar toen ze eenmaal maatschappelijk actief werd, begon ze lesgeven aan en samen met mensen wel leuk te vinden: mensen leren om vrij te zijn. En nu is ze dus trainer in de "rare" School voor Mensenrechten

Volgend deel is gewijd aan de ervaringen van de vier LK in België: wat was hun ervaring, waarom namen ze deel, wat hebben ze geleerd en hoe gaan ze om met het geleerde?
Larissa steekt de loef af (zie bijgevoegde interviews): veel leerkrachten ondervinden tegenkantingen op school om met leerlingen te werken rond inspraak of andere rechten. Ook het proberen zoeken naar een oplossing voor conflicten die zich binnen de schoolmuren stellen wordt niet steeds van collega’s in dank afgenomen. De situatie in België was heel leerrijk, niet alleen op vlak van wat scholen realiseren maar in het algemeen, hoe de maatschappij in elkaar zit en hoe de politiek functioneert. Alle leraressen waren bijzonder opgetogen over de training in België, maar vinden dat ze niet alles ten volle kunnen gebruiken in Rusland. Ze vragen meer ondersteuning, niet alleen in materiaal, maar ook in de vorm van opleiding.

De reactie van de Pax Christi delegatie was er een van voorzichtigheid: idealiseer Europa niet te fel. Verder wil Pax Christi graag de ingeslagen weg voortzetten, wat resulteerde in een nieuwe projectaanvraag met als titel Vrede in de klas. (Net op tijd kreeg de delegatie bericht dat dit project was goedgekeurd, zodat het de blijde mededeling kon doen in de school van Dinara – zie later)

Aanpak van problemen in de PTS van Boom – Hilde Wyninckx
Schema: een fuik
Aan de nauwe kant bevinden zich de curatieve oplossingen: brandjes blussen, problemen aanpakken als ze zich stellen. Iets verderop in de fuik komen de preventieve oplossingen aan bod.
In de PTS lopen zo’n 820 leerlingen school en werken 120 leerkrachten. Van deze leerkrachten biedt tot de dag van vandaag een groot deel weerstand op het vlak van leerlingenparticipatie, kinderrechten en tonen van respect voor het standpunt van de leerling. Klassiek kan het lerarencorps in 3 worden opgedeeld: een deel dat absoluut niet wil meewerken, een deel dat alleen wil meewerken als alles wordt aangereikt op een gouden schoteltje en een deel dat graag wil meewerken. Zo vond 1/3 van de leerkrachten dat de leerlingen eerst zelf maar eens respect moesten tonen en dat ze dan wel eens wilden kijken naar wat ze zouden kunnen doen voor de rechten van de leerlingen. Het is dus een kwestie van overtuigen en blijven overtuigen.
Een van de kanalen zijn de tijdschriften, uitgegeven door het Ministerie van Onderwijs, gericht op leerlingen, leerkrachten (Klasse) en ouders. Probleem hierbij is dat de weerstandsgroep deze tijdschriften niet leest.
Een ander kanaal is het invoeren van het systeem van de "Groene Leerkracht", een functie bedacht door pater Luc Versteylen. De perceptie vanuit de collega-leerkrachten is echter steeds dat de groene leerkracht per definitie aan de kant van de leerling staat en tegen de leerkrachten is. Bovendien is de groene leerkracht in de PTS een vrouw (nl. Hilde) en moet zij opbotsen tegen een mannelijk collectief.
Binnen de school bestaan een aantal fora om problemen met leerlingen te bespreken. Zo is er het pedagogisch collectief, bestaande uit de leerlingenmentor, de pedagogisch coördinator, de groene leerkracht, drie administratieve krachten en iemand van het Centrum Leerlingenbegeleiding. 2x per week komt dit collectief samen gedurende 2 uur. Daarnaast komen alle klassenleerkrachten ook nog eens 4x per jaar samen. Deze platforms zijn belangrijk voor de communicatie en ondersteuning van de aan leerkrachten.
Welke instrumenten hanteren de leerkrachten in de PTS om leerlingen te volgen en te begeleiden? Aan het begin van het jaar krijgt iedere leerkracht een mapje met daarin een aantal begeleidingsinstrumenten. Wat de Russische deelnemers vooral interesseerde was de leerlingenvolgkaart: deze kaart wordt in de PTS als laatste redmiddel gebruikt voor iemand van school dreigt te worden gestuurd. Op deze kaart is het de bedoeling enkel de positieve kanten van een leerling op te schrijven: in een linkerkolom komen alle problemen en verticaal komen alle vakken te staan: leerkrachten moeten enkel een kruisje zetten als de houding van een leerling positief was en opmerkingen onderaan mogen alleen bemoedigend of bevestigend zijn, nooit negatief. Deze opbeurende en constructieve manier van werken vraagt een 180 graden andere mentaliteit, omdat wij meestal gewend zijn enkel de negatieve momenten vast te leggen. Zo ziet de leerling echter ook eens als hij zich goed gedraagt in de klas.
Tijdens de groepsopdracht behandelden vier groepjes vier probleemgevallen (zie bijlagen) uit de concrete werking van Hilde. Voorstellen werden daarna in groep besproken en Hilde vertelde wat zij in werkelijkheid had ondernomen voor de leerling in kwestie.

Getuigenis van een Tsjetsjeense vrouw uit Grozny: lerares, moeder, mensenrechtenactiviste en journalist – Natalja Estemirova, Memorial

Natalja vertelt ons, deelnemers aan het seminarie, die we niet te zien krijgen op TV en die we niet lezen in de krant, tenzij in Novaja Gazeta. Zij wil graag onze aandacht voor de meest kwetsbare groep, de kinderen, en dan meer specifiek gehandicapte kinderen. Kinderen zijn immers het slachtoffer van de handelingen van de volwassenen, zij worden neergeschoten of struikelen over anti-persoonsmijnen.
In Grozny wonen zo’n 1000 slechthorende en 450 slechtziende en blinde kinderen. Vroeger waren er voor deze kinderen twee internaten, nu is er niks meer. Zelfs tijdens de grote chaos van de Republiek Ichkeria waren deze instellingen nog actief, maar nu is er geen gebouw meer. Nieuwe klassen zijn in gebruik genomen in kapot gebombardeerde gebouwen: een echt surrealistisch zicht: een façade met ingang en daarachter niets … De OMON (speciale elitetroepen van Binnenlandse Zaken) gebruikte het gebouw voor folteringen en moorden, daarna liet de politie niemand binnen. Op dit moment loopt er een rechtszaak tegen de verantwoordelijke van de OMON, maar hij komt nooit opdagen. En tijdens het referendum en de verkiezingen werden de gebouwen van de school gebruikt als stemlokaal en rechtbank.
Enkel dankzij de hulp van een Tsjechische organisatie (Mensen in nood) kunnen de kinderen les volgen en dankzij het enthousiasme van een maar plaatselijke leerkrachten. Zij stellen vaak hun privéwoning ter beschikking, waar geen lesmateriaal aanwezig is. Bovendien is er in Grozny nog maar 1 leerkracht die les kan geven aan slechtzienden. Bovendien is de school enkel toegankelijk voor kinderen uit Grozny, voor de overigen is het te gevaarlijk en te duur om de reis vanuit de provincie af te leggen.
Kinderen die ledematen kwijt zijn krijgen enkel hulp van de Wereldgezondheidsorganisatie, de Russische regering is in geen velden of wegen te bekennen. Het is een regelrechte leugen dat scholen in Tsjetsjenië werken. School N° 7 is de enige, en deze wordt ondersteund door Mensen in nood, Unicef en een Poolse organisatie. Onlangs vernietigde een brand de 2 en 3 verdieping, de rest werd daarna vernield door de regen. Naast gebrek aan infrastructuur zijn er voor de leerlingen ook geen gratis maaltijden, geen medisch onderzoek, geen lesmateriaal. De enige twee boeken die gratis ter beschikking staan is handboek Oude geschiedenis en handboek Tsjetsjeens. De rest van de boeken kosten gemakkelijk 700 roebel, een onbetaalbaar fortuin.
Bovendien lijden ook veel kinderen aan zware ziektes als TBC en anemie. Er zijn geen kinderziekenhuizen noch sanatoria, trauma’s worden niet behandeld. Probleem is dat de internationale humanitaire organisaties trainingen organiseren voor leerkrachten om psychologen te worden, maar deze mensen hebben eerst zelf psychologische begeleiding nodig. Iedereen heeft de bombardementen meegemaakt en familieleden verloren.
Wat moeten kinderen doen na de middelbare school? De meeste hogescholen en universiteiten in Rusland aanvaarden geen Tsjetsjenen.
Een verhaal van een concrete jongen, Ramzan. Hij is met familie teruggekeerd uit een vluchtelingenkame en dan op een mijn gestapt in zijn eigen tuin, waarbij hij een been verloor. De ouders moesten voor medische hulp hun huis verkopen en naar Grozny komen, waar buren van Natalja hen in huis namen. Ramzan voelde zich onvolkomen zonder been, dacht dat hij werd uitgelachen, hij wilde altijd de beste, de eerste zijn. Om zijn ouders en broers en zussen te helpen, begon hij speelgoed te verkopen. Hij accepteerde nooit hulp van anderen, geen snoep of chocola, al is dat gewoon voor Tsjetsjenen. Natalja wilde hem leren lezen en schrijven, maar omdat Ramzan’s ouders zich maar niet konden aanpassen aan de situatie in Grozny, nam Ramzan hun rol over. Uiteindelijk zijn de ouders teruggekeerd naar hun dorp, waar Ramzan nu de tuin onderhoudt en groenten kweekt. De tuin geeft heem rust, want de hoeveelheid kwaad die Ramzan moet verwerken is enorm.
Natalja vertelt over een vredesinitiatief van Jekaterinburg: de "Vlucht van de vrede", een reis vanuit Jekaterinburg. De eerste vlucht bracht vooral snoep en kledij, de tweede vooral brieven en warmte.

CONFLICTHANTERING: Geweldloos omgaan met conflicten (Jan Vandenberghe)

Jan zette de methode van Pat Patfoort over geweldloos omgaan met conflicten uiteen en begon met een eerste opdracht:
Haal in je herinnering iets wat je niet leuk vond vanwege iemand anders (recent of langgeleden… iets wat je hebt meegemaakt). Met je buur (per twee dus): vertel aan elkaar de herinnering die naar boven kwam. In groep: zoek ALGEMENE TERMEN, ALGEMENE WOORDEN die met dat niet-leuke te maken hebben. Deze algemene woorden komen op een flap.

Uiteenzetting
Niet leuk: de grond van de zaak.
Grondschema van ‘niet-leuk’ = de mindere zijn (illustreren met woorden van op de flap).
Gewone reactie, vanuit een ‘gezond’ verdedigingssysteem, gericht op zelfbehoud, dat energie levert: ‘ik laat me niet doen’ – wat praktisch vanzelf betekent: ik plaats de ànder in de positie van ‘mindere’.
De andere vindt dat op zijn beurt niet leuk, en gaat er weer boven staan. De ESCALATIE is begonnen. Het ‘gegeven’ aan de oorsprong is: we VERSCHILLEN. Maar dit wordt niet ‘neutraal’ beleefd, maar als M-m (Meerdere-mindere). Instinct tot zelfbehoud doet ons reageren. We spreken van ESCALATIE – er is escalatie in de MIDDELEN, niet in de PIJN!
In de perceptie van de meeste mensen is er slechts sprake van geweld als er FYSISCH geweld wordt uitgeoefend (dat is bvb ook de enige vorm van ‘geweld’ die voor de wet strafbaar is – nu komt daar verandering in… pesten bvb).
Maar feitelijk begint het geweld veel vroeger: in houding, in woorden…

Er is niet altijd ESCALATIE. Er bestaan in principe nog twee andere vormen van geweld:
De GEWELDSKETEN: ik krijg op mijn kop – ik klap dicht, reageer niet – een uur later moet iemand anders het ontgelden…
Het OPKROPPEN: ik krijg op mijn kop – ik klap dicht, reageer niet – ik gooi het ook niet uit op iemand anders; ik slik alles in… Is uiteindelijk geweld plegen op jezelf. AANDACHT voor zulke mensen! Het zijn ‘gemakkelijke’ mensen in een klas, in een gezin, in een vergadering: ze storen niet. Maar ze gaan er soms echt aan kapot. Anorexia, zelfdoding vinden vaak hierin een oorzaak.

Over de escalatie
We onderzoeken verder de gewone werkelijkheid van de ESCALATIE. In de escalatie worden ARGUMENTEN gebruikt. Het doel van ARGUMENTEN is: winnen, de Meerdere worden (of blijven). Er zijn drie soorten:
   – argumenten om het positieve van het eigen standpunt te versterken (‘positieve’ argumenten)
   – argumenten om het negatieve van het ander standpunt te versterken (‘negatieve’ argumenten)
   – argumenten die de ànder als persoon naar beneden halen (‘vernietigende’ argumenten)

Opdracht 2
In groepjes van 4-5, die een specifiek terrein krijgen:
   – in de opvoedingssfeer thuis
   – in de school – leerlingen versus leerkracht
   – in de werksfeer (leerkrachten onder elkaar bvb, of leerkracht directie
   – in de familiale sfeer
Opdracht: zoek een reëel conflict dat iemand meemaakt of meegemaakt heeft.
Druk het uit in twee tegengestelde zinnen: “Ik wil…” – “De ander wil…”
Zoek bij het eigen standpunt echte of mogelijke argumenten, in de drie soorten.
Zoek daarna bij het standpunt van de ander mogelijke argumenten, in de drie soorten.
Nadien: breng verslag uit.

We zoeken de uitweg: naar gelijkwaardigheid.

Tegenover ARGUMENTEN staan FUNDERINGEN. Het doel van FUNDERINGEN is: mezelf nader verklaren, uitleg geven ‘waarom’ ik dit wil, wat erachter zit, wat mij bezielt (wat ik voel; wat mij nauw aan het hart ligt; waarvoor ik bang ben; wat ik hoop…). Het fundamentele verschil met ‘argumenten’ zit dus in de hele houding. De ‘inhoud’ van de boodschap is altijd veel meer dan de inhoud van de woorden. Ook de intonatie en de lichaamstaal hebben een ‘inhoud’, drukken een verlangen uit. Ofwel het verlangen om te winnen, ofwel het verlangen om de ander te laten begrijpen wat in mij leeft. Om mijn funderingen te vinden, moet ik vooral mezelf goed kennen! Dat blijkt vaak de grote moeilijkheid…

Opdracht 3.
In dezelfde groepjes van opdracht 2: met dezelfde situatie voor ogen van opdracht 2. Met een blad, en iemand die zal noteren (niét diegene die het conflict aanbracht!).
Nu beginnen opnieuw met het ‘eigen’ standpunt.
Alle mogelijke funderingen zoeken die dit standpunt ondersteunen.
Noteer alles wat gezegd wordt (niet te veel schiften – de begeleider gaat ondertussen rond).
Als dit (eerste) deel gedaan is, wordt het blad gedraaid – het zopas geschrevene mag niet meer te zien zijn.
En we zoeken funderingen die bij de ‘ander’ zouden kunnen aanwezig zijn, waarop zijn standpunt zou kunnen steunen.
Als deze opdracht voltooid is, volgt nog een afsluitende vraag: wat heb je uit deze oefening geleerd?
De conferentie werd positief geëvalueerd na deze vermoeiende tweedaagse. De methodieken i.v.m. groepsdynamica waren zeer leerrijk! De idee van de meerdere en de mindere werd geapprecieerd.

Bezoek aan School N°2, Otradnoje
In de school wachtten de leerlingen ons al ongeduldig op. Het was zaterdag en dus had niet iedereen les, maar toch zat het lokaal vol. Aan Jan was gevraagd om een sessie rond geweldloosheid te geven aan de leerlingen, Hilde zou met de leerkrachten werken rond participatie en het systeem Groene Leerkracht.
Beide sessies verliepen positief, al ondervond Hilde bij de aanwezige leerkrachten dezelfde terughoudendheid als bij het collectief in haar eigen school.
Met het project Vrede in de klas in het vooruitzicht zal het mogelijk worden om een internetverbinding tot stand te brengen waardoor de leerlingen van N° 2 en van de PTS met elkaar kunnen e-mailen. Bovendien voorzien we een nieuw bezoek aan de school in het voorjaar van 2004.