TSJETSJENIË: De informatieoorlog in het Russisch-Tsjetsjeens conflict mag geen taboe zijn in België (24/06/2004)
De informatieoorlog in het Russisch-Tsjetsjeens conflict mag geen taboe zijn in België
Pax Christi Vlaanderen is al jaren actief betrokken bij de zoektocht naar mogelijkheden tot dialoog en vrede in het Russisch-Tsjetsjeens conflict, hierbij elke vorm van geweld afwijzend. Wij betreuren dan ook ten zeerste alle slachtoffers die afgelopen dagen zijn gevallen. Eén van de grootste uitdagingen in een oorlogssituatie is het krijgen van een zo correct mogelijk beeld van wat er gebeurt, om op basis van deze kennis te kunnen ageren. Een goed voorbeeld van verwarring zijn de berichten n.a.v. de militaire acties in Ingoesetië. Russische bronnen vermelden dat de acties van maandagnacht in Ingoesetië werden uitgevoerd door Tsjetsjenen, bijgestaan door buitenlandse huurlingen. Tsjetsjeense en Ingoesetische bronnen vermelden dat de meerderheid van de strijders van Ingoesetische nationaliteit is, geleid door een Ingoesj, met hulp van een aantal kleinere groepen Tsjetsjeense strijders. Media en organisaties hebben de Russische berichtgeving overgenomen. Niet echt de meest objectieve bron.
Met afgrijzen wordt in de Russische en Europese pers gereageerd op de uitbreiding van het conflict naar Ingoesetië en de brutaliteit van de Tsjetsjeense/ Ingoesetische strijders. De betrokkenheid van en militaire activiteiten in Ingoesetië mag echter niet verbazen om verschillende redenen.
Ingoesjen en Tsjetsjenen vormen samen één groep met een verwante taal en cultuur. Van 1918 tot 1924 maakten Ingoesetië en Tsjetsjenië deel uit van één republiek. Later zouden beide gebieden nog enkele malen samen een sovjetrepubliek vormen tot in 1991. Na de onafhankelijkheidsverklaring in 1991 door Doedajev, de eerste president van Tsjetsjenië, stapte Ingoesetië zonder bloedvergieten uit de Ingoesjo-Tsjetsjeense Republiek: het verkoos om binnen de Russische Federatie te blijven. Toen de oorlog tussen Rusland en Tsjetsjenië uitbrak, was Ingoesetië dan ook een eerste, logische plek waarheen Tsjetsjenen konden vluchten.
De nieuwe Ingoesetische president Zjazikov is niet geliefd door de eigen bevolking omdat hij erg hard zijn best doet om aan álle wensen van de Russische regering te voldoen. Dit betekent onder andere dat alle vluchtelingenkampen ondertussen met geweld en mensonterende middelen werden gesloten. De vorige president, Ruslan Aushev, was veel meer begaan met het lot van de vluchtelingen, het broedervolk. Toen hij door het Kremlin werd vervangen was dit dus al een veeg teken. Bovendien heeft zijn opvolger geen enkele controle over de massale aanwezigheid van Russische troepen, die zich ernstig misdragen. Afpersing, ontvoering en illegale handel zijn een doorn in het oog van de Ingoesetische bevolking. Het land kreunt onder de militaire aanwezigheid en de grote hoeveelheid vluchtelingen. Ingoesetië is dus van bij het begin willens nillens betrokken bij het gewapend conflict.
Het feit dat de afgelopen dagen zes hooggeplaatste figuren – o.a. de minister van Binnenlandse Zaken van Ingoesetië en de procureur van Nazran – bewust gezocht en ter plekke geëxecuteerd werden is erg belangrijk. Dit getuigt van een enorme onvrede over de zo genoemde “collaborateurs” met de Russische “bezetter”. Verder was er sprake van een poging om Tsjetsjeense gevangenen te bevrijden: hierover wordt echter in geen enkele bron dieper op ingegaan. Dit wil zeker niet zeggen dat Pax Christi Vlaanderen geweld predikt, maar des te meer staat op een correcte berichtgeving.
Russische propaganda
De Russische propaganda wil met alle macht de wereld doen geloven dat de Tsjetsjenen, en alleen zij, achter deze recente aanvallen zitten. Zoals alle Tsjetsjenen criminele moslimfundamentalisten lijken en dus met recht en reden mogen worden bestreden. Als er echter één volk is dat zo weinig radicaal was in zijn moslimgeloof, dan zijn het wel de Tsjetsjenen. Hoewel de oorlog veel ten kwade heeft veranderd, blijft het overgrote deel van de bevolking zeer gematigd in de beleving van haar moslimgeloof. Andere moslims spuwen hen hiervoor zelfs uit.
Er is nog zo’n hardnekkige mythe: de banden tussen Tsjetsjenen en Al-Qaeda, of banden met andere moslimorganisaties en de Arabische landen. Er is evenwel geen enkel verband tussen datgene wat Tsjetsjenië nastreeft en dat wat Al-Qaeda beoogt. Ideologisch en politiek liggen de doelstellingen te ver uiteen. Mocht Tsjetsjenië op één of andere manier interessant zijn voor Al-Qaeda, dan zouden daarover al lang langs beide zijden verklaringen zijn afgelegd.
Vanuit de Arabische wereld bestaat er trouwens geen enkele interesse voor het lot van de Tsjetsjenen. Er is nog geen enkel Arabisch land dat aan een Tsjetsjeense vluchteling asiel heeft verleend. Tijdens een vergadering van de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties heeft geen enkel Arabisch land voor de aanvaarding van een door de Europese Unie voorgestelde resolutie m.b.t. de situatie in Tsjetsjenië gestemd. Zij stemden mee met Rusland, China en Cuba. Het feit dat Chattab, een Arabische Afghanistan-veteraan, besloten heeft om mee te vechten tegen wat de Tsjetsjenen de Russische bezetting noemen, bewijst alleen zijn persoonlijk engagement. In Tsjetsjenië vechten voor de rest geen Arabieren, wat Russische bronnen ook mogen beweren. Bovendien, als er al moslims, die in Afghanistan of Pakistan getraind zijn, naar Tsjetsjenië reizen, dan gaat het om enkelingen. Diezelfde moslims reizen echter ook naar bijvoorbeeld België…
Een informatieoorlog
De informatieoorlog die Moskou voert, heeft zij al lang gewonnen. De wereld gelooft inderdaad dat het gaat om een strijd tegen het terrorisme en het moslimfundamentalisme en dat alle Tsjetsjenen bloeddorstige bandieten zijn. President Poetin is er in geslaagd om het Tsjetsjeens drama als een binnenlands ‘fait divers’ aan de wereldleiders te verkopen. Alles wijst echter op het tegendeel! Geen enkel argument kan de wreedaardigheid, boosaardigheid en zinloosheid van deze oorlog rechtvaardigen. Waarom vernemen we daar zo weinig over?
Dagelijks sterven mensen, Russen en Tsjetsjenen, omdat de politieke wil ontbreekt om te zoeken naar een duurzame vrede. Deze vrede kan immers maar tot stand komen als een opening gecreëerd wordt voor onderhandelingen met hen die op 27 januari 1997 de legitimiteit hebben gekregen vanwege de internationale gemeenschap, inclusief België: de regering Aslan Maschadov. Deze regering heeft tot op heden elke vorm van terrorisme consequent afgewezen en is openlijk bereid tot gesprekken met de Russische regering, ondanks het leed dat het Tsjetsjeense volk is aangedaan. Dit staat onder andere in het voorstel tot een Vredesplan, uitgewerkt door de Tsjetsjeense minister van Buitenlandse Zaken, Ilias Achmadov, en kwam tot uiting tijdens de boeiende conferentie van december 2003 in het Provinciehuis in Antwerpen, waar het Tsjetsjeens Wereldcongres, de voorzitter van de Parlementaire Samenwerkingscommissie Europese Unie – Russische Federatie en Pax Christi Vlaanderen de actieve geweldloosheid bedongen voor verdere vredesplannen. In het Vredesplan van de Tsjetsjeense regering is bovendien sprake van een verzoek aan de internationale gemeenschap tot het opnemen van de rol van bemiddelaar en vredeshandhaver.
De huidige situatie, na de moord in Grozny op het door president Poetin benoemde hoofd van de Tsjetsjeense administratie, Achmad Kadyrov, en na de moordpartij in een aantal steden in de Ingoesetische Republiek, toont dat de "oplossing" die Moskou oplegt geen antwoord biedt op de werkelijke noden, nl. het stopzetten van elk militair geweld, het garanderen van de veiligheid van alle Tsjetsjenen, ook buiten de grenzen van de Tsjetsjeense Republiek, en het creëren van omstandigheden voor humanitaire noodhulp en duurzame economische en sociale wederopbouw.
De verwoesting van één van de oudste, nog bestaande culturen op Europees gebied mogen wij niet op ons geweten hebben, evenmin de gestage uitmoording van een heel volk. Een kwart van de bevolking is al omgekomen.
De oorlog in Tsjetsjenië is ondertussen een taboe geworden in Rusland. Niet alleen in diplomatieke gesprekken met Europese politici, maar in de hele Russische maatschappij. Honderdduizenden mensen zijn getroffen door het leed, kennen doden in familie- of vriendenkring – en niemand mag er over praten. Daarom vraagt Pax Christi Vlaanderen aan onze regeringsleiders en politici om tijdens ontmoetingen met collega’s van de Russische Federatie dit vraagstuk niet uit de weg te gaan. Met begrip voor het leed dat ook het Russische volk wordt aangedaan vragen wij dat België zich opstelt als bemiddelende partij die mee wil zoeken naar een geweldloze en duurzame oplossing. Uiteindelijk is de Russische Federatie, met zijn meer dan 100 miljoen mensen, een goede handelspartner voor Europa. Kunnen wij deze maatschappij aan haar lot overlaten?
Annemarie Gielen, Pax Christi Vlaanderen – Geweldpreventie, Medewerkster Oost-Europa