Studie Vlaams Vredesinstituut: Belgische wapenwetgeving mist doel.

Op 2 maart stelde het Vlaams Vredesinstituut twee onderzoeken voor naar het juridische kader en het Belgische controlestelsel met betrekking tot tussenhandel in wapens en dual use goederen (goederen die voor civiele en militaire doeleinden gebruikt kunnen worden). Tussenhandelaars vormen een aparte categorie in de internationale wapenhandel: ze bemiddelen en faciliteren in commerciële transacties tussen producenten, kopers en verkopers. Nadat aan het licht kwam hoe tussenhandelaars een actieve rol speelden bij schendingen van wapenembargo’s, hebben de Verenigde Naties (VN), de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) en de Europese Unie (EU) juridisch of politiek bindende documenten aangenomen om illegale tussenhandel een halt toe te roepen. Ook België is gebonden aan deze initiatieven. Het onderzoek van het Vredesinstituut naar het Belgische juridische kader en controlestelsel toonde echter aan dat de Belgische wetgeving zijn doel mist.

Even terug in de tijd: België heeft sinds 2003, vóór de regionalisering van de bevoegdheden voor controle op wapenhandel, een wettelijk kader voor de controle op tussenhandel in militair materieel. Daarmee behoort ons land wereldwijd tot een kopgroep van een veertigtal landen.

Echter, in de Belgische regelgeving spreekt men van tussenpersonen in plaats van tussenhandelaars. Dit lijkt een nuance, maar dan wel een nuance met verstrekkende gevolgen voor de effectiviteit van de controle op tussenhandel en de afdwingbaarheid van de wetgeving.

De Belgische wetgeving voorziet dus in een wettelijke basis om de betrouwbaarheid van tussenpersonen in militair materieel te beoordelen. België oefent echter geen controle uit op de activiteiten van tussenhandel. Eens een tussenpersoon “betrouwbaar” is bevonden en zijn vergunning op zak heeft, worden zijn activiteiten niet meer gecontroleerd. Bij een eventuele tussenhandeltransactie worden herkomst en bestemming van de transactie, essentiële elementen bij een transactie, niet meer gecontroleerd.

Met deze wettelijke structuur voldoet ons land niet aan internationale afspraken. Controle op tussenhandelaars is immers een bijkomende maatregel die de controle op activiteiten niet kan vervangen.

Naast bovenstaande controlemechanismen voorziet de Belgische wetgeving in sancties voor het niet vervullen van de wettelijke verplichtingen (het beschikken over een vergunning of erkenning om als tussenpersoon actief te zijn) en het niet naleven van embargo’s. Het mogelijk effect van de voorziene strafsancties is echter heel beperkt, net omwille van het gebrek aan controle op de activiteiten van tussenhandel.

Het Belgisch stelsel mist zodoende in de praktijk zijn doel: sinds 2003 heeft geen enkele tussenpersoon de voorgeschreven procedure doorlopen. De wettelijke regeling slaagt er dus niet in om tussenpersonen voor buitenlandse handel in wapens en militair materieel te controleren, vnl. door een gebrek aan maatregelen om tussenhandelaars te vatten, gezien hun activiteiten op geen enkele manier worden gecontroleerd.

Het Belgisch beleid met betrekking tot de controle op tussenhandel is dus vooral symbolisch. Door wetgeving aan te nemen heeft men de problematiek van de politieke agenda kunnen verwijderen, maar in de praktijk heeft de wetgeving haar doelstelling, het controleren en bestraffen van illegale tussenhandel, niet waargemaakt: geen complementariteit met internationale afspraken, geen toepassing van de wetgeving in de praktijk, en geen sluitende procedures.

Het Belgisch controlestelsel op tussenhandel is duidelijk vatbaar voor substantiële verbeteringen.

Verwacht wordt dat de Vlaamse regering nog in 2010 of 2011 een nieuw wapendecreet zal ontwerpen. Pax Christi Vlaanderen zal samen met Amnesty International, het Vlaams Netwerk Lichte Wapens en andere organisaties uit het middenveld pleiten dat de aanbevelingen uit dit rapport in het nieuwe wapendecreet opgenomen worden, opdat een daadkrachtige en efficiënte controle op wapenhandel gegarandeerd wordt.