Militaire uitgaven versus ontwikkelingshulp: een gapende kloof
Het Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) publiceerde onlangs zijn jaarboek. In dit jaarboek worden de onderzoeksresultaten van de mondiale militaire uitgaven weergegeven. De conclusie was dat in 2009 wereldwijd 1531 miljard dollar werd uitgegeven aan militaire doeleinden. Dit is een verhoging van 5,9% ten opzichte van 2008 en een toename van maar liefst 49% tegenover 2000.
De uitgaven voor ontwikkelingshulp (de officiële hulp of ODA van de OESO-landen) bevonden zich in 2009 met 119,6 dollar ook op hun hoogste peil. Toch doet de vergelijking van beide cijfers de wenkbrauwen fronsen. Het is moeilijk te rechtvaardigen dat het budget voor militaire uitgaven vandaag, in tijden van economische crisis, meer dan 10 keer het volume inhoudt van de ontwikkelingshulp. Bovendien geven de prognoses van de OESO nu al aan dat het volume van de officiële hulp in 2010 zal afnemen.
2010 is een cruciaal jaar in de bestrijding van de armoede en ongelijkheid in de wereld. In september houdt Ban Ki-Moon, Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, in New York een bijzondere topconferentie over de Millennium Development Goals (MDGs). Bij deze gelegenheid zullen de vooruitgang tot nog toe en de uitdagingen voor de toekomst besproken worden. Deze week komen de Europese leiders samen om hun positie over de MDGs te bespreken. Pax Christi Vlaanderen vraagt dat de Europese leiders hun engagement bevestigen of versterken en geen afzwakking van eerdere afspraken toestaan.
De wereldwijde strijd tegen armoede dreigt immers ten prooi te vallen aan besparingen in de ontwikkelingshulp. De Europese Raad gaf in zijn rapport over ontwikkelingshulp al toe dat het Europese engagement om in 2010 0,56% van het Bruto Nationaal Product (BNP) te besteden aan ontwikkelingssamenwerking niet gehaald zal worden. Bindende afspraken om tegen 2015 0,7% van het BNP te besteden aan ontwikkelingssamenwerking, lijken vervangen te worden door een “open uitnodiging”. Ook berekende de OESO dat de toename van de hulp aan Sub-Sahara Afrika, waartoe de G8 zich op de Gleneagles-top in 2005 verbonden, stranden op een toename van 11 miljard dollar, in plaats van de beloofde 25 miljard dollar. Deze toename van de hulp is cruciaal indien Sub-Sahara Afrika een volwaardige kans wil krijgen om aan de millenniumdoelstellingen te bouwen.
Er zijn de laatste jaren successen geboekt. Er gaan meer kinderen naar de lagere school en de kindersterfte is de voorbije tien jaar afgenomen, van 12.6 miljoen in 2000 naar 9 miljoen. Er zijn echter nog bijzonder veel en belangrijke problemen die om een oplossing vragen.
Het terugschroeven van de ontwikkelingshulp betekent een ramp voor de strijd tegen de armoede. De lage-inkomenslanden hebben net nu de hulp nodig om de gevolgen van de crisis – die veroorzaakt werd door de financiële markten in de rijke landen- het hoofd te bieden.
In maart van dit jaar zei de Europese Commissaris voor Ontwikkeling Andris Piebalgs nog dat de gemaakte engagementen gerespecteerd moesten worden : “Het is een kwestie van waardigheid, geloofwaardigheid, vertrouwen en gezamelijke belangen.”.
Pax Christi Vlaanderen hoopt dat de EU-lidstaten zich deze woorden herinneren wanneer ze hun positie over de MDGs bepalen. België zal tijdens de MDG-top in september de Europese Unie voorzitten. We dringen er ook op aan dat België vandaag en tijdens de MDG-top alle mogelijke inspanningen levert om de EU-lidstaten en OESO-landen te houden aan hun engagement om tegen 2015 0,7% van hun BNP aan ontwikkelingshulp te besteden en het de G8 landen oproept om de beloofde steun van 25 miljard dollar aan Sub-Sahara Afrika te verwezenlijken.
De Europese landen hebben deze engagementen zelf gesloten. Ze zijn het aan zichzelf en de wereld verplicht deze na te komen.