Drie maanden na de aanslagen in Moskou van 29 maart 2010
Alles lijkt weer rustig in Rusland, zowel in de hoofdstad Moskou als in de deelrepublieken van de Kaukasus. Geen berichten over aanslagen, verdwijningen of spectaculaire moorden.
Niets is echter minder waar. Pax Christi heeft zich de moeite getroost om sinds 29 maart 2010 bij te houden hoeveel aanslagen er werden gepleegd in de Russische Federatie. Zover ons bekend staat de teller vandaag (29 juni) op 28 aanslagen of gewelddadige incidenten, waarbij in totaal minstens 85 doden vielen. Dit aantal is misschien niet helemaal nauwkeurig, omdat wij ons enkel hebben gebaseerd op het persoverzicht van de Delegatie van de Europese Commissie in Moskou. Het is echter toch een betrouwbare bron, die een overzicht biedt van alle belangrijke media in Rusland. In de berichten wordt meestal de zelfmoordterrorist niet meegeteld bij het aantal doden, daarom dat er “minstens” staat bij het aantal doden. Bij de doden zijn zowel Russische als Kaukasische slachtoffers te betreuren, vaak mannen, maar ook enkele vrouwen. Gelukkig viel er bij een aantal aanslagen geen enkel slachtoffer te betreuren of werden bommen vroegtijdig onschadelijk gemaakt. De aanslagen werden gepleegd in Dagestan (14), Ingoesetië (8), Tsjetsjenië (2), Kabardino-Balkarië (2), Stavropolskij regio (1). Deze republieken en regio behoren toe aan het in januari 2010 nieuw opgerichte district: Federaal District van de Noord-Kaukasus met aan het hoofd gevolmachtigde vertegenwoordiger van president Medvedev, Aleksandr Khloponin. In de berichten lazen we ook dat enkele “rebellen” of “strijders” (in het Engels wordt het woord “militant” gebruikt) zijn doodgeschoten tijdens arrestatieacties of militaire operaties. Zo zijn verschillende personen, die gekoppeld worden aan de bomaanslagen in Moskou, gedood tijdens deze “militaire acties”. Toch jammer dat er geen rechtszaak komt om meer te weten te komen over die aanslagen.
In onze Vlaamse media is over deze hoger genoemde aanslagen niets of weinig geschreven, ook al beheersten de metroaanslagen van 29 maart enkele dagen het nieuws. Men zou dus kunnen verwachten dat er meer interesse is voor dit conflict, de achtergrond en de gevolgen. Zeker omdat het zich allemaal in buurland Rusland afspeelt. Uit de vele telefoons van journalisten die bewuste 29e maart bleek dat zij totaal geen kader hadden. Dan is het voor “experts” als wij wel erg moeilijk om in enkele zinnen de hele complexiteit van dit conflict te duiden. Bij een volgende aanslag in Moskou zullen de journalisten echter opnieuw weinig of niets van de situatie afweten, want Rusland is en blijft onontgonnen nieuwsterrein.
Hoe was de situatie voor 29 maart 2010?
In 2009 steeg het aantal terroristische aanslagen en institutioneel geweld (d.i. geweld van reguliere politiemensen, militairen of ander overheidspersoneel) in de Noord-Kaukasus aanzienlijk ten opzichte van 2008. Statistiek is nooit betrouwbaar in handen van propagandisten, maar uit de cijfers die de NGO Memorial bestudeerd heeft voor haar winterrapport van de conflictzone, de Noord-Kaukasus, kunnen wij het volgende halen: in 2008 zijn er 914 politiemensen, soldaten en burgers gestorven ten gevolge van gewapend geweld, gelinkt aan terrorisme(gegevens van Vladimir Ustinov, voormalig presidentieel gezant voor het zuidelijk federaal district). Over gesneuvelden aan de kant van de strijders zijn geen volledige cijfers beschikbaar, maar Ramzan Kadyrov liet weten dat er in Tsjetsjenië 61 strijders werden gedood in 2008. Voor 2009 komen we aan 1.263 niet-strijders (voor het hele federale district, Ustinov) en 156 militanten (voor Tsjetsjenië alleen, Kadyrov). Op 15 juni ll. voegde Bortnikov, directeur van de FSB hier nog informatie aan toe, nl. 240 strijders zouden zijn gedood in 2010.
Het vernoemen waard zijn ook de moorden op drie belangrijke mensenrechtenactivisten in 2009: Natalja Estemirova (15/07/09), Zarema Sajdoelajeva (11/8/09), Maksjarip Aoesjev (oktober 2009). Drie erg invloedrijke figuren werden op korte tijd vermoord: een drama voor de vele slachtoffers van mensenrechtenschendingen in de regio. Hun moord heeft er voor gezorgd dat velen (al was het tijdelijk) hun werkzaamheden als verdedigers van mensenrechten opgaven. Memorial besliste zelfs om haar kantoor in Tsjetsjenië te sluiten. Dit heeft grote gevolgen voor de mensen die dagelijks worden onderdrukt en aan hun lot zijn overgelaten. In 2010 heropende Memorial haar werking in Tsjetsjenië, maar niet meer met dezelfde kracht als voorheen.
Hoe staat het met het onderzoek naar de daders van de metroaanslagen?
Er is erg weinig bekend over het onderzoek naar de daders van de aanslagen en de omstandigheden waarin dit gebeurde. Op 15 juni ll. tijdens een bijeenkomst van het Nationale Antiterrorismecomité sprak Aleksandr Bortnikov, huidig directeur van de FSB, over de “liquidatie” van enkele mensen die door de FSB (Veiligheidsdienst) als mogelijke daders werden genoemd. In feite komt dat dus neer op executies zonder voorafgaandelijk gerechtelijk onderzoek. Russische politici reageren niet op deze executies, evenmin verschijnen reacties in de pers. Ook het woordgebruik (dat de strijders of militanten worden “vernietigd”) wordt niet bekritiseerd. De ontmenselijking van de tegenstander (de reductie tot een militair object) is wijd verspreid. Wie zal hiertegen reageren?
Zoals ik al aangaf in het opiniestuk in De Morgen van 31 maart 2010, was het helemaal niet zo duidelijk wie nu eigenlijk achter die aanslagen zit. Dat Dokku Umarov, de leider van het zogenaamde verzet in de “bergen van Tsjetsjenië”, de aanslag opeiste, is nog geen bewijs van het feit dat alleen hij de verantwoordelijkheid draagt. Als Rusland zich echt zorgen zou maken over het groeiend extremisme binnen haar grenzen, dan is het “vernietigen” van mensen die mogelijks terrorist zijn – want niet bewezen – geen goede remedie. Integendeel. Dergelijke praktijken versterken de machteloosheid van de bevolking, voeden de straffeloosheid en de wetteloosheid en geven de extremisten-criminelen nog meer aanleiding om te rekruteren en dood en vernieling te zaaien. Een vicieuze cirkel, waarvan ik nog niet zo zeker ben of één van de partijen daar eigenlijk echt wel uit wil geraken.
Zijn er lichtpuntjes?
Ondanks alle repressie en terreur zijn er toch ook lichtpunten te ontwaren. Voornamelijk bij dat handvol dapperen dat ondanks alle tegenstand blijft ijveren voor het respect voor iedere mens, voor rechtvaardigheid en voor onafhankelijke rechtspraak. Gelukkig gaat het zelfs om meer dan een handvol, maar het blijft wel een sterke minderheid. De “bad guys” zijn immers met vele duizenden, zo niet honderd duizenden: enkele honderden in de “bossen” en de rest als betaald overheidspersoneel binnen de Tsjetsjeense veiligheidsdienst, de Russische veiligheidsdienst, de politie en allerlei onderdelen van het Russische leger. Uit verschillende verklaringen van president Medvedev mogen we concluderen dat hij geen repressieve uitweg ziet uit de situatie, maar eerder gelooft in de economische en sociale wederopbouw van het gebied. Daartoe stelde hij in januari van dit jaar Aleksander Khloponin aan, een zakenman uit Siberië, die overkomt als een no-nonsens man en al heeft laten verstaan dat Ramzan Kadyrov, huidig benoemd president van Tsjetsjenië, niet moet verwachten dat de geldstroom uit Moskou eindeloos zal zijn. Kadyrov zelf blijft zich gedragen als de protégé van premier Poetin, en is zelfs bereid om voor hem te sterven. Hoe ver zullen Poetin en Medvedev de spanning opdrijven rond de figuur van Kadyrov? Hoe lang zal deze man nog op post kunnen blijven?
Verder zijn er nog de ruim 150 lichtpuntjes die vanuit het Europees Hof in Straatsburg de wereld werden ingestuurd: Rusland werd ondertussen al 150 maal veroordeeld voor grove schendingen van het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens in Tsjetsjenië. Ook kan men lezen in het meest recente verslag van de parlementaire vergadering van de Raad van Europa dat deze veroordelingen een kentering, zij het minimaal, teweeg brengen in het gerechtelijk apparaat in Rusland. De resolutie die de Raad van Europa vorige week stemde over de situatie in de Noord-Kaukasus, werd trouwens voor het eerst in 14 jaar gesteund door de Russische delegatie. Lichtpuntjes zijn er dus wel, en die moeten wij als vredesbeweging koesteren en voeden. Maar het onrecht blijven benoemen en bestrijden is zo mogelijk nog belangrijker.
Annemarie Gielen
Werkgroep Oost-Europa, Pax Christi Vlaanderen