recensies

In de tweemaandelijkse Koerierkrant die Pax Christi Vlaanderen bij zijn leden verspreidt, nemen wij telkens ook een aantal recensies op van publicaties die verband houden met ons werkveld.  Hieronder vindt u de recensies van de voorbije nummers terug.

2013
————————————————————————————————–

januari-februari 2013

  • Natalie Roghton en Ton Koene (foto’s), Gevlucht uit Tibet, Lemniscaat, Rotterdam, 112 blz.

Wie met kinderen van 8 jaar en ouder de vluchtelingenproblematiek wil bespreken, kan niet om dit mooi uitgegeven boek heen. Een eerste druk van Gevlucht uit Tibet verscheen in 2008 en in 2009 was het aan zijn derde druk toe. Je vindt er het verhaal van vijf kinderen uit Azië, Afrika en Zuid-Amerika. Zij vertellen waarom ze gevlucht zijn. Maar je komt ook veel te weten over het leven dat zij nu leven. De kinderen vertellen zelf waar ze naar school gaan, wat ze eten, hoe het nieuwe land is waar ze zijn terecht gekomen en ook wat hun toekomstdromen zijn. Een verhaal over niet alleen ellende maar ook vreugde. De foto’s zijn prachtig en zullen de kinderen zeker aanspreken. (fh)

  •  Yves Delepeleire (foto’s Ivan Put), Mijn vlucht. Een geschiedenis van de asielmigratie naar België in tien vluchtverhalen, Averbode , 2012, 200 blz.

In 2011 vierde de Conventie van Genève haar zestigste verjaardag en dat moest op gepaste wijze gevierd worden. Via interviews met tien vluchtelingen die de afgelopen zes decennia ons land binnenkwamen, geeft Yves Delepeleire een indringend, authentiek en leerrijk beeld van de moeilijke tocht die mensen soms moeten maken om vervolging in hun eigen land te ontvluchten. Bij de een ligt de moeilijkheid in het nemen van de beslissing, bij de ander in de vluchtroute naar België en bij weer anderen bij het aantonen van die vervolging. Om daarna de draad van het leven weer op te pikken. Een sterk boek, vol boeiende lectuur over gewone mensen in speciale, onbenijdenswaardige omstandigheden. (ag)

  •  Warwick Pudney en Eliane Whitehouse, Een vulkaan in mijn buik. Een praktische gids voor ouders, hulpverleners en leerkrachten, Nieuwezijds, Amsterdam, 2012, 157 blz.

Een boek dat waarmaakt wat de ondertitel ons belooft. Woede en boosheid en hoe je daarmee omgaat, is een belangrijk onderwerp binnen gezin en school. Dit boek biedt inzicht in de houding van opvoeders tegenover boosheid en in de gevoelens van kinderen hieromtrent. De rode draad in dit boek is: “Er is niets mis met woede, maar denk eraan…Doe anderen geen pijn, doe jezelf geen pijn, maak geen dingen kapot en … praat erover”. Hiervoor reikt deze gids instrumenten aan: verhaaltjes, spelletjes voor kinderen vanaf vijf jaar, aansprekende oefeningen per leeftijdscategorie. Spelenderwijs leren kinderen hun emoties niet op te kroppen maar om te buigen in positief, constructief gedrag. Daarnaast biedt het boek technieken en adviezen waarmee ouders en leerkrachten inzicht krijgen in de oorzaken van boosheid en driftbuien. Dit alles in duidelijke taal, verzorgde lay-out en sprekende tekeningen. Achteraan vind je een lijst met websites en literatuur voor Nederland en België. Wij verwijzen hierbij uiteraard ook graag naar onze organisatie.

  • Hans Meganck, Milde zorg. Meditatie bij coaching & conflict, Acco 2012, 100 blz.

De titel van dit boek is misleidend. Natuurlijk gaat het in dit werk over milde zorg, over meditatie bij coaching en conflict, maar het gaat nog meer over de auteur zelf. Over wat hij heeft meegemaakt, wat hij heeft gevolgd aan studiedagen, vorming en verstilling, wat hij heeft gelezen. En over zijn diepe overtuiging: dat de christelijke meditatie, zoals hij die leerde kennen binnen de “Wereldgemeenschap voor meditatie vanuit de christelijke traditie”, een verrijking en verdieping kan betekenen van wat met ‘mindfulness’ weer volop onder de aandacht kwam. Omdat ook christelijke meditatie nu eenmaal mededogen voedt. Uiteraard! (jvdb)

  • Filip Coussée en Carmen Mathijssen, Uit de marge van het jeugdbeleid, Acco 2011, 208 blz.

Dit boek kwam er op initiatief van “Uit De Marge”, het steunpunt voor het jeugdwerk met maatschappelijk kwetsbare jongeren. Het is een verzameling van 15 uiteenlopende bijdragen die vanuit een breed perspectief het werk met deze jongeren belicht. Het boek biedt theoretische kaders over emancipatie, empowerment en toegankelijkheid in relatie tot de doelgroep. Het gaat concreet in op ruime maatschappelijke evoluties wat betreft armoede en de openbare ruimte.
Het boek stelt pertinente vragen: is de belangrijkste functie van dit specifiek jeugdwerk de uiteindelijke doorstroming van jongeren naar het “regulier” jeugdwerk? M.a.w.: moet het jeugdwerk maatschappelijk kwetsbare jongeren zodanig kneden dat ze in het reguliere jeugdwerk passen, of moet er ook een tegengestelde beweging zijn?
De auteurs nemen de functies van het jeugdwerk onder de loep. In de verschillende bijdragen geven zij aan dat jeugdwerk meer is dan vrijetijdsbesteding en dat het ook zijn sociale en pedagogische functie opnieuw duidelijker moet opnemen. Een verrijkend boek voor elke jeugdwerker en voor ieder die geïnteresseerd is in de vaak verhitte politieke discussies rond jongeren “in de marge”. (of)

  • Loïc Wacquant, Paria’s van de stad, nieuwe marginaliteit in tijden van neo-liberalisme, EPO 2013, 384 blz.

Dit stevig boek geeft een indringende analyse van de achtergestelde buurten, of “getto’s”, “banlieues”, in de Westerse wereld. Die analyse is gebaseerd op uitgebreid terreinonderzoek dat de auteur aan het eind van vorige eeuw deed in de getto’s van Chicago en een banlieue van Parijs. Wacquant legt de verschillen en de gelijkenissen bloot tussen de Franse – lees West-Europese –en de Amerikaanse achtergestelde buurten. Hij gaat dieper in op de oorzaken (de-industrialisering van de werkgelegenheid, permanente werkloosheid, stigmatisering) en de problemen (drugs, geweld, werkloosheid, armoede) in deze wijken als gevolg van achterstelling en zelfs uitsluiting. Ook de reactie van de overheid op die uitsluiting aan beide kanten van de oceaan wordt onder de loep genomen. Wacquant besluit dat er een groot verschil bestaat tussen de twee regio’s, onder andere in de reactie van het beleid en de historische raciale context.
De meeste onderzoekcijfers dateren al van de jaren ’90, maar de auteur countert dit door aan te geven dat degelijk onderzoek zich niet door de huidige vluchtige politiek en media moet laten opjagen. Wie het omstandig cijferwerk in dit boek doorbijt, krijgt er een interessant werkstuk over de “paria’s van de stad” voor in de plaats. (of)

  • Olivier Le Gendre, De kardinaal hoopt, Davidsfonds 2012, 228 blz.

Ik hoopte ook, maar kwam bedrogen uit. “De biecht van een kardinaal”, het boek dat eraan voorafgaat, was een revelatie. Maar nu leer je niet veel meer bij, zeker niet in de diepte. Veel tijd om de vertaling en de drukproef nog eens rustig na te lezen heeft de uitgever ook niet genomen, dunkt me. Waarop de kardinaal hoopt, en waarop die hoop gefundeerd is, blijft vrij onduidelijk. Wat mij betreft dus geen echte aanrader, op enkele bladzijden na… (jvdb)

maart-april 2013

  • Koen Van Biesen (auteur) en Warre Borgmans (verteller), Buurman leest een boek, De Eenhoorn, Wielsbeke, 2012, 48 blz. met illustraties + muzikale luister-cd

Buurman is verdiept in zijn boek, maar wordt telkens gestoord door zijn buurmeisje. Zij maakt veel lawaai met haar bal, haar liedjes, haar trommel en wat nog meer. Hoe kan de buurman dat oplossen? Hij heeft een plan…Een grappig prentenboek voor kinderen vanaf 5 jaar met veel aandacht voor emoties en respect voor de ander. Op de cd kun je het verhaal horen én het lawaai bij de buren. Op de rechterpagina staat de kamer van de buurman en links de kamer van het meisje. De collages bestaan uit lijntekeningen in verschillende kleuren. De tekst bestaat uit zich deels herhalende zinnen. Een schitterende uitgave die dubbel plezier biedt: van het prentenboek én van de cd. (fh)

  •  Hans Vanacker, Bus 26, De Eenhoorn, Wielsbeke, 103 blz. Voor kinderen vanaf 10 jaar

Pier-Jan, een 11-jarig jongetje, gaat naar school met bus 26. Hij wordt elke ochtend op die bus gepest. Door deze pesterijen krijgt hij meer en meer problemen.Hij dagdroomt op school, krijgt concentratieproblemen, gaat slechter eten, trekt zich terug, geraakt geïsoleerd. Het komt zelfs tot spijbelen. Jammer genoeg slaagt hij er niet in om met iemand over zijn probleem te praten. Niet met zijn moeder die haar eigen zorgen heeft, niet met de meester die flauwe grappen maakt, niet met zijn vriendje, zijn oudere zus, de secretaresse op school. Zijn oudste zus brengt de oplossing! Door zelf pester te worden, groeit zijn zelfvertrouwen en raken de problemen van de baan.

Jammer dat de auteur voor deze oplossing kiest. Hij beschrijft wel goed de gevoelens van een kind dat onder pesterijen gebukt gaat en de problemen die uit pesten voortvloeien, maar de snelle ommekeer van slachtoffer tot weerbaar jongetje dat zelf aan het pesten slaat, biedt geen oplossing voor de lezertjes. Hopelijk zet het hen wél aan het denken. (fh)

  • Mark Heirman, De Franciscaanse BelofteSpiritualiteit op blote voeten, Houtekiet, Antwerpen, 2011, 158 blz.

Dit boek ademt een sterke innerlijke en maatschappelijke bewogenheid uit. De auteur schrijft warm en meeslepend over wat de Poverello van Assisi op gang heeft gebracht. Dit leidt tot een kritische bevraging van de actuele franciscaanse beweging. Maar ook de hedendaagse vredesbeweging, sociale beweging en ecologische beweging worden op indringende wijze geïnterpelleerd. Mark Heirman besluit dat de franciscaanse belofte nog niet echt ingelost is. Allen die door Franciscus worden geïnspireerd daagt hij uit om die belofte op een nieuwe en eigentijdse wijze gestalte te geven. (jh)

mei-juni 2013

  • Julie Weyne, Julie Vanstallen en Lisa Van Damme, Transit 51, Lannoo, 2013, 192 blz.

Fotografe Lisa Van Damme mocht uitzonderlijk enkele weken verblijven in het asielcentrum Klein Kasteeltje en maakte er kennis met Camilje, Marua, Parandzem, Jamila en Evgenia. Vijf vrouwen in volle asielprocedure, die wachten op een antwoord en een nieuw leven. Ze zijn “in transit”. Dit boek bundelt hun verhalen, neergeschreven door Julie Vanstallen en werpt een unieke blik op het leven van vrouwen in het grootste opvangcentrum van België.

Julie Weyne, voormalig sociaal-cultureel werker in het Klein Kasteeltje, zette samen met de vrouwen uit het centrum het project op om tot dit fotoboek te komen op. Samen wilden ze het leven als vrouw in het opvangcentrum tonen aan de buitenwereld. Want zo zei Julie Weyne: “Jullie zijn meer dan statistieken, jullie hebben elk een uniek verhaal.”

Het resultaat mag er zijn. De foto’s geven een indringende inkijk in de dagelijkse realiteit in het centrum. Zij tonen dat deze vrouwen in transit zijn, maar ook een voorlopige “thuis” creëren voor zichzelf en bij sommigen ook voor hun gezin. De verhalen maken van deze “dossiernummers in procedure” mensen van vlees en bloed. Mensen met een enorme bagage en een ongelooflijke levenskracht.

Een absolute aanrader voor wie het gezicht van migratie echt wil leren kennen. (of)

  • Raf Custers, Grondstoffenjagers, EPO, 264 blz.  

Zoals we van hem gewoon zijn, strooit Raf Custers ook in zijn recente boek Grondstoffenjagers kwistig gedetailleerde informatie rond, waardoor je flink wat bijleert over de achtergronden van de grondstoffenrush in de DR Congo, en overigens ook op andere plaatsen op het continent en in Bolivia. Hoewel niet alles nieuw en voor de gelegenheid omgespit is, biedt het boek een compilatie aan die kan tellen. Het brengt het bepaald onfraaie verhaal over hoe de majors in de mijnsector tewerk gaan bij de veiligstelling van hun bevoorrading en hoe ze daarbij geen vuile trucs sparen. Congo en andere Afrikaanse landen, zoals Mali ondanks zijn goudvoorraad en de Westelijke Sahara ondanks zijn fosfaat, blijven verweesd achter, verstoken van de mogelijkheid om met hun onmetelijke bodemrijkdommen welvaart voor hun bevolking te creëren.

Natuurlijk heeft Raf Custers overschot van gelijk als hij de rol van transnationale mijnondernemingen in de verf zet. Zij proberen om de ruimte die er in Congo is geschapen door het ontbreken van een efficiënte overheid zo maximaal mogelijk in te nemen en vaste greep te krijgen op de gang van zaken. Maar de auteur schenkt in mijn ogen te weinig aandacht aan de nefaste rol van de staat in het mijngebeuren.

Custers schuift uit door informatie die niet in zijn schema past te onderbelichten of ze soms zelfs niet mee te geven, en wie het niet met hem eens is te diaboliseren. Hier is geen sprake van blinde naïviteit, daarvoor weet hij te goed wat er aan de hand is. In zijn boek citeert Custers L’enjeu géopolitique des transnationales minières au Congo.  Die brochure maakte furore, schrijft hij, maar is erg eenzijdig. Tja. (gp)

2012
————————————————————————————————–

januari-februari 2012

  • Guy Poppe , De moord op Rwagasore. De Burundese Lumumba, Uitg. EPO, 2011, 272 blz.,  isbn: 9789491297052, prijs: €21

Zegt de naam Rwagasore u iets? Lumumba klinkt u wellicht bekender in de oren. In september 1961 wint Louis Rwagasore met zijn partij de verkiezingen in Burundi. Tien dagen later legt hij de eed af als eerste minister. Op 13 oktober vindt dan een dramatische gebeurtenis plaats. Rwagasore, de zoon van de Burundese Koning (‘mwami’), wordt vermoord.

Met ‘De moord op Rwangasore. De Burundese Lumumba’ (EPO, 2011) schreef Afrikaspecialist en voormalig VRT-radiojournalist Guy Poppe een boeiende reconstructie van de mysterieuze moord op de Burundese premier. Opmerkelijk zijn de parallellen tussen Rwagasore en de Congolese eerste minister Patrice Lumumba. Zo is er bijvoorbeeld de betrokkenheid van Belgen in de moord op de Afrikaanse premiers.

Wanneer Centraal-Afrika bij ons aan bod komt, gaat het vaak om de Democratische Republiek Congo. Het kleine buurland Burundi, het voormalig Belgisch voogdijgebied, krijgt weinig aandacht. ‘De moord op Rwangasore’ is zowel een biografie als een geschiedenisboek. Bovendien is de timing van de publicatie goed gekozen. Burundi herdenkt namelijk dit jaar, op 1 juli 2012, zijn 50ste onafhankelijkheidsverjaardag. Een bijkomende reden om meer te weten over een deel van de Burundese én de Belgische geschiedenis. (nn)

  • Willy Laes, Mensenrechten in de Verenigde Naties, Uitg. Garant, 2011, 307 blz., isbn: 9789044128260, prijs: €29.90

Afgaande op de hoofdtitel van dit boek zou je denken: eindelijk nog eens een mooi en positief verhaal uit de recente geschiedenis na de gruwelijkste van alle oorlogen. De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) werd immers op 10 december 1948 door de nieuw opgerichte Verenigde Naties aanvaard als richtsnoer en als ideaal inzake mensenrechten. De UVRM is één van de meest sprekende en één van de belangrijkste documenten uit de wereldgeschiedenis. De ondertitel van het boek – “Een verhaal over manipulatie, censuur en hypocrisie” – laat echter verstaan dat het verhaal dat Willy Laes brengt niet zo rooskleurig is. Wat is er dan aan de hand met de mensenrechten in het algemeen en met de UVRM in het bijzonder?

Willy Laes bespreekt op grondige wijze de ruim verspreide opinie dat de UVRM in wezen een Westers, en dus allerminst een universeel product zou zijn. De auteur toont aan dat deze beperkende inschatting al aanwezig was bij de aanvaarding van de UVRM in 1948, en dat de strijd voor de erkenning van een aantal universele grondrechten tot op vandaag bijlange nog niet beslecht is, wel integendeel.

Laes was de eerste voorzitter van Amnesty International Vlaanderen. Hij schrijft dit boek als overtuigd humanist en als expert in mensenrechten, en bespreekt o.m. de nefaste houding van wat hij “de intolerante gelovigen” noemt. Hij reikt de hand naar allen die de onvervreemdbare waardigheid van elke mens en de universele mensenrechten op een open en tolerante wijze verdedigen, onder wie ook tal van gelovigen.

Ik heb al die jaren en tot op vandaag Willy Laes mogen ervaren als een sterke tochtgenoot en boeiende tegenspeler. Ik kan de lezing van dit stevig gedocumenteerd boek dan ook ten zeerste aanbevelen. Het boek is in onze vredeswinkel te verkrijgen. (jh)

Aline Sax studeerde Geschiedenis aan de UA en legt momenteel de laatste hand aan een doctoraal proefschrift over de Tweede Wereldoorlog. Voor haar romans pleegt ze telkens nauwgezet historisch onderzoek. Caryl Strzelecki publiceerde stripverhalen en cartoons in verschillende dag- en weekbladen. Tekenen is voor hem een voorrecht, maar “je hebt er beslist wel discipline voor nodig.” Hij hanteert een ruwe, kriebelige tekenstijl met pen, penseel en Chinese inkt. Dood, vernieling en het onnoembare leed worden weergegeven in grove lijnen en donkere kleuren.

In De kleuren van het getto beschrijven zij hoe de Duitse bezetter in 1940 alle joden samenbrengt in een stadsdeel van Warschau, dat zo herschapen wordt tot een gruwelijk getto. Misja legt zich niet zomaar neer bij de situatie… De tekst en het beeld doen je voortdurend naar adem happen. Deze “graphic novel” doet denken aan de film ‘The Island In Birdstreet’ (1997) waarin de 11-jarige Alex in een gelijkaardige situatie zit. Het werk van Sax en Strzelecki hanteert het genre opperbest en de auteurs slagen erin om dezelfde ontroering, walging en machteloosheid weer te geven. Dit is geen boek voor watjes, en wordt pas aangeraden vanaf 15 jaar. Een terechte afgrenzing van de leeftijd die lezers en jongerenbegeleiders aanzet om omzichtig met deze donkere kant van de maatschappij om te gaan.

Meer informatie met o.a. een didactische map, een tentoonstellingsproject en een ATV-interview vind je op www.alinesax.be en www.red-de-bajka.be . (gdw)

maart-april 2012

  • Izzeldin Abuelaish, Bruggen, geen muren. Het hoopvolle verhaal van een arts die zich inzet voor vrede in de Gazastrook en Israël, Meulenhoff, 2011

Verschrikkelijk mooi. Verschrikkelijk is de werkelijkheid waarover het gaat, en ongelooflijk mooi de mens die dit verhaal vertelt. De auteur is een Palestijnse arts, gynaecoloog, gespecialiseerd in de behandeling van onvruchtbaarheid. Hij is geboren in 1955 in een vluchtelingenkamp in de Gazastrook, zeven jaar nadat zijn familie ‘voor enkele weken’ was weggetrokken van de boerderij naar een wat rustiger gebied.
Izzeldin Abuelaish vertelt het verhaal van zijn familie, en vanuit dat concrete relaas het verhaal van Gaza, en van de hele regio. En in en doorheen het verhaal van de ‘feiten’ proef je wat die geschiedenis met de auteur heeft gedaan: in elke tegenslag ziet hij een nieuwe kans, en elke ontmoeting sterkt hem in de overtuiging dat er geen  twee soorten mensen zijn – goede en slechte -  maar dat goedheid overal te vinden is, en frustratie overal kan leiden tot kortzichtigheid en geweld. Je maakt kennis met een diepgelovige moslim, een echte Palestijn, en een heel warme cultuur die echte menselijkheid hoog in het vaandel draagt.

De dood van zijn drie dochters – veelbelovende studentes – tijdens een raketaanval van Israël op Gaza tijdens de operatie “Gegoten Lood” (eind 2008 – begin 2009) heeft hem gesterkt om zich nog meer in te zetten voor vrede en verzoening, voor vreedzame co-existentie tussen Palestijnen en Joden, twee volkeren die zoveel gemeenschappelijk hebben. De oorspronkelijke titel van dit boek is niet toevallig “I shall not hate”! Sterk aanbevolen aan wie vrijwel nog onbekend is met het verhaal van de Gazastrook, en ook aan wie er tot hiertoe van uitging dat de islam mensen als vanzelf tot geweld aanspoort…

Uit de vele filmpjes op YouTube durf ik alleszins dit korte interview (12’, Engels gesproken) aanbevelen:  In conversation with Izzeldin Abuelaish – 11 mei 2011 Tehelka (India). (jvdb)

  • Jonas (Slaats), Vasten. De eenvoud van Gandhi en Jezus, © Yunus publishing, 2012 – downloaden van the.writingsofjonas.net of daar in boekvorm bestellen (€ 12,-)

Op zijn heel eigen wijze, eenvoudig, zonder geleerddoenerij, plaatst onze vroegere collega Jonas Slaats in dit boek Gandhi en Jezus naast elkaar en toont aan hoe beiden ‘vasten’ – zich onthouden – zien als een weg die ons naar het wezenlijke leidt, als we dit tenminste niet doen om de uiterlijke schijn. Fris en pretentieloos, een waar pleidooi dat thuishoort in deze tijd van het jaar. Een stimulans om goed de weg naar Pasen te gaan! (jvdb)

Dit Handboek Mensenrechten is een van de weinige handboeken mensenrechten in het Nederlands. Het is een (geslaagde) ambitieuze poging om de rechten van de mens te analyseren vanuit een internationaalrechtelijk perspectief, zonder uit het oog te verliezen dat filosofische stromingen en een politieke context het internationale recht gekleurd hebben. Na de benoeming van prof. dr. Christine Van den Wyngaert als Pax Christi-ambassadeur voor de vrede was het lezen van dit handboek een uitdaging om de wereld van mensenrechten beter te leren kennen. Die universele rechten worden in dit boek op een gedetailleerde wijze bestudeerd.

Het werk wordt ingeleid met een overzicht van de algemene beginselen en grondslagen van de rechten van de mens, gevolgd door een analyse van het universele en de meest toonaangevende regionale systemen. Vervolgens wordt van elke generatie mensenrechten een recht ter illustratie grondig besproken: het recht op gelijkheid en non-discriminatie, het recht op gezondheid en het recht op zelfbeschikking. Dit recht op bescherming is nu ook het thema van de Vlaamse Vredesweek 2012. Een uniek boek op een uniek moment dus.
De auteurs hebben veelvuldig citaten en tekstfragmenten uit de belangrijkste bronnen gebruikt om de rijkdom ervan aan te tonen. Door de handige verwijzingen naar elektronische documenten en standaardwerken kan de lezer zelf zijn kennis verder uitdiepen. (gdw)

mei-juni 2012

  • Stefan Brijs, Post voor Mevrouw Bromley, Atlas Antwerpen/Amsterdam 2011, ISBN 978 90 450 1984 0, 510 p.

Een jongeman uit Londen neemt ons mee in zijn oorlogsbelevenissen. Hij is 16 jaar wanneer de eerste wereldoorlog uitbreekt. De beschrijving van zijn thuissituatie (arme maar hardwerkende mensen), de spanning tussen de studenten van zijn leeftijd (voortstuderen of naar de oorlog trekken), heel dat gebeuren toont ons de zinloosheid van een gewelddadige oorlog. De propaganda verdwaast de mensen, zet hen op een verkeerd spoor. De ellende pakt iedereen bij de keel. Lafheid, onzin, waanzin zijn de woorden die blijven nazinderen in al hun naaktheid en brutaliteit. We volgen de legers doorheen Frankrijk en België, terwijl in Londen de zeppelins bombarderen. Onze ‘held’ stuurt geregeld brieven naar “thuis”, maar het echte gebeuren wordt verdoezeld: in deze oorlog zet iedereen de waarheid naar zijn hand. En dat gebeurt in elke oorlog, die pure waanzin is. (ab)

  • Andrew Feinstein, Handelaren des doods, De Bezige Bij, 2011, ISBN 978 90 234 6463 1, 512 p.

De internationale wapenhandel ondermijnt de democratie en de nationale veiligheid, betoogt Andrew Feinstein. Het is tijd voor regels. De Zuid-Afrikaan Andrew Feinstein werd in 1994 bij de eerste vrije verkiezingen verkozen tot parlementslid voor het ANC. Aan zijn parlementaire loopbaan kwam enkele jaren later al een einde. Feinstein gooide gedegouteerd de handdoek toen bleek dat leden van de Zuid-Afrikaanse meerderheid bij een wapendeal smeergeld hadden ontvangen. Hij stelde zich ook de fundamentele vraag waarom Zuid-Afrika 6 miljard dollar besteedde aan wapens die het niet nodig had, terwijl er zoveel doodzieke AIDS-patiënten op hulp zaten te wachten.

Feinsteins ervaringen en verontwaardiging liggen aan de basis van dit boek: een striemende aanklacht tegen de internationale wapenhandel. In honderden pagina’s beschrijft hij hoe in schimmige deals miljoenen worden verdiend met de verkoop van wapens aan dubieuze regeringen. Maar ook hoe ook reguliere transacties tussen regeringen gesloten worden in een grijze zone waar smeergeld, enorme subsidies en informele diensten meer regel dan uitzondering zijn. Van de aankopen van kalasnikovs door Afrikaanse rebellen, de miljardenaankopen door Arabische koninkrijken en te hoge betalingen van het Pentagon voor wapens die beduidend minder “kunnen” dan wat in de brochure stond.

“Handelaren des doods” bestaat voor een belangrijk deel uit namen, data en cijfers. Dit zit de grote lijnen en de leesbaarheid van het werk soms in de weg. Gelukkig schrijft Feinstein ook boeiend over de context van de conflicten waarin de wapens worden gebruikt. Zo wordt zijn boek één lange geschiedenisles, bekeken door het vizier van een schiettuig.

Erg vrolijk wordt de lezer niet van dit werk. Wie echter nog twijfelt aan de noodzaak van een serieuze regulering de internationale wapenhandel, treft in de bevindingen van Feinstein een overvloed aan overtuigend materiaal aan, gebaseerd op harde cijfers en versterkt door de oprechte verontwaardiging van de auteur. (svb)

  • May (Lia) Verheyen, Gambia, verloren paradijs. Wat heeft Europa met Afrika? , 11.11.11, 2010, ISBN 978-2-8054-0999-8, 140 p. Prijs: 15 euro (+ verzendkosten). Te bestellen bij www.11.be/winkel, surf naar “producten”, klik “boeken” aan, daarna “informatief”.

Maria May Verheyen, werkte jarenlang voor de stad en de provincie Antwerpen, o.m. op de dienst Ontwikkelingssamenwerking (nu Noord-Zuidwerking). Haar engagement voor alles wat met solidariteit en verdraagzaamheid te maken had, dateerde van nog vroeger: als lid van de jeugdbeweging. Met haar boek “Gambia, een verloren paradijs”, wil Verheyen haar steentje bijdragen tot die solidariteit, en aandacht vragen voor mensen aan de andere kant van de wereld. In dit boek focust zij op de ongelijkheid en onfaire verhoudingen tussen het noordelijk en het zuidelijk halfrond. De kolonisatie, de slavenjachten van voorbije eeuwen, de ongebreidelde consumptiedrang van de westerse mens, karig respect voor milieu en dierenwelzijn… Verheyen giet het geheel in een romanvorm. In haar verhaal komt een jonge vrouw die in Gambia een missiepater helpt, in contact met de gewone Gambianen. Via haar ontmoetingen gaat zij zich meer en meer afvragen of de westerse mens niet meer respect moet opbrengen voor andere religies, voor de aarde, in plaats van almaar meer materieel comfort na te jagen…

juli-augustus 2012

  • Herinneringseducatie, School- en klaspraktijk, Themanummer aflevering 209, uitgeverij Garant, 52e jaargang 2010-2011, maart-mei 2011, 52 blz. ISBN 978 90 441 2892 5

Een jaar geleden uitgekomen, maar nu pas onder onze aandacht gekomen: het themanummer “Herinneringseducatie” van de reeks School- en klaspraktijk. Herinneringseducatie heeft door een herformulering voor de eindtermen van basis- en secundair onderwijs een nieuw elan gekregen. Hierbij hebben ook kinderrechten en veerkrachtontwikkeling een plaatsje gekregen. Het pas opgerichte Bijzonder Comité voor Herinneringseducatie moet alle activiteiten coördineren en scholen in hun aanpak van dit thema stimuleren. Dit nummer is een goede en handige bundel, mede samengesteld door leden van dat Comité.

Het themanummer Anne Frank en de nieuwe wereldburgers biedt waardevolle leermaterialen, achtergrondinformatie en lesschetsen. De figuur van Anne Frank staat centraal en biedt tal van boeiende aanknopingspunten om met kinderen van vandaag te werken rond thema’s als racisme, uitsluiting, vredesopvoeding en burgerschap. Een traject voor toekomstige wereldburgers.

Een kritische reflectie aan het einde van het nummer waarschuwt voor een te enge visie op “goeden” en “slechten”. Daar ligt uiteraard een taak voor de leerkracht: nuance aanbrengen in verhalen over oorlog of conflict, zodat ook de leerlingen leren omgaan met morele dilemma’s en het dragen van verantwoordelijkheid voor de rechten van zichzelf en anderen. (ag)

  • Guy Delisle, Jeruzalem, Oog & Blik/De Bezige Bij, Amsterdam, 2012, 334 blz. ISBN 978 90 549 2343 5

De Canadese stripauteur Guy Delisle heeft al heel wat comic art boeken (beeldverhalen) op zijn conto. Vaak zijn het autobiografische reisverhalen, zoals Pyongyang (2004). Delisles echtgenote werkt voor Artsen Zonder Grenzen (AZG) en hij vergezelt haar vaak als huisman/tekenaar op haar missies. Na Birma (2007) is Jeruzalem het tweede boek waarin hij op scherpzinnige en open naïeve manier vertelt over zijn ervaringen in een land waar zijn vrouw aan het werk is. Zijn stijl doet bij momenten denken aan die van documentairemaker Louis Theroux.

Jeruzalem speelt zich af in 2008-2009, het jaar waarin Delisle met zijn vrouw in Oost-Jeruzalem woonde. Het geeft je een inkijk in zowel de Israëlische als de Palestijnse samenleving en cultuur. Delisle beschrijft zijn ervaringen met religieuze feesten, waarvan hij telkens kort de betekenis meegeeft. Hij bezoekt tijdens zijn verblijf bekende plaatsen zoals de Klaagmuur, de Tempelberg, Masada en steden als Bethlehem, Tel Aviv en Hebron. Plaatsen die hij be-tekent in een prachtige minimalistische stijl. Het boek is uiteraard ook doordrongen van alles wat te maken heeft met het Israëlisch-Palestijns conflict. Zijn favoriete tekenobject is de scheidingsmuur, die in 2005 werd gebouwd door de Israëlische regering. De grafische kracht die van deze muur in het landschap uitgaat, is bijzonder sterk. De Gaza-oorlog die tijdens zijn verblijf woedde, komt ook uitgebreid in de strip naar voor.

Wil je op een ‘luchtige’ manier meer te weten te komen over de vele facetten van het conflict Israël-Palestina en de twee culturen van dichterbij leren kennen, dan is Jeruzalem een absolute aanrader. (of)

  • Luc Vankrunkelsven, ‘Legal! Optimisme – realiteit- hoop’, Wervel, 2012, 188 blz. Met voorwoord van Herman Verbeek. isbn 978 90 814 8682 8

Op de vooravond van de klimaatconferentie Rio +20 publiceert Wervel een nieuw boek over de interafhankelijkeid van Brazilië-Europa, Brazilië-China. De bijeenkomst in Rio de Janeiro dreigt bezet te worden door de industrie met zijn zogenaamde ‘groene economie’ (in het Portugees: ‘capitalismo verde’). Die wil vooral niet doorstoten naar een ‘ecologische economie’, maar biedt in dienst van ‘meer van hetzelfde’, veeleer een vorm van ‘groen kapitalisme’.

Legal! is het vierde Wervelboek dat gelijktijdig in het Nederlands en Portugees verschijnt en dat in de vorm van korte ervaringsverhalen (‘crónicas’ in het Portugees) moeilijke kwesties als Wereldbank, Wereldhandelsorganisatie WTO, nanotechnologie, etc. in toegankelijke taal probeert te brengen.

‘Legal!’ heeft in het Portugees een dubbele betekenis: ‘tof’ en ‘legaal’. De grootgrondbezitters stellen graag: ‘Alles wat wij doen – ontbossen bijvoorbeeld – is legaal’.

Het boek eindigt met de slottekst van Nyeleni-Europe, een beweging die het concept voedselsoevereiniteit (de verbinding van ecologische landbouw en eerlijke handel) concreet wil maken.

september-oktober 2012

  • Carl Ceulemans, Over oorlog en ethiek. De traditie van de rechtvaardige oorlog in theorie en praktijk, Garant 2011. 364 blz.

“In onze huidige internationale samenleving vormt de soevereiniteitsidee, en de daarmee verbonden non-interventieplicht, nog steeds de centrale hoeksteen. Omdat non-interventie nog steeds de regel vormt, en interventie de uitzondering, moet diegene die wenst tussen te komen, beschikken over een goede reden, of anders gesteld over een rechtvaardige zaak. Meer zelfs, om te voorkomen dat de rechtvaardige zaak misbruikt zou worden, en op die manier het soevereiniteitsprincipe volledig zou gaan ondergraven, moet diegene die intervenieert een legitieme autoriteit vormen. Tevens dient de interveniërende actor een einde trachten te maken aan het gestelde onrecht, met de uiteindelijke bedoeling om bij te dragen tot de realisatie van een meer leefbare en meer stabiele internationale gemeenschap.” (blz. 46)

Voor organisaties zoals Pax Christi, die geen absoluut pacifisme aanhangen, blijft het belangrijk om niet alleen de actieve geweldloosheid uit te dragen, maar zich ook te mengen in het debat over de grenzen bij het gebruik van geweld “om erger te voorkomen”. Als docent aan het Departement Gedragswetenschappen – Leerstoel Filosofie van de Koninklijke Militaire School zet auteur Carl Ceulemans ons in Oorlog en Ethiek aan het denken over het recht tot oorlog, en het recht in de oorlog. Terecht stelt hij dat de ‘rechtvaardige oorlog’-theorie en het pacifisme geen lijnrecht tegenover elkaar staande denktradities vormen. Zodra men in bepaalde situaties de inzet van geweld geoorloofd acht, moet men immers nadenken over voorwaarden en grenzen ervan. Ook al focussen we in de Vlaamse Vredesweek op preventie en heropbouw in het kader van de “responsibility to protect”, we kunnen er niet omheen dat die verantwoordelijkheid ook vragen oproept over mogelijke – militaire – interventies.

Het boek bestaat uit drie delen en is zeer leesbaar. Deel 1 brengt de theorie in kaart. Deel 2 toetst die aan de praktijk: vier hoofdstukken behandelen concrete kwesties sinds de Koude Oorlog, in de drie volgende hoofdstukken analyseert de auteur aan de hand van denkbeeldige casussen de ethische implicaties van het gebruik van bepaalde wapens en methodes. In deel 3 gaat hij dieper in op ethische aangelegenheden die voor militairen uiteraard heel belangrijk zijn. Maar die ook ons helpen om niet al te lichtzinnig te oordelen over kwesties die altijd weer te maken hebben met leven en sterven, doden en gedood worden. Een standaardwerk. (jvdb)

  • Ilse De Keyzer, Harde Noten, Clavis, 2012, 78 blz. Vanaf 12 jaar

In Harde noten kruipen we in de huid van Kaat, die naar het 2e middelbaar gaat. Na een echtscheiding en verhuis naar een grote stad kijkt zij bedrukt uit naar de eerste schooldag: wat een massa volk! In het rustige dorp waar ze vandaan komt, kende iedereen haar, maar in de nieuwe school sluipt de uitsluiting haar leven binnen. En dan volgen de pesterijen.

De Keyser schrijft meeslepend en toegankelijk voor de doelgroep. Het perspectief van de gepeste komt goed uit de verf. Alleen jammer dat het verhaal afrondt met een opgelegde oplossing, die de betrokken jongeren niet aan het woord laat. Misschien had men hier Pax Christi Vlaanderen wel kunnen inschakelen! Bemiddeling en dialoog leiden immers tot breder gedragen oplossingen, waarbij alle partijen zich goed voelen.

Een degelijk uitgangspunt voor een klasgesprek, of beter nog: een anti-pestprogramma in de school. (ag)

  • Anthony & Nicky Langley,  De grote oorlog voor kleine kinderen: heldenmoed in beeld, Davidsfonds, 2012, 152 blz.

Anthony Langley bezit een immense verzameling tijdschriften en boeken uit de periode van de eerste wereldoorlog. Samen met zijn zus Nicky schreef hij De grote oorlog voor kleine kinderen. Het dagelijks leven werd van 1914 tot 1918 beheerst door de oorlog en ook kinderen ontsnapten daar niet aan. School- en leesboeken, strips en zelfs kleurboeken toonden de oorlog in woord en vooral in beeld. In dit rijk geïllustreerde boek vinden we kindvriendelijke prenten van dieren die ingezet werden in de oorlog, maar ook gruwelijke beelden van executies. De auteurs gaan ook na waarin de beelden en verhalen verschillen in België, Groot-Brittannië, Duitsland en Frankrijk en hoe ze de kinderen tijdens en na de oorlog beïnvloedden. Een origineel boek dat uren lees- en kijkplezier biedt. (fh)


november-december 2012

  • Natalie Roghton, Ineke Koene (illustraties) en Ton Koene (foto’s), Help, mijn iglo smelt! Vier verhalen over kinderen uit verre landen, Editie: 2, Lemniscaat, Rotterdam, 2010, 129 blz., Doelgroep: 8+

Wil je graag met je kinderen thuis of op school praten over milieuproblemen en over de gevolgen van klimaatveranderingen? Dan is Help, mijn iglo smelt! een prachtig geïllustreerd boek, boordevol foto’s en info ,waarvan je zelfs als volwassene kan genieten en bijleren! Kinderen tussen tien en twaalf jaar vertellen vier levensechte verhalen uit vier continenten. Er is telkens een brede inkijk in het leven van de mensen: hun huisvesting, voeding, scholen, gezondheidszorg, gewoonten en tradities. Dit alles neergeschreven in vlotte en boeiende teksten met fascinerende, doorleefde foto’s van Ton Koene. Een mooi geheel op maat van kinderen vanaf acht jaar. (fh

  •  Theo Royers en Maria van Bavel, Oud leed. Basisboek ouderenmishandeling, EPO, 2012, 200 blz.

Dit boek geeft een duidelijk beeld van wat “geweld” in de ouderenzorg kan zijn. Het duidt niet alleen op wat mishandeling is, het reikt verschillende handvaten aan om signalen van mishandeling vast te stellen. Vaak is mishandeling niet zozeer fysiek op te merken. Psychische gevolgen zoals apathie, depressie of juist agressie kunnen eveneens signalen zijn van geweld bij ouderen (cyclus van geweld).

Dit boek is ook een aanrader omdat het de nabije begeleiders kan overtuigen deze problematiek ernstig te nemen. Vaak is men bang “mishandeling” te melden uit angst om geen gehoor te krijgen. Talrijke voorbeelden illustreren wat “geweld” kan betekenen. Het verlaagt de drempelvrees om dit onderwerp bespreekbaar te maken. Ten slotte wordt aangetoond bij welke instanties – let wel: dit zijn Nederlandse situaties en aanpak – men terecht kan om mishandeling te melden. (rb)

  •  Koenraad De Wolf, Johannes Wickert en Manu Verhulst, Zoeken naar de essentie van het christendom, Halewijn / Tertio, 2011, 80 blz.

De “ecologische Christus” die een glasscherf opraapt, broeder Franciscus die opkijkt naar de Sultan, dit zijn enkele van de beklijvende beelden van de Duitse schilder Johannes Wickert (°1954), die daarmee essentiële elementen uit ons geloof in beeld brengt: de hele schepping is heilig en verdient eerbied, en ook elke andere religie die tot medemenselijkheid aanzet is een Godsgeschenk. Schilderend speelt hij in op wat in het eerste deel van dit boek te lezen valt: tien interviews die Tertio publiceerde in de zomermaanden van 2009 en 2011. Trouw aan zichzelf laat Tertio ons daarin kennismaken met een grote verscheidenheid van mensen en meningen over de essentie en de betekenis van het christendom voor onze wereld: met o.a. de Anglicaanse aartsbisschop Rowan Williams, de vrijzinnige moraalfilosoof Etienne Vermeersch, islamoloog Tariq Ramadan en Lee Wax, een vrouwelijke joodse rabbijn, de Waalse jezuïet Jacques Scheuer en de goed bekende Hans Küng. Een mooi geschenkboek, voor een breed publiek. (jvdb)

  •  Kris Gelaude, Voor wie verstilling zoekt. Impressies en gedachten, Averbode / Forte, 2012, 128 blz.

“Stilstaan is een vorm van protest tegen alles wat het leven uitholt”. Deze openingzin zet meteen de toon voor de nieuwste verzameling tekstjes van Kris Gelaude. In het eerste hoofdstuk, toepasselijk “verhalen van onderweg” genoemd, mediteert Gelaude rond een aantal menselijke ervaringen, en hoe ze die zelf doorgemaakt heeft. De thema’s van deze ervaringen reiken van vakantie en schepping tot leegte en dood. Uit haar worsteling met deze thema’s laat Gelaude ook persoonlijke wijsheden naar boven komen.

In het twee hoofdstuk worden de teksten strofisch en balanceren ze tussen gebed en gedicht. Hoewel deze tekstjes doorspekt zijn van christelijke symboliek en verwijzingen zijn ze in een sterke poëtische taal geschreven die voor iedereen toegankelijk is. In het laatste hoofdstuk spendeert Gelaude bijzondere aandacht aan de zoektocht naar een leven dat niet beheerst wordt door angst, maar tot bloei kan komen in hoop en vertrouwen. Een sterk boekje waar je ook voor je eigen leven een aantal tekstjes uit kunt halen. (mvdv)

  •  Marc Demeyer, In Flanders Fields. Beelden/Images, Davidsfonds 2012, 172 blz.

2014-18 wordt een intense periode van herdenkingen van de Eerste Wereldoorlog. Pax Christi zal er aan meewerken dat het een periode van diepgaande bezinning wordt. We moeten de achtergronden van deze en andere oorlogen doorgronden. Er de nodige lessen uit trekken om vandaag te kunnen werken aan geweldpreventie en vredesopbouw in een wereld waar oorlog en geweld nooit ver weg zijn.

Dit mooi uitgegeven fotoboek is een geschikt hulpmiddel om opnieuw de reis te maken van Nieuwpoort over Diksmuide naar Ieper en Mesen, en van Poperinge over Houthulst, Vladslo en Langemark naar Passendale en Zillebeke. Het gebied dat nu bekend is als “In Flanders Fields” en waar de “Groote Oorlog” een spoor van totale vernieling achterliet. Fotograaf Marc Demeyer schrijft hierover in zijn voorwoord: “De vele kerkhoven en gedenktekens, de heropgebouwde steden en herstelde landschappen zijn plaatsen van bezinning met een altijd terugkerende actualiteitswaarde”.

Chris Spriet verzorgde sprekende gedichten die de bezinnende kracht van het boek versterken. Bijzonder interessant is ook het verhaal achter de foto’s dat de lezer achteraan het boek terug vindt. Alle teksten zijn opgenomen in het Nederlands, het Frans en het Engels, wat dit boek ook toegankelijk maakt voor internationale contacten. (jh)

 

2011
—————————————————————————————————

januari-februari 2011

  • Norbert Chantrain, Op zoek naar geluk. Asielzoekers en hoe wij over hen denken, uitg. Witsand, 2010, 102 blz.

In 1996 besliste de regering een asielcentrum te openen in Kapellen. Beslissing die heel wat commotie veroorzaakte bij de plaatselijke bevolking. Norbert Chantrain was een werker van het eerste uur om deze mensen, ‘op zoek naar geluk’, een goed onthaal te bieden. En nu verrast hij ons met een bijzonder waardevol boekje.

Via (fictieve) brieven brengt hij het hele spectrum in beeld, alle mogelijke reacties op de komst van het asielcentrum. Hij oordeelt niet, maar toont: de voorzichtige aarzeling, de resolute afwijzing, de warme verdediging… De lezer maakt kennis met de angsten van buurtbewoners, in alle schakeringen, maar ook met hun begrip en medeleven, en hoe ze op elkaar reageren.

In een klas of een gespreksgroep waar men niet bang is om heikele thema’s aan te snijden kan dit boekje zeer goede diensten bewijzen. “In wie herken ik me het meest?” wordt dan misschien de openingsvraag. En als mensen, ondanks grote verschillen, elkaar respectvol beluisteren, zijn ze goed op weg. Immers, “er is geen weg naar vrede, vrede is de weg”! (jvdb)

  • Hildegard Goss-Mayr & Jo Hanssens, Jean Goss. Mystique et militant de la non-violence, éd. Fidélité, 201, 135 blz. € 13,95.

‘Mysticus en militant van de geweldloosheid’: een vakbondsman die na een uitputtende veldslag in 1940 een mystieke ervaring opdoet – de God van Jezus Christus openbaart zich als liefde voor àlle mensen – en zo een vurige bezieler en begeleider wordt van geweldloze acties, wereldwijd.

Een historicus laat ons kennismaken met de precieze oorlogsomstandigheden waarin de ‘bekering’ van Jean Goss te situeren valt. Zijn echtgenote, Hildegard Goss-Mayr, schetst het gezin waaruit haar man kwam en illustreert de waarde van zijn wereldwijd engagement met vele getuigenissen over hem. In het derde deel tenslotte staan we stil bij zijn betekenis voor de Kerk en ons geloofsverstaan: een uitdaging om radicaal te kiezen voor de weg van de geweldloosheid.

Elk hoofdstukje eindigt met een meditatie, waarin Jo Hanssens de link legt tussen Jean Goss en een Bijbelfragment. Naast de roeping van Paulus, het Magnificat en psalm 85 komen de profeten Jesaja, Jeremia, Ezechiël, Hosea en Amos aan de beurt. Zo wordt dit portret-in-de-diepte een voedingsbron voor onze eigen ziel. Sterk aanbevolen voor een christelijk geïnspireerde keuze voor actieve geweldloosheid! (jvdb)

  • Geert  Taghon, Loop naar de maan. Praktijkgids omgaan met agressie in onderwijs en opvoeding, uitg.  Garant, 2008, 103 blz.

Dit boek vertrekt vanuit de visie dat agressie een vorm van “communicatie” is.

Of het nu de leerling is die iets of iemand naar de maan wenst, of de leerkracht (opvoeder),  in beide gevallen heeft diegene die deze vorm van communicatie hanteert,  de behoefte om gezien en gehoord te worden in wat hij innerlijk beleeft.
Geert Taghon legt duidelijk het verschil uit tussen frustratie-agressie (opgespaarde ergernissen)  en instrumentele agressie (weloverwogen gedrag). Aan de hand van een helder schema (een uitbarstende vulkaan) krijgt de lezer zicht op de kenmerken en de lichaamstaal in elke fase van dit gebeuren. Hij krijgt ook heel wat concrete en haalbare tips aangereikt om hiermee om te gaan. Nergens in dit boek krijgt iemand een etiket opgekleefd; de ondertoon is er één van respect en begrijpen.

De lezer wordt met vaste hand meegenomen in een proces om de vulkaan tot bedaren brengen. Op een heldere en beknopte manier wordt  weergegeven  welke vaardigheden de ouder en/of leerkracht  in zichzelf dient te ontwikkelen om op een constructieve manier met probleemkinderen (leerlingen) om te gaan.  Een aanrader voor wie pedagogische taken te vervullen heeft, maar evengoed voor wie inzicht wil krijgen in ons diepmenselijk functioneren.  Een interessant item binnen elke schoolomheining  is terug te vinden in hoofdstuk 6, over regels en reglementen.

Samen met de schrijver hoop ik dat dit boek een aanzet mag zijn tot zelfreflectie en een middel om agressie bespreekbaar te maken binnen de muren van de school. (jl)


maart-april 2011

  • Karen Armstrong, Compassie, De Bezige Bij, 2011, 239 blz.

Begin 2008 ontving Karen Armstrong de TED-prijs na een vurig pleidooi om ‘mededogen’ en de ‘gulden regel’ – “Behandel je evenmens zoals je door hem behandeld wil worden” – opnieuw in het hart van elke religie of levensbeschouwing te plaatsen. Dat rond de vijfhonderd creatieve geesten uit de wereld van TED, Technology, Entertainment & Design, aan hààr project de prijs toekenden, is een teken aan de wand! Een jaar lang werden bijdragen vanuit de hele wereld verzameld en uiteindelijk verwerkt in het “Handvest voor compassie” dat eind 2009 het licht zag. En nu is er dit boek, een ‘twaalfstappenplan’ om ‘mededogen’ meer en meer te integreren in ons leven. Twaalf aandachtspunten, waarlangs mededogen kan groeien.

Het boek biedt een aanzet. Sommige stappen monden uit in concrete suggesties, andere niet. Een echt ‘praktisch handboek’ is het nog niet, maar we leren wel wat er allemaal nodig is om ‘compassie’ of ‘mededogen‘ vlees en bloed te laten worden in ons leven. Het voorwoord en hoofdstuk 1, “De eerste stap: Meer weten over compassie” – samen goed voor 1/3 van het hele boek! – gaan in op fundamentele kwesties: de inhoud van het begrip ‘compassie’, de neurologische ontwikkeling waardoor de mens zich kon distantiëren van zijn biologische voorgeschiedenis, en de omstandigheden waarin de ‘gulden regel’ in de diverse religies tot stand is gekomen. De vele voorbeelden, uit alle mogelijke religies, die ook in de elf andere hoofdstukken te vinden zijn zetten dan opnieuw de universaliteit van dat handelingsprincipe dik in de verf. Warm aanbevolen lectuur! (jvdb)

  • Paul De Witte, Egbert Rooze, Jan Soetewey en Elke Vandeperre (redactie), Een Derde Testament. Bevrijdende Schriftlezingen, Garant, 2011 ISBN: 978-90-441-2690-0. 201 blz., € 21.

Is het bevrijdend karakter van onze Heilige Boeken niet weggegomd? Is het volk niet veel onthouden aan innerlijke kracht en innig engagement vanuit de Schriften? En kunnen we opnieuw ‘van onderuit’ beginnen en met een andere bril naar de teksten gaan kijken? Vanuit deze vragen zijn de auteurs van dit boek vertrokken.

Dit boek bundelt lezingen die steeds de onder- en achterkant van de werkelijkheid opdelven om soms rauw en tegendraads, soms teder en bemoedigend, de bevrijdende dimensies van deze teksten weer te laten oplichten. Zo kunnen zij leven geven aan een “derde Testament” van nieuwe praktijken en verhalen. Het resultaat is een uniek overzicht van verschillende emancipatorische leeswijzen: ‘volks’, ‘feministisch’, ‘materialistisch’, ‘intercultureel’, ‘politiek’, ‘joods’, en zelfs een ‘bevrijdende lezing van de Koran’.

Elke Schrifttekst krijgt een theoretische toelichting en een concrete toepassing. Daarnaast is een uitgebreid hoofdstuk gewijd aan ‘lezen in de praktijk’, met methodische tips. Het Derde Testament is dan ook een onmisbare handleiding voor weerbarstige zinzoekers die op een bevrijdende en hedendaagse manier oor willen lenen aan de Schriften in leerhuizen en Bijbelgroepen, bij vormingsmomenten in moskee of cultureel centrum. “Bijbellezen” zei Paul De Witte eens, “doen we met onze voeten in de aarde en vaak met vuile handen, waardoor de bladen van de heilige boeken al snel beduimeld geraken en hun schijn van heiligheid verliezen, maar juist daardoor hun kracht tot heiliging hervinden.” (André Brems)

  • Wim Dobbeleers, Antwerpse oorlogsherinneringen en de zwarte markt , uitg. Pax Christi Vlaanderen 2011, 64 blz., € 12,00 – bestelcode 5058

Wim Dobbeleers werd eind vorige maand 80 jaar. Voor familie en naaste omgeving had hij een belangrijke boodschap. Hij had namelijk zijn oorlogsherinneringen genoteerd in een manuscript, dat hij  tijdens de vorige editie van de Boekenbeurs bezorgde op de stand van Pax Christi. Het  gebeurt wel vaker dat auteurs hun werk aanbieden aan een standhouder. We lazen het en reageerden prompt. Drie maanden later zijn we met de dienst Vredeseducatie tevreden dat we bij wijze van verjaardagscadeau en uitdrukkelijke dank het verhaal van het Antwerpse Vergeltungs-bommendrama tijdens de Tweede Wereldoorlog kunnen uitgeven.

De schrijver neemt je mee naar de oorlogsjaren. Hij was een kind toen en  woonde in het Antwerpse, in ‘den blok’, waar op het einde van die oorlogsjaren één van de drie ergste V-bommeninslagen plaatsvond. We zien de werkelijkheid tijdens die moeilijke jaren – met Dobbeleers mee – door de bril van een kind. De zoektocht naar de mysterieuze zwarte markt en de vele beklijvende herinneringen maken van dit boek een merkwaardig juweel. Dobbeleers verhaal leest vlot en heel wat jongeren vanaf 12 jaar zullen er zich in kunnen inleven. Als ouder, opvoeder, leerkracht en geïnteresseerde sta je versteld van rijke jeugdherinneringen van een 80-jarige ( met o.a. foto’s uit het archief van Pax Christi Vlaanderen en de Kapucijnen).  Het mooie, strakke ontwerp en de lay out zijn van de hand van Evie Wuyts, www.eviewuyts.be

Te bestellen via vredeswinkel@paxchristi.be (gdw)

mei-juni 2011

  • Toon VAN BIJNEN, Wegen tot ontmoeting, Halewijn, 2011, 80 blz.

Een parel van eenvoud en van hoop! Geen zware, problematische benadering van de interreligieuze – en dus multiculturele – samenleving, maar een blikopener. Toon van Bijnen laat ons meekijken naar een lange stoet van dingen die gebeuren, dichtbij en veraf, en maakt daarmee duidelijk dat goed samenleven met mensen met verschillende religieuze achtergronden niet iets is wat “moet kunnen”, maar wat “kan”! Feiten zijn immers feiten – en de talloze voorbeelden die hij geeft kunnen alleen maar inspirerend werken, op alle niveaus, van de ontmoeting in de buurt en de familie tot het beleidsdomein van onderwijsmensen en politici.

Van dit laatste twee voorbeelden: de multiconfessionele school die straks van start gaat in Osnabrück (blz. 36-37) en de stimulansen die uitgaan van de president van Kazakhstan ter bevordering van een multireligieuze samenleving (blz. 68-69): “De interreligieuze dialoog behoort tot het normale onderwijsprogramma, omdat die behoort tot de wereld van vandaag, tot het leven van vandaag, waarop de jeugd moet worden voorbereid, zegt men in Astana. Dat is weten hoe laat het is. weten in welke wereld wij leven.”

Toon van Bijnen is niet naïef. Hij beseft maar al te goed dat er nog een lange weg te gaan is: de openingsbladzijden brengen een waslijst van de vele negatieve berichten, die we bijna allemaal kennen. Positieve gebeurtenissen en ontwikkelingen kennen we echter veel te weinig – of vinden we al te vanzelfsprekend. En toch kunnen we daaruit hoop putten: de hoop waarvan de auteur in dit eenvoudige werkje zo helder getuigt.  (jvdb)

  • Nelson Mandela, In gesprek met mijzelf – Persoonlijke notities, Lannoo, 2011, 432 blz

Op 11 februari 1990 stapte ANC-leider Nelson Rolihlahla Mandela, aan de hand van zijn toenmalige vrouw Winnie, de Victor Verster-gevangenis uit. In één van de meest beklijvende, “iconische” televisiemomenten van de voorbije kwarteeuw kreeg de wereld eindelijk de man te zien die al jaren miljoenen mensen – vanuit gevangenschap – kon begeesteren.
Nu Mandela, zoals Barack Obama in het voorwoord van In gesprek met mijzelf zegt “in de laatste fase van zijn leven” is, is de tijd rijper dan ooit om stil te staan bij het turbulente parcours dat hij aflegde. Een parcours dat ondanks 27 jaar gevangenschap leidde naar een geweldloze politieke omwenteling.

Ingeleid en bij elk hoofdstuk historisch gekaderd door Verne Harris, projectleider van het Nelson Mandela Center of Memory and Dialogue, biedt deze uit het persoonlijk archief van Mandela  geputte verzameling een bijzonder toegankelijke inkijk in het politieke en privéleven van deze historische figuur. Wie deze documenten – brieven, aantekeningen, tientallen uren gesprekken met Richard Stengel, die intens met hem samenwerkte aan zijn autobiografie A Long Walk to Freedom, en niet gepubliceerde stukken uit het manuscript én uit het vervolg van die autobiografie – leest, krijgt een helder en menselijk beeld van wat Mandela van bij de eerste momenten van politiek engagement, gedurende zijn gevangenschap en tot na zijn presidentschap heeft bewogen en beziggehouden. Een boeiende “ontmoeting” tussen een intellectueel leider van wereldformaat die zijn volk en zijn land in zijn ziel draagt en een ondanks alle vernederingen van de Apartheid blijvend pleitbezorger van rechtvaardigheid en dialoog.

Het boek is opgedragen aan Mandela’s 13-jarige kleindochter die vorig jaar verongelukte na de openingsceremonie van de Wereldbeker voetbal in Johannesburg. (ks)

juli-augustus 2011

  • Stéphane Hessel, Neem het niet!, uitg. Van Gennep & Van Halewyck, april 2011, 31 blz.

“Er zijn in deze wereld dingen die onverdraaglijk zijn. Om dat te zien moet je goed kijken, zoeken. Ik zeg tegen de jonge mensen: zoek maar even en dan vinden jullie ze wel. De slechtst denkbare houding is onverschilligheid, zeggen ‘ik kan er niets aan doen, ik red me wel’. Als jullie je zo gedragen, verliezen jullie een van de meest wezenlijke eigenschappen waardoor de mensheid zich kenmerkt. Een van de onmisbare eigenschappen: het vermogen om in opstand te komen en het engagement dat daaruit voortvloeit.”

“Tegen de jonge mensen zeg ik: kijk om je heen, dan vind je genoeg thema’s die je verontwaardiging rechtvaardigen – de behandeling van immigranten, illegalen en Roma. Je zult concrete acties tegenkomen die je ertoe zullen brengen om als burger krachtig actie te voeren. Zoek en je zult vinden!”

Twee citaten uit een merkwaardig pamflet, dat een goed half jaar na het verschijnen al in vele talen is vertaald en dat in Frankrijk (onder de titel Indignez vous!) alleen al een oplage van meer dan anderhalf miljoen exemplaren telt. De auteur? In oktober wordt hij 94… Stéphane Hessel was in WO II actief in het Franse verzet, overleefde de concentratiekampen, werkte mee aan de opstelling van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en is vandaag – als halve jood – o.m. erg verontwaardigd om wat de Palestijnen in Gaza wordt aangedaan.

Geef dit boekje cadeau aan jonge mensen! Wakker met dit pamflet het vuur in hen aan! “Wij roepen de jonge generaties op om de erfenis en de idealen van het verzet tot leven te brengen, ze door te geven. Wij zeggen tegen hen: neem onze plaats in, kom in verzet! Diegenen die verantwoordelijkheid dragen op het gebied van de politiek en de economie, de intellectuelen en de maatschappij in haar geheel moeten het niet laten afweten, zich niet laten overdonderen door de huidige internationale dictatuur van de financiële markten, die een bedreiging vormt voor de vrede en de democratie.” En ook over de weg zijn we het volledig eens met de auteur: “We moeten begrijpen dat geweld de hoop de rug toekeert. We moeten kiezen voor de hoop, de hoop van de geweldloosheid. Dat is de weg die we moeten leren volgen.” (jvdb)

 

  • Jan Stevens, Terug naar Grozny, met foto’s van Tim Dirven, Uitgeverij Luster, 2011, 136 blz., ISBN 978 94 6058 0635

Tien jaar geleden, in de zomer van 2000, kwam de familie Chagaev (lees: Sjagajev) in België aan als vluchteling uit het door de oorlog geteisterde Tsjetsjenië. Vader, moeder en drie kleine zonen, op zoek naar veiligheid in een voor hen totaal onbekend land. Het lot besliste dat de familie naar Stekene werd gestuurd, waar de jongens terecht kwamen in het dorpsschooltje, waar de vrouw van Jan Stevens werkte. Zij nodigde vader en moeder, Oemar en Fatima, bij hen thuis uit voor een etentje: het begin van een lange en onverwachte vriendschap.

Toen het “jubileum” van tien jaar op de vlucht zijn naderde, begonnen zij te dromen van een terugreis: hoe zou het zijn, daar in Tsjetsjenië? Hoe is het met onze familie en vrienden? In de zomer van 2010 stapten zij samen met Jan Stevens en fotograaf Tim Dirven op het vliegtuig. Het werd een beklijvende ervaring, vol vreugde over het weerzien met familie en vrienden, vol verdriet over de overledenen en over de aangerichte schade aan vertrouwde gebouwen en straten. Vol angst ook voor het huidige regime: Oemar kende geen seconde rust uit schrik dat zijn Belgische vrienden iets zou overkomen.

Een prachtig verhaal, stijlvol uitgegeven in een mooi boek met sprekende foto’s. (ag)

  • Willy Van Damme, Handelaar des doods, uitg. Borgerhoff&Lamberigts,2011, 255 blz.

“Handelaar des doods” is het verhaal van Jacques Monsieur, door auteur Willy Van Damme omschreven als “Belgiës grootste misdadiger ooit”. Monsieur is, op zijn zachtst gezegd, inderdaad geen onbeschreven blad: tussen 1980 en 2000 groeit de man uit tot wapenhandelaar met connecties over de hele wereld. Gedurende twee decennia bevoorraadt hij via illegale wapenleveringen strijdende partijen in gewapende conflicten. Bovendien lijkt Monsieur ook meer dan een voet tussen de deur te hebben bij de westerse inlichtingendiensten, waardoor hij ongestoord te werk kan gaan.

De auteur levert met “Handelaar des doods” een erg informatief werk af: het boek is zowel een dwarsdoorsnede van het beruchte Brusselse milieu van de jaren tachtig als een kroniek van de achterkamers van het geopolitieke toneel op het eind van de vorige eeuw, wanneer het doek over de Koude Oorlog valt en grootmachten achter de schermen in de clinch gaan om hun politieke invloedsfeer uit te breiden of te bestendigen.

“Handelaar des doods” leest, mede door de getuigenissen die het verhaal kruiden, vlot weg. Echter, zoals de auteur het zelf stelt in zijn inleiding: dit is geen pretboek. Willy Van Damme schetst een ontstellend cynisch en gewetenloos milieu, dat wetens en willens, via decennia van illegale wapenleveringen duizenden mensen de dood injoeg. (svb)

  • Evi Verdonck, Diederik Cops, Stefaan Pleysier en Johan Put, Jongeren en geweld – Daders en slachtofferschap gemeten en beleefd, uitg. Acco, 2011, 246 blz.

Daar lag het boek te zonnebaden in de etalage van ACCO! Het lag netjes uitgestald naast het andere boek over vuurwapens. In ‘Jongeren en geweld’ brengen de auteurs Evi Verdonck, Diederik Cops, Stefaan Pleysier en Johan Put in opdracht van het Vlaams Vredesinsitituut de meest recente gegevens samen die in Vlaanderen beschikbaar zijn over jongeren als dader en slachtoffer van geweld. Het boek is een mooie weergave van een kwantitatief en kwalitatief onderzoek. Omdat de publieke aandacht (zowel in media als in de wetenschappelijke wereld) te eenzijdig gericht is op daderschap van jongeren, doet dit boek er goed aan om jongeren ook als slachtoffers van geweld te bestuderen.

Het boek leest helder en leert je naast de toestand over jongeren en geweld in Vlaanderen ook heel wat bij over methodologie in sociale wetenschappen. Een aanrader voor journalisten, wetenschappers, jongerenwerkers en allen die zich betrokken voelen met de problematiek van geweld. (gdw)

september-oktober 2011

  • Mustapha Chérif, De islam en het Westen. Een ontmoeting met Jacques Derrida, Klement/Pelckmans, 2011, 136 blz.

In het voorjaar van 2003 vond in Parijs, n.a.v. het Algerije-jaar, een colloquium plaats over ‘De toekomst der beschavingen’. In de slotzitting ging Mustapha Chérif, een Algerijnse moslimgeleerde die in Frankrijk studeerde (doctor in letteren en wijsbegeerte, doctor in de sociologie) in gesprek met Jacques Derrida, de ons beter bekende Franse filosoof – maar die, als jood, ook van Algerijnse afkomst blijkt te zijn. In 2004 overleed Derrida, en in 2006 verscheen “L’Islam et l’Occident”, dat nu pas in het Nederlands werd vertaald.

Chérif geeft het gesprek weer. Hij stelt de vragen, legt een topic op tafel, en Derrida antwoordt. Bij Chérif proef je de wrevel en het onbegrip vanuit de moslimwereld bij het Westers ongeloof dat de religie in het algemeen en de islam in het bijzonder van betekenis zou kunnen zijn voor de samenleving, en bij de laksheid waarmee het Westen de materialistische en seksistische consumptiecultuur maar laten betijen. Derrida gaat een heel eind mee met het denken van Chérif, maar brengt ook telkens nuances aan en laat aanvoelen dat heel wat zaken toch complexer zijn dan ze lijken.

Het mag dan nog de neerslag zijn van een gesprek dat ondertussen acht jaar geleden werd gevoerd, er zit stof in tot genuanceerd nadenken. En daaraan is meer dan ooit behoefte, ook bij ons.

  • Dirk De Schutter, Een hart voor de wereld. Zeven vrouwenportretten, Klement/Pelckmans, 2011, 117 blz.

Wie de auteur kent, weet dat het niet over vrouwenportretten zal gaan zoals je die in tal van magazines vindt. Zelfs korte biografische notities heeft hij niet opgenomen. Alle aandacht gaat naar de bezieling en de actie waarmee deze zeven vrouwen de strijd hebben aangebonden tegen alles wat totalitair is of in die richting gaat. En allen blijken ze op een of andere manier een band te hebben met de politieke filosofe waarmee hij de rij opent, Hannah Arendt, die als joodse van Duitse afkomst in Amerika is gestorven.

De Schutter trekt de wereld rond. Na Hannah Arendt komen nog aan de beurt: de Duitse studente Sophie Scholl, de Amerikaanse cultuurfilosofe Susan Sontag, de Iraanse literatuurcritica Azar Nafisi, de Zuid-Afrikaanse psychologe Pumla Gobodo-Madikizela, de Russische journaliste Anna Politkovskaja en de Indiase schrijfster Arundhati Roy. Zeven verhalen van vrouwen die ‘zichzelf’ geworden zijn, en daarmee een bron van hoop voor deze wereld. Elk verhaal herinnert ons eraan hoe één mens het verschil kan maken. Het vraagt wel luciditeit. En moed.

 

  • Christiane Berkvens-Stevelinck en Ad Alblas, Catechismus van de compassie, Skandalon, 2010, 139 blz. € 17,50.

Twaalf woorden, twaalf begrippen, twaalf uitnodigingen om stil te staan. Dit zijn ze: compassie, gelijkheid, verbondenheid, verzoening, rechtvaardigheid, vrede, waarheid, vrijheid, roeping, geloof, God, liefde.

Het woord ‘catechismus’ zou je op het verkeerde been kunnen zetten. Je vindt hier geen voorgekauwde antwoorden, niets om ‘van buiten’ te leren, maar veel om te laten binnensijpelen in je hart en je verstand. Kunst opent daartoe de weg. Prachtige reproducties zijn voorzien van een commentaar die me aandachtig deed kijken naar wat ik eerst zelf niet gezien had. Romans en films komen ter sprake, die het thema bespelen. En op het einde een Bijbelwoord dat ook nog een beeld en een duiding krijgt.

De opzet is duidelijk: geloven heeft met ‘mededogen’ te maken, is meer een kwestie van hoe je in het leven staat dan over hoe je over God en wereld denkt. Zo luidt het slotwoord: “De twaalf begrippen van deze catechismus zijn met elkaar verbonden. Het eerste en laatste hoofdstuk, compassie en liefde, reiken elkaar de hand: wie over compassie spreekt, heeft het over liefde. Wie zich begeeft in de stroom van de liefde als hemelse energie in mensen, komt vanzelf de andere centrale begrippen van het boek tegen. Wie het over God heeft, heeft het onvermijdelijk over mensen.” (blz. 135)

Detailkritiek is mogelijk. Een dt-fout, een zin waarin een woord ontbreekt (blz. 91, 97), en nog wel een fout waar ik overheen keek! Ik was verbaasd hoe de auteurs de Rwandese verzoeningscommissies onkritisch op dezelfde hoogte als die van Zuid-Afrika plaatsen (blz. 52), maar dan weer verheugd dat ook kwesties als pacifisme, geweldloos verzet en peer mediation bij kinderen aan bod komen (blz. 73, 78).

Ik heb van dit boek genoten. Het is meer een kunstboek dan een catechismus, het is een mooi cadeauboek – en toch niet erg duur. En vooral: het biedt boeiende stof tot nadenken, materiaal om ‘geloven’ echt weer op het spoor te krijgen zoals het Handvest voor Compassie dat verlangt: als een rijke bron van leven en samenleven. (jvdb)

november-december 2011

  • Jan Blommaert, De heruitvinding van de samenleving, EPO, 2011, ISBN 978-94-9129-707-6, 160 blz., € 15.00

In dit boek geeft Jan Blommaert, docent taal, cultuur en globalisering aan de universiteiten van Tilburg en Gent, een aanzet tot het oplossen van de problemen die er heersen in het multiculturele debat. Hij wil daarbij een (links) antwoord bieden op het zogenaamde ‘failliet van de multiculturele samenleving’ zoals het door politici zoals Angela Merkel en Nicolas Sarkozy werd uitroepen. De auteur opent met een weerlegging van de door rechts geponeerde stelling, als zou het echte debat hierover de afgelopen 20 jaar door links geblokkeerd zijn door allerhande taboes van de zgn. linkse kerk. Of in hun woorden “de problemen durven benoemen en zeggen waar het op staat”. Blommaerts betoog moet aantonen dat deze stelling niet klopt en dat eigenlijk het omgekeerde waar is. Dat het zogenaamde “failliet van de multiculturele samenleving” in wezen het failliet is van het rechtse beleid terzake. Meteen geeft hij aanzetten voor wat een “echt” links beleid kan inhouden rond de zogenaamde “multiculturele problemen”.

Het boek leest zeer vlot en biedt een gestructureerde analyse van de verschillende aspecten en standpunten in het multiculturele debat. Het is tevens een oproep om een links antwoord te bieden op de geformuleerde problemen. En om, aldus de auteur, dit antwoord met enige trots als ‘links beleid’ te definiëren. Van een analyse tot een oproep tot actie, met andere woorden. (of)

  • Herman Van Rompuy e.a., Meer Europa, voor meer vrede, Halewijn/Pax Christi Vlaanderen, 2011, ISBN 978-90-8528-198-6, 72 blz., €7

Op 16 maart van dit jaar hield Herman Van Rompuy, op uitnodiging van het “jarige” Centrum voor Vredesethiek van de KU Leuven en Pax Christi Vlaanderen, een toespraak in de grote aula van het Maria Theresiacollege. De voorzitter van de Europese Raad hield een vurig pleidooi voor een sterk en uitgebreid Europa, ten voordele van de vrede. Van Rompuy stelde dat een verenigd Europa de verstandhouding tussen de onderlinge landen – en vaak vroegere vijanden – in belangrijke mate heeft bevorderd, en de beste garantie vormt voor het bewaken van de democratie. De Europese gedachte loopt zo grotendeels samen met de vredesgedachte. De speech van Van Rompuy is het uitgangspunt geworden van het nieuwe Pax Christi-boek Meer Europa, voor meer vrede.

In een eindredactie van Mark Van de Voorde spelen een aantal auteurs elk vanuit hun eigen discipline in op de rede van Europa’s “eerste president”. Sven Biscop schetst de positie van Europa als actor van veiligheid op wereldvlak. Bea Cantillon benadrukt de noodzaak van een rechtvaardig sociaal Europees beleid. Roger Burggraeve denkt na over de economische dimensie van vrede en de betekenis van het geld als uitdaging voor de EU. Jozef De Witte schetst de multiculturele uitdagingen die het nieuwe Europa moet aangaan. Katlijn Malfliet ontleedt de gemiste kansen en mogelijkheden van een bredere Europese aanpak naar vrede toe. Mark Van de Voorde pleit voor een solidair en duurzaam Europa dat zijn economische wortels onderkent, en zich niet op sleeptouw laat nemen door een losgeslagen neoliberalisme. Dit boekje laat zich m.a.w. door de verschillende bijdragen heen lezen als een reflectie op een Europa dat meer moet zijn dan een financiële of economische speler. Daarmee speelt het ook erg zinvol in op de huidige (financiële) crisissituatie, waarin een aantal waarden die Europa tot een uniek samenlevingsmodel maakten, soms achteloos op de helling worden gezet.

Jo Hanssens en Didier Pollefeyt plaatsen in hun slotbijdrage het werk van resp. Pax Christi en het Centrum voor Vredesethiek in een Europees perspectief van vrede en verzoening.
Pax Christi-leden hebben dit boekje ondertussen in de bus gekregen, of mogen het nog voor het einde van het jaar – bij de hernieuwing van een volledig abonnement – verwachten. Het boekje kost slechts 7 euro. Het kan ook als geschenk dienen ter attentie van wie dieper wil ingaan op de huidige actualiteit rond Europa.(ks)