Actueel

Actualiteitsnota over het Israëlisch-Palestijns conflict

Bijna 50 jaar na het begin van de bezetting is het vooruitzicht op een oplossing verder weg dan ooit. De Israëlische regering kant zich tegen de tweestatenoplossing en drijft haar expansiebeleid op de spits. Hiermee legt de Israëlische overheid de basis voor wat ze vroeger steeds als haar grootste nachtmerrie zag: een éénstaatrealiteit. Hoe langer het conflict aanhoudt, hoe groter de veiligheidsrisico’s voor Israël worden. Het Palestijnse geweld kan opnieuw escaleren, de Palestijnse Autoriteit kan instorten, Hamas kan worden ingehaald door extremere groepen. In het licht van deze ontwikkelingen en de nieuwe Amerikaanse administratie moeten de EU en haar lidstaten een pro-actievere rol spelen.

1. Versneld einde van de tweestatenoplossing?

De Israëlische regering wil de de facto annexatie van de grote nederzettingenblokken versnellen en ziet met het aantreden van president Trump een uitgelezen kans om dit te verwezenlijken. Sinds zijn aantreden kondigde de regering de bouw van meer dan 5000 nieuwe woningen in de nederzettingen aan. Een groot deel van de regeringscoalitie wil op korte termijn het nederzettingenblok Ma’aleh Adumim, met de controversiële E-1 zone in de periferie van Oost-Jeruzalem, annexeren (‘Annexation Bill’) en zo de cirkel van nederzettingen rond Jeruzalem verbreden. De bespreking van een wetsvoorstel hierover werd uitgesteld tot na de bilaterale ontmoeting tussen premier Netanyahu en president Trump. Bovendien wordt in de Knesset een plan besproken om de buitenposten op privaat Palestijns land retroactief te legaliseren (‘Regularisation Bill’). “Op dit moment blijft het bij verklaringen over de zone E-1”, stelt nederzettingenspecialist Dror Etkes. “Er zijn geen nieuwe werken. Het is moeilijk in te schatten wat de regering zal doen en of ze de E1-zone tot staatsland zal uitroepen. Wel duidelijk is dat ze de druk op de kolonisten wil verlichten met nieuwe feiten op het terrein.”

Sinds het aantreden van president Trump kondigde de regering de bouw aan van meer dan 5000 nieuwe woningen in de nederzettingen.

2. Gedwongen verplaatsing aan beide kanten van de Groene Lijn

De autoriteiten drijven ook de gedwongen verplaatsing van Palestijnse gemeenschappen en de vernieling van woningen en infrastructuur in zone C op. In 2016 nam het aantal vernielingen drastisch toe: er werden 1.093 Palestijnse structuren en Europese projecten vernield ter waarde van meer dan 500.000 euro. Sinds een aantal jaar staat gedwongen verplaatsing hoger op de agenda van de EU en haar lidstaten, en treden ze actief op om Palestijnse gemeenschappen in zone C te beschermen. Toch faalden tot dusver alle inspanningen om Israël te overtuigen de vernielingen stop te zetten. De structurele dialoog die de EU in 2015 met Israël opstartte, was een maat voor niets. Israël gaf aan dat het zijn beleid niet zal herzien. In de eerste week van 2017 waren er vier keer zoveel huisvernielingen als in dezelfde periode in 2016. De bedoeïenen in de E-1 zone behoren tot de meest kwetsbare gemeenschappen voor gedwongen verplaatsing. Andere risicogebieden in bezet Palestijns gebied zijn vooral de Jordaanvallei en de heuvels ten zuiden van Hebron (met name het dorp Susiya).

De praktijk van gedwongen verplaatsing beperkt zich niet tot de Palestijnse gebieden maar wordt ook een zorgwekkende trend in Israël zelf.

Ook al zijn er verschillende rechtssystemen van kracht in beide gebieden, de parallellen zijn frappant. Zo krijgen Palestijnen in zone C in 99 procent van de gevallen geen bouwvergunning van de Israëlische militaire administratie en worden Palestijnse burgers van Israël geconfronteerd met discriminatie op het vlak van planning. Suhad Bishara van de mensenrechtenorganisatie Adalah toont aan dat er een link is met Israëls streefdoel om als Joodse staat te worden erkend. “De regering wil een aantal gebieden, zoals de Negev-woestijn, judaïseren. Dat is concreet het geval in Umm al-Hiran waar op 23 januari voor de zoveelste keer huisvernielingen plaatsvonden. De autoriteiten willen er een Joodse stad oprichten en de lokale bevolking gedwongen verhuizen naar een zogenaamde ontwikkelingsstad.”

3. Isolatie van Gaza lijkt de norm

Tien jaar na het begin van de blokkade, lijkt de isolatie van Gaza permanent geworden. Bijna 2 miljoen mensen zitten continu opgesloten in deze grote openluchtgevangenis zonder uitzicht op verandering. Een ongeziene situatie in de geschiedenis van de mensheid. Israël bestendigt zijn beleid van een permanente scheiding tussen de Westoever en Gaza en maakt zo het idee van een Palestijnse staat onmogelijk. Internationaal is er echter weinig protest. Mahmoud Abu Rahma van de Palestijnse mensenrechtenorganisatie al-Mezan meent dat de problemen hetzelfde lijken, maar erger zijn dan ooit. “Er is nog altijd meer dan 70 procent armoede, de infrastructuur is er bijzonder slecht aan toe, het scholentekort is nijpend en er is nog steeds geen verbetering qua beweging van personen. In 2016 heeft Israël alle verlichtende maatregelen van 2015 weer opgeheven. Mensen die een permit hebben ondervinden meer problemen aan de grensovergang Erez, ze worden onder druk gezet om informatie te geven. Er zijn meer Israëlische militaire aanvallen in de bufferzone en Israël sproeit er ook pesticiden. Veel boeren zitten nu aan de grond omdat de gewassen kapot zijn. Ook het aantal aanvallen tegen vissers nam toe. De benadering van de internationale gemeenschap is ontoereikend, ze stelde zich tevreden met Israëls verlichting van de blokkade, maar die draait op niets uit. Ook het ‘Gaza Reconstruction Mechanism’ biedt geen oplossing voor de heropbouw. Vandaag zijn er nog steeds 60.000 mensen ontheemd.”

Zonder wijzigingen aan de invoerbeperkingen en het toelaten van bouwmateriaal, kan ook de infrastructuur niet vernieuwd worden.

Dit is een van de grootste zorgen voor burgers. Zo braken er begin januari protesten uit omdat de stroomtoevoer van gemiddeld 8 uur plotsklaps naar 2 uur per dag daalde. Hamas smoorde deze protesten hardhandig in de kiem omdat het geen kritiek duldt op zijn beleid. De elektriciteitscrisis is echter bijzonder complex. Ten eerste weigert Israël extra stroom naar Gaza te exporteren en laat het geen reparaties toe aan het elektriciteitsnetwerk en de stroomcentrale. Ten tweede wordt de crisis in stand gehouden door de vete tussen de Palestijnse Autoriteit op de Westoever en de de facto regering van Hamas in Gaza.

4. Aanhoudend democratisch deficit in Palestina

Verzoening tussen Fatah en Hamas is essentieel, maar externe obstakels zoals de actieve tegenwerking door Israël en het gebrek aan concrete steun van de EU en de VS, houden de verdeling in stand. De vraag is ook of Fatah en Hamas rijp zijn voor de nodige compromissen. De gesprekken in Beiroet en Moskou creëerden echter een nieuwe dynamiek en nopen president Abbas om het proces te versnellen. In het licht van Israëls versterkte positie sinds het aantreden van president Trump, is Palestijnse verzoening immers urgenter dan ooit. Tot dusver draalde president Abbas echter en focuste hij op de interne machtsstrijd binnen Fatah. President Abbas voelt ook weinig externe druk, zo blijft de EU haar jaarlijkse budgethulp aan de Palestijnse Autoriteit voortzetten. “Binnen Hamas is er een debat aan de gang over een meer gematigde positie tegenover de tweestatenoplossing en een Palestijnse staat op de Westoever, Oost-Jeruzalem en Gaza”, stelt Martin Konecny, directeur van de denktank EuMEP. Maar zonder Europese aanmoediging kan dit niet resulteren in een beleidswijziging die de politieke vleugel van Hamas versterkt. Recent oefende de Egyptische regering wel druk uit op president Abbas om orde te scheppen binnen Fatah. Egypte en de Golfstaten scharen zich achter Mohammed Dahlan, een omstreden krijgsheer en politicus die oppositie voert tegen president Abbas. “Het democratisch deficit moet worden aangepakt”, stelt Issam Aruri, directeur van de Palestijnse mensenrechtenorganisatie JLAC.

Al meer dan tien jaar is het parlement buiten dienst. President Abbas heeft de volledige controle en vaardigde bijvoorbeeld al 153 decreten uit. Burgers verliezen hierdoor hun geloof in het gerecht en stappen niet meer naar de rechtbank voor wezenlijke zaken.

5. Middenveld en dissidenten geviseerd

Mensenrechten- en vredesorganisaties worden steeds meer geviseerd door de Israëlische regering. In juli 2016 keurde de Knesset een wet goed die bepaalt dat organisaties die meer dan de helft van hun financiering ontvangen via buitenlandse overheden, dit publiekelijk moeten aangeven bij elke publicatie of openbare communicatie. Organisaties die financiering krijgen van privéfondsen, zoals vaak het geval is bij groepen die de nederzettingen steunen, ontsnappen aan deze verplichting. De echte doelstelling van de wet is niet transparantie maar stemmingmakerij tegen kritische organisaties. Een wet van 2011 verplicht ngo’s immers tot een driemaandelijks financieel rapport. De geviseerde ngo’s getuigen dat ze met meer tegenstand en haatboodschappen te kampen hebben, en minder tijd hebben voor hun kerntaken.

Ook de vijandigheid tegenover Palestijnse ngo’s en mensenrechtenverdedigers neemt toe. Zo arresteerde het Israëlische leger in december 2015 Mohammed Abu Sakha, een van de trainers van de Palestijnse Circusschool. Sindsdien wordt hij zonder aanklacht vastgehouden in administratieve hechtenis. Op 25 januari arresteerde het Israëlische leger een van de studenten van de Circusschool, de 12-jarige Shohaib Saeed. Jaarlijks worden meer dan 500 Palestijnse kinderen gearresteerd en vervolgd in Israëlische militaire rechtbanken. Issa Amro, een internationaal gelauwerde mensenrechtenverdediger die vervolging riskeert in een Israëlische militaire rechtbank, beaamt dat Israël vreedzame activisten viseert. “De afgelopen drie jaar nam het Israëlische geweld sterk toe, zowel van het leger als van kolonisten. Ze willen de identiteit van Hebron van een Palestijnse stad transformeren tot een Israëlische stad.”

Jaarlijks worden meer dan 500 Palestijnse kinderen gearresteerd en vervolgd in Israëlische militaire rechtbanken.

Tot slot ondervinden ook internationale organisaties steeds meer moeilijkheden om toegang te krijgen tot Israël en de Palestijnse gebieden. In september 2016 werd de beleidsmedewerker van Broederlijk Delen de toegang tot Israël geweigerd omdat ze weigerde de namen van haar Palestijnse en Israëlische contactpersonen te geven. In december werd Isabel Phiri, de algemeen secretaris van de Wereldraad van Kerken de toegang tot Israël ontzegd op grond van haar vermeende steun aan de BDS-campagne. De Wereldraad van Kerken steunt deze campagne echter niet. De Israëlische regering veroordeelt de Boycot-Divestment-en Sancties-beweging en beschouwt ze zelfs als een uiting van antisemitisme. In haar strijd tegen de BDS-beweging richtte ze een task force op om activisten die oproepen tot BDS te traceren en hen de toegang tot het land te ontzeggen. Er ligt hiervoor in de Knesset ook een wetsvoorstel op tafel.

6. Nood aan Europese actie

De Israëlische regering reageerde extreem negatief op resolutie 2334 van de Veiligheidsraad en de onthouding van de uittredende Amerikaanse administratie. Resolutie 2334 bevestigt nogmaals de internationale consensus over de nederzettingen en herhaalt dat de VN geen veranderingen aan de grenzen van 4 juni 1967 zullen erkennen. Bovendien benadrukt ze de noodzaak van differentiatie, het onderscheid maken tussen het grondgebied van Israël en de gebieden die in 1967 werden bezet, een praktische manier om de de facto annexatie tegen te werken. “Concreet globaliseert ze hiermee het Europese differentiatiebeleid”, stelt Martin Konecny. “Deze resolutie is een middel voor de internationale gemeenschap om de tweestatenoplossing te redden. De EU kan hierbij een aantal stappen zetten, zoals het uitdiepen van het differentiatiebeleid, en ze kan een territoriale clausule toevoegen aan de Partnerschap Prioriteiten, een van de belangrijke toekomstige instrumenten voor EU-Israël relaties. Op die manier garandeert ze dat de nederzettingen worden uitgesloten.”

Het onderscheid blijven maken tussen het grondgebied van Israël en de gebieden die in 1967 werden bezet, is een praktische manier om de de facto annexatie tegen te werken.

Laatste update: 3/02/2017

Contact:

Brigitte Herremans
Beleidsmedewerker Israël en Palestina
brigitte.herremans@broederlijkdelen.be
@BriHerremans
0475 355 053

Foto: Michael Swan/Creative Commons