Actueel

Actualiteitsnota over Israël en de Palestijnse gebieden

Pessimisme overheerst in Israël en Palestina. De verslechterende veiligheidssituatie, met de Palestijnse steekpartijen en aanvallen op Israëlische burgers en het excessieve geweld van het Israëlische leger en politie, overschaduwt het leven van Palestijnse en Israëlische burgers. Deze escalatie illustreert opnieuw hoe de bezetting de frustratie bij Palestijnse jongeren en het extremisme voedt. Om veiligheid mogelijk te maken is een Israëlische koerswijziging nodig, benadrukt ook VN-Secretaris Generaal Ban Ki-moon. Van het beëindigen van de bezetting wil de Israëlische regering niet weten. Ze bestendigt haar controle in de C-zone van de Westoever via nederzettingen en de gedwongen verplaatsing van Palestijnen. Zo creëert ze de facto een ‘één-staatrealiteit’.

 1.       Escalatie van geweld in Israël en de Palestijnse gebieden

De afgelopen zes maanden kostte het geweld het leven aan meer dan 30 Israëli’s en 180 Palestijnen. De Israëlische regering pleit voor nog meer veiligheids- en repressieve maatregelen, en ziet geen graten in de executie van geweldplegers of verdachten, de huisvernieling van familie van geweldplegers, de afsluiting van dorpen, en massale arrestaties van Palestijnen, onder wie ook veel jongeren. Concreet worden honderdduizenden Palestijnse burgers onderworpen aan collectieve strafmaatregelen. Dit is niet alleen een inbreuk op hun basisrechten, maar verhelpt ook de aanvallen van Palestijnse individuen en extremistische groeperingen niet.

Met name in Jeruzalem en bij Hebron blijft de situatie gespannen en zijn er geregeld aanvallen door Palestijnen en het Israëlische leger. De Israëlische veiligheidsdiensten richtten nieuwe controleposten op in Oost-Jeruzalem en Hebron. Leiders uit de nederzettingen pleiten ervoor om omwille van veiligheid Palestijns verkeer bij het knooppunt van Gush Etzion te weren en het verkeer te scheiden. Dit is een centraal en niet te omzeilen knooppunt om naar Hebron en het zuiden van de Westoever te reizen. De afsluiting zou verstrekkende gevolgen hebben voor Palestijnse burgers en de positie van het groeiende nederzettingenblok Gush Etzion verstevigen.

Israëlische veiligheidsdiensten erkennen dat er een link is tussen de ‘lone wolf’ aanvallen en de situatie in de Palestijnse gebieden. Ze vrezen dat de aanvallen niet snel zullen ophouden en zijn bezorgd over de gevolgen voor de samenwerking tussen Israëlische en Palestijnse veiligheidsdiensten. De veiligheidscoördinatie met de Palestijnse Autoriteit (PA) is essentieel voor Israël en houdt op dit moment stand, al waren er een paar aanvallen door Palestijns veiligheidspersoneel. Het nachtmerriescenario is dat de Palestijnse veiligheidsdiensten deelnemen aan het geweld tegen Israël, zoals tijdens de tweede Intifada. Momenteel werken de veiligheidsdiensten samen in de strijd tegen jongeren die aanslagen beramen en opereren ze tegen cellen van Hamas in de Westoever. Aan Palestijnse zijde is er veel kritiek op deze samenwerking: de Palestijnse Autoriteit wordt hier gezien als de onderaannemer van de veiligheid voor Israël.

 2.      Palestijnse politieke impasse

 De PA is een essentiële pijler voor de veiligheid van Israël, al doet de Israëlische regering geen pogingen tot tegemoetkoming. Ze wil immers aan de publieke opinie tonen dat ze hard optreedt tegen de Palestijnen. De instorting van de PA is een ramp waar zowel Israëlische als internationale beleidsmakers over speculeren. President Abbas is 81 en er ligt geen scenario klaar voor zijn opvolging. Populaire leiders zijn er evenmin, afgezien van Marwan Barghouti die vijf levenslange celstraffen uitzit in een Israëlische gevangenis. De PA voelt zich gesteund door de internationale gemeenschap en hoeft geen rekenschap af te leggen tegenover haar bevolking, met machtsmisbruik en schendingen van mensenrechten als gevolg.

 De recente staking van Palestijnse leerkrachten en de politieke steun van parlementslid Najat Abu Bakr illustreren dit. Deze partijgenote van de president sprak haar steun uit voor de stakende leerkrachten, waarop de veiligheidsdiensten dreigden haar te arresteren. Haar parlementaire immuniteit ten spijt, moest ze zich verschuilen in het parlement om een arrestatie te ontlopen. Palestijnse veiligheidstroepen ontplooiden zich massaal. In een mislukte poging om te verhinderen dat de stakende leerkrachten Ramallah zouden bereiken om er te demonsteren, zetten zij controleposten op. Dat zette veel kwaad bloed onder Palestijnen, die al meer dan hun lief is worden geconfronteerd met Israëlische controleposten.

 Er is weinig animo en internationale druk om het democratisch deficit in Palestina op te lossen. “Verkiezingen zijn broodnodig, maar zullen niet noodzakelijk een oplossing bieden. Bovenal is er verzoening nodig,” zegt Issam Younis van mensenrechtenorganisatie al-Mezan. Sinds 2014 is er een regering van nationale consensus, maar die bracht Fatah en Hamas niet dichter bij elkaar. Zo weigert Hamas nog steeds om de veiligheidscontrole aan de controleposten met Israël en Egypte over te dragen aan de PA. De Palestijnse Autoriteit weigert de lonen te betalen van de 40 000 ambtenaren (merendeel in gezondheid en onderwijs) die Hamas aanwierf sinds zijn coup in 2007. De gesprekken over verzoening in Doha (Qatar) gaan voort, al lijkt de politieke wil minimaal. “Het probleem is dat dit geen interne kwestie is. Er zijn zoveel internationale actoren betrokken en die hebben geen interesse in eenheid”, observeert Issam Younis. Israël blijft zich kanten tegen een verzoening en een territoriale eenheid tussen Gaza en de Westoever. “Tijd is ook een cruciale factor: hoe meer tijd er verstrijkt, hoe groter de kans dat bepaalde feiten onomkeerbaar zijn.”

 3.      Aarzelende wederopbouw in Gaza

Gaza staat nog steeds niet hoog op de politieke agenda in Israël. “De regering zette een aantal stappen, maar die zijn eerder symbolisch”, meent Tania Hary van mensenrechtenorganisatie Gisha. “Enkel de veiligheidssector lijkt bereid om de architectuur van Gaza grondig te herzien.” Er is wel meer beweging aan de Israëlische grensovergang Erez, omdat de grensovergang met Egypte nu permanent gesloten is. De massa geniet echter niet van deze verbetering. Het is enkel een toplaag van zakenlui die hier voordeel bij heeft. Er mogen nu ook meer producten geëxporteerd worden, zoals tomaten, aardbeien, aubergine en metaalafval. Maar aan het basisprobleem wordt niet getornd: de scheiding tussen Gaza en de Westoever lijkt permanent. In maart 2016 maakte de Israëlische regering verrassend genoeg ook bekend dat residenten van Gaza naar de Westoever mogen reizen, zolang ze niet terugkeren binnen het jaar. Opnieuw is deze verbetering enkel interessant voor een beperkte groep mensen: zij die willen emigreren.

De afgelopen maanden kwam er meer bouwmateriaal in Gaza binnen. Dit omdat Israël meer invoer toeliet en de financiering van het mechanisme voor de wederopbouw voor Gaza door Qatar en Saoedi-Arabië toenam. In november 2015 was er slechts één huis volledig opgebouwd. Begin maart waren er meer dan 300 totaal vernielde huizen heropgebouwd en waren meer dan 3000 zwaar beschadigde huizen gerenoveerd. Toch gaat de wederopbouw erg traag. Al is er meer materiaal beschikbaar, mensen kunnen het vaak niet betalen, of ze kunnen niet alles krijgen wat ze nodig hebben. Veel begunstigden van wie het huis werd vernield, hebben hun vouchers van bet VN-agentschap voor Palestijnse vluchtelingen UNWRA voor bouwmateriaal doorverkocht om voedsel te kopen. Door de toename van bouwactiviteit zijn er 9000 banen in de bouwsector bijgekomen. De werkloosheid blijft echter erg hoog, vooral onder jongeren (54 percent).

“Hamas voelt zich op dit moment sterk”, meent Omar Shaban van denktank Palthink. Het probeert de banden met Egypte aan te halen en hoopt via de Turkse onderhandelingen met Israël op een haven aan de kust van Gaza. Voorts inde Hamas nieuwe inkomsten door sociale organisaties een belasting op te leggen. De militaire vleugel zet zijn activiteiten voort en blijft tunnels. Recent zijn er in het zuiden van Gaza vier tunnels ingestort. Shaban meent dat verzoening cruciaal is om de socio-economische situatie in Gaza te verbeteren en economisch herstel mogelijk te maken. “Het Zwitserse initiatief om de verzoening te bevorderen was een goede stap en moet nu worden gevolgd door nieuwe inspanningen, concreet met de betrokkenheid van het middenveld. Als de EU een constructieve rol wil spelen, dan moet ze ook een link maken tussen het vredesproces en inter-Palestijnse verzoening en die bevorderen.”

 4.      Toenemende vernielingen in C-zone

Israëls vernielingen van donorgefinancierde structuren in de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem namen de afgelopen maanden sterk toe. Dit ondanks de ‘structurele dialoog’ tussen de EU en Israël om een oplossing voor dit probleem te vinden. In november 2015 schortte de Israëlische regering de gesprekken met de EU op als reactie op de ‘interpretative notice’ over de oorsprong van Israëlische producten (het advies over labelling). Sinds het begin van 2016 werden al meer dan 160 structuren vernield of geconfisqueerd. Dat komt overeen met het totale aantal vernielde structuren in 2015. VN-coördinator voor humanitaire hulp Robert Piper laakt het feit dat de vernielingen op bedenkelijke juridische gronden gebeuren, namelijk omdat de Palestijnen geen bouwvergunningen hebben. “Maar als slechts 1,5 percent van de bouwvergunningen wordt toegekend, welke keuze rest de gezagsgetrouwe Palestijnse burgers nog?”

Op dit moment worden projecten ter waarde van 4 miljoen euro bedreigd met vernieling, omdat ze een vernielingsbevel kregen. Het heeft er alle schijn van weg dat de Israëlische regering bewust EU-gefinancierde structuren vernielt. De Israëlische regering en radicale groepen zoals Regavim betogen dat de hulpverlening van de EU illegaal is. Onderminister van Buitenlandse Zaken Tsipi Hotoveli verklaarde op 17 februari 2016 in de Knesset dat elke illegale structuur van de EU een vernielingsbevel van Israël krijgt. “De Israëlische regering doet er alles aan om illegale constructie tegen te gaan. “We zullen geen enkele buitenlandse staat, en ik spreek over ongeveer 1000 illegale structuren op het terrein, de grenzen van Israël laten bepalen.”

De ontwikkelingen in de zogenaamde E1-zone, in het oosten van Jeruzalem, zijn problematisch. Bedoeïenengemeenschappen worden er bedreigd met verplaatsing om nederzettingenexpansie mogelijk te maken. Eind februari 2016 vernielde het Israëlische leger woningen in Jabal al-Baba en een school in Abu an-Nuwar. Deze gemeenschappen zitten geprangd tussen Oost-Jeruzalem en de nederzetting Ma’aleh Adumim. Een inwoner van Jabal al-Baba getuigt dat het leger in januari en februari met veel machtsvertoon ’s nachts vernielingen uitvoerde. Een ander bedreigd gebied zijn 12 dorpen ten zuiden van Hebron, gekend als Masafer Yatta of ‘firing zone 918’. Israël zet de inwoners van dit gebied al sinds 1999 onder druk om de dorpen te verlaten. De dorpsleider van al-Fakhit getuigt dat dat Israël de inwoners wil concentreren in de stad Yatta. “Daarom is het zo belangrijk dat we steun krijgen voor de bouw van een weg of een school, dan kunnen we hier blijven”. De school kreeg een vernielingsbevel. “We kopen tijd.”

 5.      Aanvallen op mensenrechtenverdedigers

De Israëlische regering voert haar aanvallen op mensenrechtenorganisaties verder op. Onze partner Breaking the Silence die getuigenissen van soldaten verzamelt, krijgt het zwaar te verduren. Midden maart 2016 zond de Israëlische televisiezender Channel 2 een reportage uit waarin de organisatie door het slijk werd gehaald. Dit op basis van informatie van de radicale Israëlische organisatie Ad Kan die mensenrechtenactivisme hekelt. Medewerkers van Ad Kan probeerden onderzoekers van Breaking the Silence geheime informatie te geven. De organisatie maakt er echter haar handelsmerk van dat ze geen geheime informatie over militaire operaties vrijgeeft en laat haar materiaal controleren door de militaire censor. Premier Netanyahu opperde toch dat deze aantijgingen onderzocht moeten worden. Minister van defensie Ya’alon verklaarde zelfs aan een groep scholieren dat de organisatie landverraad pleegt.

In februari 2016 keurde de Knesset de gecontesteerde ‘transparantiewet’ goed, in de eerste van drie stemmingen. Het wetsvoorstel is van toepassing op ngo’s die meer dan de helft van hun financiering van buitenlandse instellingen zoals Europese regeringen krijgen. Zij moeten in publieke publicaties en officiële vergaderingen een lijst van hun financieringsbronnen geven, zo niet begaan ze een misdrijf. De wet is zo opgesteld dat ze mensenrechtenorganisaties viseert. De Israëlische regering weigerde amendementen die garanderen dat de wet op alle organisaties toepasselijk is, ook rechts-radicale organisaties die vooral privéfinanciering krijgen. Momenteel ligt de bespreking stil omdat het parlementaire comité de verdere bespreking van de wet moet agenderen.

Ook aan Palestijnse zijde krijgen mensenrechtenorganisaties het steeds harder te verduren. In de Gazastrook verhoogt Hamas de controle over het middenveld en probeert het kritische stemmen in de kiem te smoren. Recent kreeg de mensenrechtenorganisatie al-Haq in Ramallah ook te maken met anonieme doodsbedreigingen, mails met laster over corruptie naar donoren, intimidatie van personeelsleden, enz. Al-Haq linkt deze bedreigingen aan zijn werk in het kader van het Internationaal Strafhof en zijn strijd voor rekenschap voor schendingen van het internationaal recht.