Actueel

België moet pleiten voor een verbod op kernwapens

Van 2 tot 13 mei 2016 vinden in Genève VN-besprekingen plaats over kernwapens. Pleit België daar voor een verbod op kernwapens of zijn de kernwapens in Kleine Brogel belangrijker?

De overgrote meerderheid van de internationale gemeenschap hoopt  het mondiale nucleaire ontwapeningsproces nieuw leven in te blazen. 127 VN-lidstaten pleitten het afgelopen jaar voor het opstarten van multilaterale onderhandelingen voor een internationaal verbod op kernwapens. België, dat tien tot twintig Amerikaanse kernwapens huisvest, weigert vooralsnog dit pleidooi te steunen en verwijst hiervoor onder meer naar vage "NAVO-verplichtingen”. NAVO-lid Nederland, dat eveneens Amerikaanse kernwapens heeft, toont dat het anders kan: de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Koenders beloofde tijdens een Kamerdebat op 28 april 2016 te zullen pleiten voor de start van onderhandelingen over een internationaal kernwapenverbod. België daarentegen volgt slaafs de kernwapenstaten binnen de NAVO.

Kernwapens zonder grenzen

Recent studiewerk bevestigt de catastrofale en grensoverschrijdende humanitaire consequenties van de inzet van kernwapens, en de wereldwijde ontwrichting van het klimaat en de voedselproductie die een beperkte nucleaire oorlog met zich zou meebrengen. Sinds 1945 is er ook veelvuldig sprake geweest van het bijna-gebruik (bewust of incidenteel) van kernwapens, en ontkwam de wereld maar op het nippertje aan een nucleaire ramp of oorlog. Militaire experts waarschuwen daarnaast voor nucleaire cyberhacking door terroristen.

Kernwapens zijn immorele massavernietigingswapens zonder grenzen. Het gevaar op een nucleaire ontploffing met wereldwijde catastrofale humanitaire gevolgen is urgent en reëel. De enige manier om dit te vermijden, is het verbieden en elimineren van kernwapens. Een internationaal verbodsverdrag is de logische volgende stap naar de totale eliminatie van kernwapens, net zoals eerder de biologische en chemische wapens werden verboden. Het alternatief is om verder te blijven pokeren met onze veiligheid. Het geloof in nucleaire afschrikking weegt niet meer op tegen alle risico's.

Logische volgende stap

Tegenstanders van een verbodsverdrag stellen dat een nieuw verdrag voorbarig is en pleiten voor een “stap-voor-stap” of “bouwstenen” benadering. Die stelt echter geen deadlines voorop, en lijkt meer op een uitsteltactiek van de kernwapenstaten. Tegelijk plannen deze laatsten grootschalige moderniseringen van hun kernwapenarsenalen, waarmee ze duidelijk aangeven niet geïnteresseerd te zijn in volledige nucleaire ontwapening.

Een internationaal verbodsverdrag moet daarom de volgende stap zijn, in plaats van de laatste bouwsteen. Een nieuw verdrag stigmatiseert kernwapens en voert zo de druk op de kernwapenstaten op om over te gaan tot effectieve en volledige nucleaire ontwapening. Een internationaal verbodsverdrag op kernwapens is minder complex dan een Kernwapenconventie en kan op relatief korte tijd onderhandeld worden, ook zonder de medewerking van kernwapenstaten. Het staat niet gelijk aan een onmiddellijke eliminatie van alle kernwapens, maar is een relatief bescheiden stap die volledig past binnen de stap-voor-stap aanpak die België aanhangt.

Verbodsverdrag versterkt veiligheid

België verdedigt haar verzet tegen een internationaal verbodsverdrag door te stellen dat ‘humanitaire principes en veiligheid gelijktijdig bestaan’, naast elkaar dus. Dat is een valse tegenstelling. De humanitaire benadering dient de veiligheid van niet-kernwapenstaten én kernwapenstaten. De zogenaamde veiligheidsbenadering dient enkel die van de kernwapenstaten en hun bondgenoten.Een verbod op kernwapens is essentieel om een ineenstorting van het mondiale nucleaire ontwapeningsregime en een nieuwe nucleaire wapenwedloop te vermijden. Steeds meer landen raken immers gefrustreerd over het gebrek aan ontwapening door de vijf erkende kernwapenstaten. Deze laatsten beloofden in 1970 in het non-proliferatieverdrag (NPV) om nucleair te ontwapenen en te onderhandelen over een nieuw internationaal verbodsverdrag op kernwapens.

De rest van de wereld beloofde in ruil geen kernwapens te verwerven. Van de beloftes van de kernwapenstaten kwam echter weinig in huis. ‘Als zij (de kernwapenstaten) hun deel van de deal niet nakomen, waarom zouden wij ons deel (verbod op verwerving van kernwapens) nog moeten nakomen?’, klinkt het steeds luider.

De NAVO heeft bovendien geen kernwapens nodig om een overweldigende militaire (conventionele) capaciteit te bezitten tegenover mogelijke rivalen. Alle NAVO-lidstaten samen geven meer dan dertien keer zoveel uit aan militaire uitgaven dan Rusland. Europese NAVO-landen spenderen nog steeds 3,5 keer meer aan militaire middelen dan Rusland. Conventionele wapens zijn overigens veel beter geschikt dan kernwapens om, in het onwaarschijnlijke geval van een aanval, het NAVO-grondgebied te verdedigen.

Time to Go!

Kernwapens maken geen onderscheid tussen burgers en militairen en zijn dus inherent illegaal onder internationaal recht. Het zijn geen instrumenten van stabiliteit , maar immorele wapens van terreur. België moet daarom net als Nederland pleiten voor de start van multilaterale onderhandelingen voor een internationaal kernwapenverbod, bilaterale gesprekken opstarten met de VS over de verwijdering van de Amerikaanse kernwapens uit Kleine Brogel, en proactief pleiten voor een verdere vermindering van het belang van kernwapens in de NAVO-veiligheidsdoctrine, om te beginnen op de NAVO-top in Warschau in juli 2016.

(Dit opiniestuk verscheen op DeRedactie, op 2 mei 2016)

Tom Sauer is professor internationale politiek aan de Universiteit Antwepen. Hij is co-editor van het boek "Nuclear Terrorism. Countering the Threat", gepubliceerd door Routledge (Londen), maart 2016,
Willem Staes is medewerker Pax Christi Vlaanderen
Pieter Teirlinck is medewerker van Vrede vzw

Foto: Japanse kaart met de wereldwijde nucleaire stocks (Tim Wright/ICAN)