Actueel

|
8 december 2016

"Er dreigt een gewelddadige confrontatie tussen betogers en ordetroepen. En erger: hevig protest zou legerofficieren kunnen ‘aanmoedigen’ om zich tegen Kabila te keren."

 

 

 

 

Downloads

Congo houdt adem in

In november 2016 bezocht beleidsmedewerker Nadia Nsayi Congo. Ze sprak met politici, ngo-medewerkers en jongerenbewegingen. In een nieuwe actualiteitsnota omschrijft ze de politieke situatie in de hoofdstad Kinshasa en de impact op de onveiligheid in de Kivu. December wordt een bewogen maand.

1. Politiek akkoord: de verrassing Badibanga

De voorbije jaren zagen we een duidelijke strategie van de meerderheid om de presidentsverkiezingen op de lange baan te schuiven (‘glissement’) en zo president Joseph Kabila aan de macht te houden, wat in strijd is met de Congolese grondwet. Vanaf 2015 riep Kabila op tot een politieke dialoog om een overgangsperiode en de organisatie van verkiezingen te bespreken. Zijn oproep kreeg steun van de internationale gemeenschap, zoals in de resolutie 2277 van de VN-Veiligheidsraad (30 maart 2016).

Uiteindelijk startte de dialoog pas op 1 september 2016 in de hoofdstad Kinshasa. De Togolese oud-premier Edem Kodjo, aangesteld door de Afrikaanse Unie, bemiddelde tussen de meerderheid, een deel van de politieke oppositie en een deel van het maatschappelijk middenveld. Hij werd ondersteund door de Verenigde Naties en de Europese Unie. Op 18 oktober jl. volgde een politiek akkoord, ondertekend door Néhémie Mwilanya, kabinetschef van Kabila, (in naam van de meerderheid), Vital Kamerhe, voorzitter van de partij UNC, (in naam van de oppositie) en Marie-Madeleine Kalala (in naam van het middenveld).  

Het akkoord voorziet de benoeming van een nieuwe regering van nationale eenheid met een premier uit de oppositie en de organisatie van verkiezingen voor de president en de nationale en provinciale parlementsleden in april 2018. Oud-Kamervoorzitter Vital Kamerhe was favoriet voor het premierschap, maar moest uiteindelijk die plaats afstaan aan Samy Badibanga die op 17 november 2016 benoemd werd.

Wie is de nieuwe premier? Badibanga (54) is afkomstig uit de Kasai. Hij behaalde een diploma aan de Hoge Raad voor Diamant in Antwerpen (hij zou zelfs de Belgische nationaliteit hebben). Hij was adviseur van de voorzitter van UDPS Etienne Tshisekedi (ook uit Kasai). Bij de Kamerverkiezingen van 2011 werd Badibanga verkozen op de lijst van UDPS in Kinshasa. In 2012 kwam er een breuk met de UDPS-top omdat hij besliste om samen met een 30-tal UDPS-verkozenen te zetelen, tegen de wil van Tshisekedi. Badibanga werd fractieleider van UDPS. Door zijn deelname aan de dialoog werd hij uit die functie ontheven.

Waarom Badibanga? Tshisekedi, bijna 84 jaar, blijft een belangrijke tegenstander van het regime van Kabila. Door Badibanga te benoemen probeert de meerderheid verdeeldheid te zaaien binnen UDPS en binnen de Kasai-achterban van Tshisekedi. Bovendien is Badibanga geen politiek zwaargewicht zoals Kamerhe en gemakkelijker te controleren. Leden van de meerderheid hebben zich ook gekant tegen de benoeming van Kamerhe als premier. Zijn machtsbasis (in Kivu) zou ook weinig opleveren voor Kabila die zelf afkomstig is uit het oosten. In die zin is de keuze voor Badibanga een manier om het ‘vergeten’ centrum van het land toegang te geven tot de politieke macht op hoog niveau.

2. Kabila verdeelt oppositie: de bocht van Kamerhe

De meerderheid heeft met de dialoog een deel van de oppositie naar zich toe getrokken. UNC van Vital Kamerhe is de belangrijkste ‘overloper’[1]. Dankzij die strategie is president Kabila erin geslaagd om de alliantie UDPS – UNC – Katumbi, ontstaan bij de oprichting van het burgerplatform Front Citoyen eind 2015 in Senegal, deels te breken. Aan de ene kant staat nu Kamerhe met kleinere opposanten uit afsplitsingen van de grote partijen UDPS (bv. premier Samy Badibanga) en MLC (bv. parlementslid Jean-Lucien Busa en gouverneur José Makila). Aan de andere kant staat het Rassemblement, opgericht in juni 2016 in België, met Tshisekedi en Katumbi als belangrijke leiders.

Hoe is de politieke bocht van Kamerhe te verklaren? In 2009 kwam het tot een breuk tussen de toenmalige Kamervoorzitter en de meerderheid. Kamerhe richtte de oppositiepartij UNC op en groeide uit tot een fervente tegenstander van het regime. Hij weigerde deel te nemen aan de dialoog van Kabila en eiste zijn vertrek op 19 december 2016, wanneer zijn wettelijk mandaat afloopt. Tijdens de zomer veranderde Kamerhe’s positie. UNC verklaarde dat de partij zijn verantwoordelijkheid nam omdat het duidelijk werd dat de verkiezingen niet meer mogelijk waren in 2016 en er dus een politiek akkoord moest gevonden worden over de overgangsperiode. De partij wou ook chaos en geweld vermijden en mensenlevens redden.

Toch was de deelname van UNC aan de dialoog ook een manier om Kamerhe weer politiek relevant te maken. Hij dreigde zijn voortrekkerspositie binnen de oppositie te verliezen na de komst van Moïse Katumbi in de oppositie (september 2015) en de terugkeer van Etienne Tshsiekedi naar Congo (juli 2016). Beide evenementen en de toenadering tussen hen werden sterk gemediatiseerd.

Kamerhe werd geen premier maar zijn partij wil na vijf jaar in de oppositie wel mee besturen. Toch wordt zijn terugkeer naar de meerderheid van Kabila niet door iedereen goed onthaald. Zijn secretaris generaal Jean-Bertrand Ewanga en andere kaderleden verlieten de partij. Zijn bocht wordt hem ook niet in dank afgenomen door de publieke opinie en zelfs zijn machtsbasis in de Kivu is verdeeld over de strategie.

De vorming van de nieuwe regering kan nog meer verdeeldheid zaaien. Momenteel consulteert premier Badibanga voor de vorming van een nieuwe regering. Hij zal niet iedereen kunnen tevreden stellen. Enerzijds dreigt de ‘oude’ meerderheid ministerposten te verliezen door de komst van nieuwkomers uit de oppositie en het middenveld. Anderzijds zullen sommige ondertekenaars van het akkoord van 18 oktober niet of onvoldoende beloond worden.

3. Rassemblement: wat bindt Tshisekedi en Katumbi?

Tot midden 2016 was het Dynamique de l’Opposition (met Kamerhe als sterkhouder) een belangrijk platform voor de mobilisatie tegen president Kabila. Tijdens de zomer viel het de facto uiteen en werd vervangen door het Rassemblement. De nieuwe sterkhouders zijn de ‘historische’ opposant Etienne Tshisekedi (UDPS) en de oud-gouverneur van Katanga Moïse Katumbi (gesteund door G7, een groepering van zeven partijen die eind 2015 de meerderheid verlieten). De Belgisch-Congolese zakenman Katebe Katoto speelde een belangrijke rol in de toenadering tussen Tshisekedi en Katumbi, die de jongere broer is van Katebe.

Wat Tshisekedi en Katumbi bindt, is de wil om Kabila te zien aftreden en de macht te veroveren. Katumbi heeft de financiële middelen en een internationaal netwerk. Tshisekedi heeft een nationale partij met mobilisatiekracht in de hoofdstad. Wordt één van hen interim-president als Kabila opstapt? UDPS stelt Tshisekedi voor om de transitie te leiden, met de steun van Katumbi. Daarna zou UDPS de weg vrijmaken voor de verkiezing van Katumbi, zonder de kandidatuur van Tshisekedi. Binnen UDPS en het Rassemblement is er echter nog geen consensus over deze strategie.

De alliantie tussen Tshisekedi en Katumbi vormt een groot gevaar voor het regime van Kabila. In mei werd Katumbi in ballingschap gedwongen nadat hij in een politiek proces veroordeeld werd tot drie jaar celstraf. De ogen van het regime zijn nu gericht op Tshisekedi. Op 27 juli 2016 keerde de opposant terug naar Congo na een verblijf van twee jaar in België om gezondheidsredenen. Honderdduizenden mensen verwelkomden hem. Eenzelfde mensenmassa woonde zijn meeting bij op 30 juli in Kinshasa. De voorbije jaren kon geen enkele andere politicus zoveel mensen mobiliseren.

4.  Inclusiever akkoord vóór 19 december?

Toen het akkoord van 18 oktober 2016 ondertekend werd, leek het alsof de meerderheid er eindelijk in geslaagd was zijn slag thuis te halen: een verlenging van het mandaat van president Kabila (zoals het omstreden arrest van het Grondwettelijk Hof uit september 2016 toelaat) in ruil voor een machtsdeling met de oppositie. Al snel bleek echter dat het akkoord onvoldoende draagvlak heeft.

De Afrikaanse landen, samengekomen op een top in buurland Angola op 27 oktober jl., gaven hun steun aan het akkoord, maar sturen, net als internationale partners (VN, VS, EU en lidstaten zoals Frankrijk en België), sterk aan op een inclusiever akkoord vóór 19 december. Momenteel probeert de katholieke Kerk (bisschoppenconferentie CENCO), die het akkoord ook niet ondertekende, te bemiddelen voor een compromis tussen de meerderheid en het Rassemblement.

Wat stelt het Rassemblement voor? Het oppositieplatform meent dat de meerderheid (met Kabila op kop) verantwoordelijk is voor het uitstel van de verkiezingen en wil niet dat dezelfde ploeg aan het stuur blijft na 19 december. Officieel pleit het platform voor een nieuwe dialoog, een gezamenlijk bestuur met meerderheid en oppositie en een korte overgangsperiode (1 jaar). Het stelt deze voorwaarden:

  • Respect van de grondwet (geen derde mandaat voor Kabila en geen grondwetsherziening)
  • Organisatie van de presidents-, parlements- en provinciale verkiezingen eind 2017 (i.p.v. 2018)
  • Benoeming van een premier uit het Rassemblement (dus het ontslag van Badibanga)
  • Vrijlating van politieke gevangenen en de vrije terugkeer van opposanten (bv. Katumbi)
  • Hervorming van de kiescommissie (CENI) en de media-autoriteit (CSAC)

Wil het Rassemblement de macht delen met Kabila? Het oppositieplatform staat onder internationale druk om zich open te stellen voor een politiek compromis vóór 19 december. Het is mogelijk dat een aantal opposanten van het Rassemblement kiezen voor de meerderheid, in ruil voor een ministerpost in de nieuwe regering. De radicale leiding van het platform, met Tshisekedi op kop, wil officieel niet weten van een machtsdeling met Kabila. Leden van het Rassemblement vertelden echter dat het platform bereid is om Kabila aan de macht te laten om geweld te vermijden, maar dan wel op basis van bovenvermelde voorwaarden.

Hoe reageert de meerderheid? De internationale gemeenschap verhoogt ook de druk op de meerderheid om toegevingen te doen. Maar de meerderheid houdt zich tot nu toe aan het akkoord van 18 oktober en is niet geneigd om de vergaande voorwaarden van het Rassemblement te aanvaarden. Als het dat doet, zou Kabila in een zwakke ‘regner sans gouverner’-positie terechtkomen.

 5.  Artikel 64: mobilisatie tegen Kabila

Als er geen politiek compromis komt vóór 19 december 2016 dreigt een gewelddadige confrontatie zoals het bloedig protest van 19 en 20 september (56 doden volgens Human Rights Watch). Burgers kwamen toen op straat om president Kabila een gele kaart te geven. Enerzijds versterkt het regime het veiligheidsapparaat om ieder protest in de kiem te smoren. Anderzijds mobiliseert het anti-Kabilakamp voor manifestaties tegen de president.

Hier een aantal observaties van de mobilisatiedynamiek:

  • Wanneer mobiliseren? December 2016 is een cruciale maand. De bevolking wordt opgeroepen om op 19 december Kabila een rode kaart te geven en te protesteren tot hij opstapt. De nadruk ligt sterk op die symbolische datum, en de verwachtingen zijn heel hoog. Als er rond die datum geen grote mobilisatie is en Kabila blijft aan, kan het momentum verloren gaan.
  • Wie mobiliseert? Geen enkele organisatie kan nationaal mobiliseren. Uit de recente acties blijkt dat protesten in verschillende steden mogelijk zijn door gezamenlijke oproepen en samenwerking tussen politieke en sociale actoren bv. binnen het Rassemblement. De mobilisatie door oppositiepartijen speelt zich vooral af in Kinshasa en steden in Kivu. Daarnaast heeft UDPS ook een machtsbasis in Kasaï en G7 in Katanga. Burgerbewegingen zoals Lucha, Filimbi en Quatrième Voie voeren sensibiliseringscampagnes gericht op jongeren. Ze benaderen ook politiemannen en militairen in de wijken.
  • Waarom mobiliseren? De directe aanleiding voor de mobilisatie is het einde van Kabila’s mandaat en zijn wil om aan de macht te blijven. Niet enkel de schending van de grondwet, het uitstel van de verkiezingen, de repressie en de oorlog in het oosten vormen een voedingsbodem voor protest, maar ook de socio-economische situatie. Mensen klagen over de werkloosheid, stijging van de prijzen, belastingen, corruptie en slechte leefomstandigheden. De begrotingscrisis heeft nefaste gevolgen voor de uitbetaling van de overheidsambtenaren, politie en leger. Zelfs ministers en parlementsleden hebben achterstand op hun loon. Dit alles zorgt voor een grote ontevredenheid over Kabila’s beleid, zowel bij de gewone burgers als binnen het regime.

  • Hoe wordt gemobiliseerd? De mobilisatie gebeurt in Congo en in de diaspora (ook in België) op straat, tijdens bijeenkomsten, via sociale media en telefonisch. Zowel oppositiepartijen als burgerbewegingen verwijzen naar artikel 64 van de Grondwet als wettelijke basis voor het protest. Dat artikel luidt als volgt: « Tout Congolais a le devoir de faire échec à tout individu ou groupe d’individus qui prend le pouvoir par la force ou qui l’exerce en violation des dispositions de la présente Constitution. » 
  • Wie komt op straat? Uit een recente peiling bij 7545 Congolezen in alle provincies blijkt dat 74% wil dat Kabila in december 2016 opstapt. Toch kwam tot nu toe maar een beperkt deel van de bevolking (ca. 80 miljoen), overwegend jonge mannen, op straat. Activisten wezen op vier factoren die een obstakel vormen voor de mobilisatie: (1) het beperkte politiek bewustzijn, (2) het gebrek aan geloof dat verandering mogelijk is, (3) de psychosociale overlevingssituatie en (4) de repressie en het geweld van de overheid. Er is een reële kans op protest gedurende meerdere dagen in Kinshasa en andere steden, maar een langdurig massaprotest lijkt onmogelijk.

Hoe reageert het regime op de mobilisatie?

Het regime probeert te anticiperen op het protest rond 19 december. Repressie en geweld moeten burgers afschrikken om op straat te komen. Ordetroepen houden Kinshasa, de machtsbasis van Tshisekedi, en Lubumbashi, de machtsbasis van Katumbi, sterk in het oog. Het regime vreest niet enkel volksprotest in verschillende steden, maar is ook bang voor spanningen binnen het veiligheidsapparaat. Kabila lijkt vooral te vertrouwen op zijn Republikeinse Garde en speciale politie-eenheden.

Het valt niet uit te sluiten dat politiemannen en militairen de kant kiezen van de betogers. En erger: hevig protest kan legerofficieren ‘aanmoedigen’ om zich tegen Kabila te keren enhem (politiek) uit te schakelen. Hoe zullen de buurlanden (Angola en Congo-Brazzaville in het westen en Oeganda en Rwanda in het oosten) en internationale partners (zoals de VS) reageren: redden ze Kabila of laten ze hem vallen?

6.  Oost-Congo: nieuw gewapend geweld

De politieke instabiliteit in Kinshasa heeft ook een negatieve impact op de veiligheid in het oosten van het land. Er zijn een aantal factoren die tot nieuw gewapend geweld leiden of kunnen leiden. Ten eerste is er sprake van een re-activisme bij Congolese rebellengroepen zoals de lokale Mai Mai milities. De vrees bestaat dat zij het binnenland verlaten om de betogers in de steden te steunen. Indien Kabila niet vreedzaam opstapt dreigen kwetsbare jongeren te radicaliseren en de wapens (weer) op te nemen.

Een tweede factor is de band tussen rebellengroepen (en/of gedemobiliseerde strijders) en politici. Politieke leiders onderhouden contacten met (oud-)rebellen of sturen ze aan. Bepaalde lokale groepen zouden hun gewapende strijd kunnen (re)-activeren indien hun leider(s) geen toegang krijgen tot de politieke macht op nationaal niveau bv. in de nieuwe regering.

Een derde factor is de toename van lokale spanningen tussen etnische gemeenschappen. Politieke en traditionele leiders versterken bestaande conflicten rond macht, grond en identiteit. Dit zaait meer verdeeldheid tussen gemeenschappen en zet aan tot geweld.

Tot slot kan de instabiliteit in Congo een alibi zijn voor een inval vanuit de buurlanden. De buurlanden zouden om veiligheidsredenen weer gebruik kunnen maken van de aanwezigheid van buitenlandse rebellengroepen in Congo om binnen te vallen en/of (nieuwe) rebellengroepen te steunen. Naast rebellen uit Oeganda (ADF-NALU), Rwanda (FDLR) en Burundi (FNL) kwamen er recent ook rebellen uit Zuid-Soedan, die nu in Noord-Kivu verblijven.

7.  Conclusie

December 2016 wordt een bewogen maand in de Democratische Republiek Congo. Het uitstel van de verkiezingen stort het land in een onzekere jaarwissel. Twee kampen staan tegenover elkaar. Aan de ene kant wil de politieke meerderheid president Joseph Kabila aan de macht houden, zoals het Grondwettelijk Hof toelaat. Aan de andere kant wil het oppositieplatform Rassemblement van Etienne Tshisekedi en Moïse Katumbi dat Kabila aftreedt op 19 december 2016, wanneer zijn wettelijk mandaat eindigt. Het politiek akkoord van 18 oktober jl., geboycot door het Rassemblement, en een maand later de benoeming van de nieuwe premier Samy Badibanga hebben de crisis niet opgelost.

De katholieke bisschoppen bemiddelen alsnog voor een inclusiever akkoord tussen de meerderheid en het Rassemblement. Maar wat als er geen politiek compromis komt vóór 19 december? Congo houdt zijn adem in… Politieke impasse, impopulaire president, slecht betaald leger, armoede en ongelijkheid, etnische spanningen. Die interne problemen waren in oktober 1996 mee bepalend voor een oorlog die leidde tot het gedwongen vertrek van president Mobutu. Twintig jaar later vormen dezelfde problemen een voedingsbodem voor zowel vreedzaam als gewapend protest tegen het huidige regime.

Kabila probeert met repressie en geweld aan de macht te blijven maar de ontevredenheid over zijn beleid is groot. Het gevaar schuilt enerzijds in de mobilisatie voor protest vanaf 19 december en anderzijds in de spanningen binnen het veiligheidsapparaat. Bovendien heeft Congo nog rebellengroepen in het oosten. Er dreigt een nieuwe gewelddadige confrontatie tussen betogers en ordetroepen. En erger: hevig protest zou legerofficieren kunnen ‘aanmoedigen’ om zich tegen de zittende president te keren. Overleeft Kabila de jaarwissel?

 


[1] Na de verkiezingen van 2011 werd UNC de derde oppositiepartij in de Kamer, na UDPS van Etienne Tshisekedi en MLC van Jean-Pierre Bemba.