Actueel

Etienne Tshisekedi overleden, de Congolese oppositie onthoofd

Woensdag 1 februari 2017 overleed in Brussel Etienne Tshisekedi. Tshisekedi was meer dan 50 jaar actief in de Congolese politiek, waarvan een groot deel als opposant en leider van oppositiepartij UDPS. Journalist en Congokenner Guy Poppe geeft een overzicht van de bewogen carrière van de politicus.

Met de dood van Etienne Tshisekedi is er niet zomaar een tijdperk ten einde gekomen. Tshisekedi wàs een tijdperk. Als de piepjonge stafchef van het Congolese leger, Joseph Mobutu, in september 1960 een einde maakt aan het gebakkelei tussen president Kasavubu en premier Lumumba en een college van commissarissen installeert, een groep van voornamelijk studenten, is de bijna afgestudeerde jurist Tshisekedi één van hen, als adjunct op Justitie. Ruim 56 jaar later was hij nog altijd een van Congo’s politieke tenoren. Alsof in België Gaston Eyskens nog altijd actief zou zijn! Een hele tijd blijft Tshisekedi met Mobutu samenwerken, ook na de generaal zijn tweede staatsgreep in november 1965. Hij is minister, schrijft mee aan de nieuwe grondwet en staat mee aan de wieg van de eenheidspartij.

Tshisekedi opposant

In 1977 stelt Tshisekedi zijn eerste oppositiedaad. De koperprijs is in elkaar gestort, Mobutu heeft net de eerste oorlog in Katanga overleefd, de mot zit in zijn regime. Tshisekedi schrijft de president een kritische brief. Drie jaar later hij komt definitief uit de kast: samen met twaalf andere parlementsleden pleit hij voor meer democratie. In 1982 richt hij de Union pour la Démocratie et le Progrès Social op, de UDPS, nu nog één van Congo’s belangrijkste oppositiepartijen. Er volgt een periode dat niets hem bespaard blijft: gevangenisstraf, het gebruik van fysiek geweld, een behandeling als geesteszieke en ballingschap, zowel in eigen land als in België. In die jaren kom ik hem wel eens tegen, bij zijn broer op de Antwerpse linkeroever of in een eenvoudig optrekje in Sint-Gillis, waar hij zit te wachten tot minister van Justitie, Jean Gol, zijn uitreisverbod opheft. Dit is geen opposant die hoopt dat Mobutu hem een sinecure aanbiedt, dit is geen man die de politiek gebruikt om zich te verrijken.

In april 1990 staat Mobutu internationaal en in eigen land in die mate onder druk dat hij de eenpartijstaat opheft. Er is in eerste instantie ruimte voor twee andere politieke formaties. Eén daarvan is de UDPS, ja, dat geeft hij node toe op de persconferentie, al krijgt hij de naam van zijn vermaledijde tegenstander niet over de lippen. Die dag ontdek ik de zwakke punten van Tshisekedi. Als ik ’s avonds met de taxi bij hem thuis in Limete arriveer, wil hij geen verklaring afleggen. Als hij dat ’s anderendaags wel doet, is ze weinigzeggend en verward. Tshisekedi heeft geen klare kijk op waar hij met zijn land naartoe wil en gaat ervan uit dat de macht hem in de schoot valt, omdat hij daarop recht heeft.

Tshisekedi op het voorplan

Dat je moet vechten om een dictator te verdrijven en je mogelijk een blauwtje oploopt als je dat niet doet, blijkt de volgende jaren. Als de Nationale Conferentie Tshisekedi in augustus 1992 tot eerste minister verkiest, duurt zijn rijk hooguit een maand of vier. Hoe goed hij ook omringd is – het contact met zijn comité de réflexion politique is elke keer goed voor een avond grondig doorpraten -, hij krijgt zijn beleid niet op de rails. Mobutu is te geslepen en nog gewiekst genoeg om de besluiten van de Nationale Conferentie te kortwieken en in Brussel geven ze het gauw op om Tshisekedi ondersteuning aan te bieden, want hij kan het niet. Een merkwaardige houding. Alsof Mobutu een kwarteeuw lang bewezen had dat hij het wel kon.

Het lukt Tshisekedi dus niet om Mobutu van de troon te stoten. In april 1997, enkele weken voor Laurent Kabila dat wel doet, aanvaardt Tshisekedi zelfs opnieuw het premierschap uit handen van Mobutu, niet zijn laatste politiek onbegrijpelijke zet. Maar vanaf mei komt er een einde aan zijn ambitie om Mobutu op te volgen. Kabila sr. doet dat in zijn plaats en zet daarmee de toon voor de volgende twintig jaar: de macht in Congo komt toe aan wie ze met geweld grijpt. De Nationale Conferentie faalt in haar poging om een vreedzame overgang naar democratie vorm te geven. Tshisekedi valt terug op zijn rol van eeuwige opposant.

Tshisekedi en verkiezingen

Echt boven water komt Tshisekedi pas als na een jarenlange oorlog en een ellenlange overgang er in juli 2006 voor het eerst democratische verkiezingen komen in Congo. Hij roept op om ze te boycotten. Dat lukt aardig - in een stad als Mbuji Mayi b.v., in Kasaï, zijn fief, gaat het leven zijn gewone gang, er is geen affiche of spandoek te bespeuren – maar hij zet zichzelf en zijn partij wel buitenspel en geeft Joseph Kabila carte blanche om zijn presidentschap via de stembus te legitimeren. Alweer een politiek onbegrijpelijke zet. Op het einde van de oorlog, in juli 2002, had hij me in Goma een andere demarche van hem proberen uit te leggen. Toen was hij daar op het hoofdkwartier van de RCD-rebellen, én in Rwanda, zoete broodjes gaan bakken om een alliantie te sluiten tegen Kabila jr. Tshisekedi was soms onnavolgbaar in zijn politieke bespiegelingen.

Maar Tshisekedi is als een kat met negen levens. In 2011 komt hij op tegen Kabila jr. en wie zal er zeggen wie van hen feitelijk de presidentsverkiezingen gewonnen zou hebben, mocht er geen grootscheepse fraude gepleegd zijn bij de verwerking en de telling van de resultaten? Tshisekedi ging alleszins ervan uit dat het ambt hem toekwam. Hij blijft zich beschouwen als minstens de numero uno van de Congolese oppositie en is dat voor een deel zeker ook. Hij heeft aanzien en prestige en slaagt erin om met zijn stukken beter dan andere partijen georganiseerde UDPS, vooral in Kasaï en Kinshasa, massa’s te mobiliseren, zowel om te manifesteren als om hem te verwelkomen, als hij weer eens na een lang verblijf in het buitenland naar Congo terugkeert.

Geen wonder dat Tshisekedi het comité de suivi voor zou zitten, dat de nazorg op zich neemt van de onlangs gesloten akkoorden, die tot doel hebben om de voor verleden jaar geplande verkiezingen alsnog te organiseren en de opvolging van Kabila jr. te verzekeren. Tshisekedi was en bleef incontournable maar beslist niet ongecontesteerd.  Denk aan wat hem overkwam in 2003, toen de vredesovereenkomst stipuleerde dat de politieke partijen en de maatschappelijke organisaties tijdens de overgang recht hadden op één van de vier posten als vicepresident en hij uiteindelijk het onderspit moest delven. Ook de talloze dissidenties en scheuringen in de schoot van de UDPS wijzen erop dat onder zijn aanhangers lang niet iedereen het altijd eens was met de stellingen die de onverzettelijke Moïse innam. Moïse, zijn koosnaam, Mozes, de man die zijn volk door de woestijn leidde. Voor zo iemand zagen flink wat Congolezen hem aan.