Actueel

|
27 februari 2016

De ontevredenheid over de sociale situatie, de repressie en het geweld van de overheid tegen dissidenten en de vertraging in het verkiezingsproces doen de spanningen toenemen.

Kabila vs Front Citoyen: nieuw conflict

Exact drie jaar na de ondertekening van het Kaderakkoord van 24 februari 2013 bevindt de Democratische Republiek Congo zich in een cruciale periode. De onzekerheid rond de organisatie van de verkiezingen en de toekomst van president Joseph Kabila doet de spanning oplopen. Indien de grondwet geschonden wordt, dreigt Congo, zoals Burundi, af te glijden naar een gewelddadig conflict tussen het regime en zijn tegenstanders.

Protest in 2015: een waarschuwing

In januari 2015 probeerde de parlementaire meerderheid van president Joseph Kabila een controversiële kieswet goed te keuren. Het wetsvoorstel wilde de organisatie van de presidentsverkiezing koppelen aan een volkstelling. De oppositie kantte zich tegen het voorstel. Ze vreesde namelijk dat de telling een middel was om de verkiezing uit te stellen. Op vraag van de oppositie kwamen duizenden (jonge) Congolezen op straat in de hoofdstad Kinshasa en in het oosten van het land. De overheid reageerde erg gewelddadig. Meer dan 40 personen werden gedood en honderden werden aangehouden of als vermist opgegeven.

Het volksprotest was een belangrijke waarschuwing voor Kabila. De bevolking kwam voor het eerst meerdere dagen op straat tegen een verlenging van zijn mandaat én haalde haar slag thuis. Onder druk van de betogers en internationale partners, waaronder de VS en België, paste het parlement uiteindelijk het wetsvoorstel aan. Het protest en het geweld van de overheid zetten de toon voor een bewogen periode.

Kabila verliest politiek draagvlak

2016 wordt een cruciaal jaar voor de stabiliteit van Congo. Dit heeft te maken met de onzekerheid over de (politieke) toekomst van Joseph Kabila (44). Hij werd 15 jaar geleden, in januari 2001, president. In 2006 won hij de historische verkiezingen, maar hij kwam verzwakt uit de gecontesteerde verkiezingen van 2011. Sindsdien ondernam Kabila initiatieven om zijn politieke draagvlak te versterken. In 2013 vond een nationaal overleg plaats. Dat werd gevolgd door de benoeming van een regering van ‘nationale cohesie’ eind 2014. Beide initiatieven kenden weinig succes omdat belangrijke oppositiepartijen niet deelnamen.

In 2015 kreeg Kabila een zware klap binnen zijn eigen meerderheid. Zeven coalitiepartijen (G7) en zijn partijgenoot Moïse Katumbi (ex-gouverneur van Katanga) keerden zich tegen hem. Ze traden toe tot de oppositie met als doel te ijveren voor de verkiezing van een nieuwe president in 2016. Volgens de grondwet mag Kabila zich niet kandidaatstellen voor een derde ambtstermijn. Hij moet normaal gezien in december de macht overdagen aan zijn opvolger. Dit zou een historische gebeurtenis zijn omdat Congo nog nooit een machtswissel kende tussen twee presidenten.

Officieel heeft Kabila zich nog niet uitgesproken over zijn politieke ambities in 2016, maar er zijn signalen die erop wijzen dat hij aan de macht wil blijven. Bovendien wordt hij omringd door ambtgenoten in Burundi, Rwanda, Oeganda en Congo-Brazzaville die niet (willen) aftreden.

Presidentsverkiezing in 2016: onhaalbaar?

In februari 2015 publiceerde de nationale kiescommissie (CENI) een verkiezingskalender. CENI plande lokale en provinciale verkiezingen voor oktober 2015 en parlementaire en presidentsverkiezingen voor november 2016. Eén jaar na de bekendmaking van de kalender kent het verkiezingsproces grote vertraging. De lokale en provinciale verkiezingen vonden niet plaats. De oppositie vraagt al maanden om de publicatie van een nieuwe kalender met als prioriteit de nationale verkiezingen (president en parlement).

CENI plant de verkiezing voor de gouverneurs in de 21 nieuwe provincies op 26 maart 2016. Maar de nieuwe commissievoorzitter Corneille Nangaa beweert dat het onhaalbaar is om dit jaar nog geloofwaardige nationale verkiezingen te organiseren. Hij wijst op een aantal obstakels waaronder de herziening van het kiezersbestand, iets wat maanden in beslag zou nemen. De vertraging kent verschillende redenen. Er is sprake van logistieke en financiële problemen. Maar het grootste obstakel is de politieke onwil van de meerderheid om de verkiezingen te organiseren. Uitstel komt haar goed uit.

Kan Front Citoyen het volk mobiliseren?

In december 2015 hebben belangrijke opposanten (inclusief G7 en Katumbi), organisaties uit het middenveld en jongerenbewegingen zich verenigd en het Front Citoyen 2016 opgericht. Dit diverse platform wordt gecoördineerd door de jonge activist Floribert Anzuluni (Filimbi) die sinds april 2015 in België verblijft. Het Front Citoyen ijvert voor eerlijke verkiezingen in november 2016 en een machtsoverdracht tussen president Kabila en zijn opvolger in december. Deze boodschap krijgt steun van de katholieke Kerk en internationale partners, waaronder de VS.

Officieel vraagt het Front Citoyen het vertrek van Kabila via een democratische en vreedzame machtswissel na verkiezingen. Indien de verkiezingen toch niet (kunnen) doorgaan in 2016, dan valt niet uit te sluiten dat het platform oproept tot een gedwongen vertrek van Kabila, bijvoorbeeld via volksprotest. Het front kan inspelen op de frustraties en de woede van jongeren. Maar het is nu nog onzeker of het front voldoende kracht heeft om het volk massaal te mobiliseren om op straat te komen. Het regime is namelijk erg repressief en versterkt het veiligheidsapparaat om iedere vorm van protest in de kiem te smoren. De actie ‘ville morte’ van 16 februari jl. was een eerste test, die redelijk succesvol was, in de hoofdstad. Het front kondigt nog grote vreedzame manifestaties aan. Dan zal blijken wat de ware mobilisatiekracht is en in welke mate deze aanpak steun krijgt van internationale partners, bv. de VS.

Dialoog: de weg naar een transitie

Sinds 2015 roept president Kabila op tot een dialoog tussen meerderheid, oppositie en middenveld om de organisatie van de verkiezingen te bespreken. De katholieke Kerk en internationale partners (VN, EU, Afrikaanse Unie, Francofonie) steunen een inclusieve dialoog en eerlijke verkiezingen. De AU stelde Edem Kodjo aan als bemiddelaar om consultaties te voeren ter voorbereiding van de dialoog. Maar hij boekt weinig resultaat. De belangrijkste opposanten zien de dialoog als een valstrik om een transitie te bekomen en de verkiezingen uit te stellen. Dit zou immers betekenen dat Kabila aan de macht blijft.

De ontevredenheid over de sociale situatie, de repressie en het geweld van de overheid tegen dissidenten en de vertraging in het verkiezingsproces doen de spanningen toenemen. Congo stevent af op een gewelddadige confrontatie tussen Kabila’s regime en zijn tegenstanders, waaronder het Front Citoyen. Op dit ogenblik is het onwaarschijnlijk dat de ‘radicale oppositie’ instemt met een transitie en machtsdeling. Dit kan wel een optie worden indien ze er niet in slaagt om de bevolking te mobiliseren tegen Kabila.

G7 stelt nu al voor om een interim-president aan te stellen indien de verkiezingen niet doorgaan. Als de president opstapt of niet meer in staat is om zijn macht uit te oefenen, wordt hij volgens de grondwet vervangen door de voorzitter van de senaat tot de organisatie van verkiezingen. Op dit ogenblik is dat Kengo Wa Dondo (‘gematigde oppositie’), maar zijn strategische positie staat onder druk.

Kaderakkoord voor vrede in Oost-Congo: geen prioriteit

Op 24 februari 2013 ondertekenden 11 Afrikaanse landen, waaronder Congo en haar buurlanden Rwanda, Oeganda en Burundi, de AU en de VN in Addis Abeba (Ethiopië) het Kaderakkoord voor vrede, veiligheid en samenwerking in Congo en de regio van de Grote Meren. Het akkoord vermeldt België expliciet als één van de betrokken actoren. De VN benoemden een speciaal gezant voor de opvolging van het Kaderakkoord en stuurden een Afrikaanse brigade ter versterking van de vredesmissie MONUSCO.

Drie jaar na de ondertekening is er echter weinig vooruitgang geboekt in de naleving van het Kaderakkoord. Ongeveer 60 Congolese en buitenlandse rebellengroepen zoals ADF-NALU uit Oeganda en FDLR uit Rwanda blijven de bevolking terroriseren. VN-gezant Saïd Djinnit heeft te weinig invloed op het vredesproces. In Congo en de regio ontbreekt de politieke wil om het akkoord als een beleidsprioriteit te beschouwen.

De militaire overwinning op M23 eind 2013 illustreerde dat een effectieve samenwerking tussen het Congolese leger en MONUSCO goede resultaten kan boeken in de strijd tegen rebellen. Maar de slechte verstandhouding tussen de autoriteiten van Congo en de leiders van MONUSCO heeft negatieve gevolgen op het terrein. In 2016 kunnen de Congolese militairen en de blauwhelmen geconfronteerd worden met een verhoogde activiteit van rebellengroepen naarmate de politieke spanningen in Kinshasa toenemen.