Actueel

Nuclear Abolition Day 2016: op naar een internationaal kernwapenverbod

Op 26 september 2016 vindt opnieuw “Nuclear Abolition Day” plaats, een wereldwijde actiedag tegen kernwapens. Dit jaar wordt het een bijzondere actiedag: we bevinden ons aan de vooravond van de start van historische onderhandelingen, in 2017, over een nieuw internationaal verbodsverdrag op kernwapens.

In 2016 vonden drie sessies plaats van een speciale VN-werkgroep over nucleaire ontwapening. 107 landen steunden tijdens de slotsessie in augustus 2016 de oproep om in 2017 onderhandelingen op te starten over een nieuw internationaal verbodsverdrag. Tijdens de Algemene Vergadering van de VN in oktober 2016 zal wellicht een resolutie worden gestemd die een mandaat bevat om in 2017 dergelijke onderhandelingen op te starten.

Wat is de positie van België?

België stemde tegen het eindrapport van de VN-werkgroep. Ons land maakt deel uit van een kleine minderheid van staten die pleiten voor een zogenaamde progressieve” of “stap-voor-stap”benadering. Dit heeft betrekking op een pakket maatregelen: het opvoeren van transparantie, de vermindering van de operationele status van kernwapens, de vermindering van het aantal strategische en tactische kernwapens, de vermindering van het belang van kernwapens in veiligheidsdoctrines, de inwerkingtreding van het omvattend verbodsverdrag op kernwapentesten, en een moratorium op de productie van spijtbare deeltjes voor kernwapendoeleinden.

Dit zijn geen nieuwe voorstellen, maar zaken die al decennia op tafel liggen en niet of onvoldoende worden uitgevoerd. De Belgische houding valt om verschillende redenen te betreuren:

  • Hoewel België aanvankelijk claimde een rol als “bruggenbouwer” te willen opnemen, toonde het tijdens de drie OEWG-sessies geen enkele intentie om compromissen te sluiten. Tegelijkertijd verzette de Belgische diplomatie zich hevig tegen de notie dat de “progressieve” en de verbodsbenadering verenigbaar zijn. Dit terwijl het verbodskamp duidelijk stelt dat een verbodsverdrag een logische volgende stap is naar een kernwapenvrije wereld, die dus perfect binnen de Belgische “stap-voor-stap” benadering past
  • De Belgische regering slaagt er ook niet in te verduidelijken waarom maatregelen die al meer dan twee decennia op tafel liggen, nu wél geïmplementeerd zouden worden door de kernwapenstaten. België claimt “effectieve” en “realistische” voorstellen te doen, maar stelt enkel zaken voor die al bewezen hebben niet of onvoldoende te werken. Zowat alle elementen in de “progressieve benadering” zijn een recyclage van eerdere, niet-geïmplementeerde beloftes uit eerdere documenten en de herzieningsconferenties van het Non-proliferatieverdrag in 2000 en 2010. Het simpelweg herhalen van oude voorstellen, zonder een concreet stappenplan om deze op korte termijn te realiseren, is niet progressief of realistisch maar een conservatieve verankering van de status quo.
  • België benadrukte keer op keer het belang van transparantie en vertrouwenwekkende maatregelen. Het weigert echter de aanwezigheid van Amerikaanse kernwapens in Kleine-Brogel te bevestigen of ontkennen, binnen de NAVO te pleiten voor een vermindering van de nucleaire rol in de NAVO-veiligheidsdoctrine, of de verwijdering van kernwapens uit Kleine Brogel bilateraal te bespreken met de Verenigde Staten.
  • De Belgische voorstellen hebben enkel betrekking op acties die andere landen moeten nemen. België roept andere landen op om regionale kernwapenvrije zones te versterken, maar behoudt zichzelf (en andere Europese landen) het recht voor om kernwapens te stockeren en in te zetten. De enige actie die België zelf kan nemen om Amerikaans-Russische ontwapeningsgesprekken te stimuleren, de verwijdering van Amerikaanse tactische kernwapens uit Kleine Brogel, wordt genegeerd.

Waarom kernwapens verbieden?

Een nieuw verbodsverdrag is geen revolutionaire stap. Het staat niet gelijk aan onmiddellijke ontwapening. Het is een logische volgende stap in een gradueel proces dat leidt tot volledige nucleaire ontwapening. Een verbodsverdrag verhoogt de druk op de kernwapenstaten (die via grootschalige en dure moderniseringsprogramma’s van hun nucleaire arsenalen duidelijk maken niet geïnteresseerd te zijn in ontwapening) om volledig te ontwapenen en heeft een onmiddellijke en concrete impact op de financiering van kernwapens. Een kernwapenverbod omvat niet elke complexe stap en maatregelen op weg naar volledige eliminatie (dat kan via aanvullende protocollen of andere juridische instrumenten), maar is een nieuw vertrekpunt voor het bereiken van een kernwapenvrije wereld.

Een nieuw verdrag is complementair aan andere ontwapeningsvoorstellen die op tafel liggen, inclusief de “progressieve” voorstellen die momenteel door België gesteund worden. Een verbodsverdrag versterkt andere initiatieven voor ontwapening: het is een noodzakelijk extra duwtje om ervoor te zorgen dat de “progressieve” voorstellen, die al meer dan twintig jaar op tafel liggen, nu ook echt uitgevoerd worden. Zonder extra druk zullen kernwapenstaten immers niet ontwapenen. Zo slaagden de vijf erkende kernwapenstaten er tijdens hun jaarlijkse bijeenkomst in september 2016 in om geen enkel betekenisvol of concreet voorstel te formuleren om de nucleaire ontwapeningsdynamiek op korte termijn nieuw leven in te blazen. Geen enkel concreet voorstel uit de “progressieve benadering” werd vermeld in de slotverklaring, wat ernstige vragen doet rijzen over het perspectief op implementatie van de “progressieve” agenda.

Een nieuw verbodsverdrag heeft ook een positieve impact op het internationaal veiligheidsklimaat. Het versterkt het mondiaal regime van nucleaire ontwapening en non-proliferatie van kernwapens. Dit regime berust op een soort grand bargain: de kernwapenstaten beloofden in 1970 volledig nucleair te ontwapenen, in ruil voor de belofte van de niet-kernwapenstaten om geen kernwapens te verwerven. Dit akkoord komt steeds meer onder druk te staan door de frustraties van de niet-kernwapenstaten over de niet-ingevulde beloftes van de kernwapenstaten. “Waarom moeten wij ons deel van het akkoord nog nakomen als de kernwapenstaten hun beloftes niet waarmaken?”, klinkt het steeds luider.

Een nieuw verbodsverdrag verhoogt de druk op kernwapenstaten om effectief en volledig te ontwapenen, versterkt het non-proliferatieverdrag (artikel VI) en verkleint zo het gevaar op een nieuwe nucleaire wapenwedloop.

Wat moet België doen?

Als België volgens zijn eigen regeerakkoord wil ijveren voor initiatieven die streven naar nucleaire ontwapening, dan moet het de voorliggende resolutie steunen, om vervolgens in 2017 op constructieve wijze deel te nemen aan een open en inclusief diplomatiek proces dat leidt tot een verbod op kernwapens. Dat is geen radicale stap, maar een logische volgende bouwsteen naar een kernwapenvrije wereld.