Actueel

Strategische visie Defensie: NAVO houdt de pen vast

Met meer dan een jaar vertraging presenteerde minister van Defensie Steven Vandeput op 30 juni 2016 zijn ‘Strategische Visie' voor Defensie. Niet toevallig kwam die visie er één week voor de NAVO-top in Warschau. Pax Christi Vlaanderen heeft grote vraagtekens bij het strategisch gehalte van de nota en plaatst daarom het woord visie tussen aanhalingstekens. Vooral tegen de aankoop van 34 nieuwe gevechtsvliegtuigen[1] verzet Pax Christi Vlaanderen zich uitdrukkelijk en ze betreurt dat een actievere Belgische deelname aan VN-vredesoperaties nauwelijks besproken wordt in de ‘visie’.

Dit artikel verscheen in het nieuwe Koerierdossier van Pax Christi Vlaanderen: 'VN-vredesoperaties: een nieuw elan?' (19 september 2016). Het volledige dossier is verkrijgbaar aan 2 euro op het secretariaat via paxchristi@paxchristi.be of  03/225.10.00.

De strategische ‘visie’ voor Defensie is eindelijk rond. Belangrijkste krijtlijnen: het leger slankt flink af op personeelsvlak: van 32.000 naar 25.000 manschappen. Vanaf 2019 maakt de overheid 9,2 miljard euro vrij voor nieuwe investeringen in hoofdmateriaal. De komende drie jaar wordt daarnaast 200 miljoen euro extra vrijgemaakt voor directe investeringen. Het legerbudget stijgt van 0,90 % van het bbp vandaag tot 1,3 % in 2030. En Defensie belooft ook ten laatste eind oktober 2016 een voorstel voor een militaire programmatiewet neer te leggen waarin alle grote investeringen vervat zitten[2].

De NAVO en de EU worden in de nota omschreven als ‘essentiële pijlers’ van het Belgische veiligheids- en defensiebeleid. Maar er wordt nauwelijks gerept over een sterkere Belgische bijdrage aan VN-vredesoperaties en de internationale discussies rond de hervorming van VN-vredesoperaties blijven zelfs volledig onvermeld. De visie wijdt welgeteld twee zinnen aan VN-vredesoperaties: “De Belgische regering wenst blijvend op geloofwaardige wijze bij te dragen aan de rol van de Verenigde Naties, gezien de directe impact op de Belgische veiligheid en belangen. Dit betekent vanuit een militair perspectief een blijvende betekenisvolle inzet van de Belgische Defensie in de militaire operaties van de VN, inbegrepen de door de VN gemandateerde EU- en NAVO-inzet.”Uit deze twee zinnen blijkt niet hoe de Belgische regering dit concreet zal doen.

Van alles een beetje, maar geen visie

Het lijstje nieuwe investeringen is lang, met op kop de aankoop van 34 nieuwe gevechtsvliegtuigen. De strategische ‘visie’ stelt dat die 3,6 miljard euro zullen kosten, maar vertelt er niet bij dat de totale levensduurkost (inclusief onderhouds-, instandhoudings- en verlieskost) minstens 15 miljard euro bedraagt over een periode van veertig jaar. Een vreemde constatering, aangezien die cijfers afkomstig zijn van kolonel Harold Van Pee, die binnen Defensie verantwoordelijk is voor het aankoopdossier van de nieuwe gevechtsvliegtuigen[3]. Extrapolaties van gelijkaardige buitenlandse aankoopdossiers suggereren bovendien dat de aankooprijs van 3,6 miljard euro een voorzichtige schatting is. De uiteindelijke kostprijs ligt wellicht nog een stuk hoger.

Naast de aankoop van 34 nieuwe gevechtsvliegtuigen is er sprake van een upgrade van de huidige F-16’s (180 miljoen euro), een gewapende gemotoriseerde landcapaciteit (1,9 miljard), twee fregatten (1,04 miljard), een tankervliegtuig (300 miljoen), zes mijnenvegers (930 miljoen), zes verkenningsdrones (490 miljoen) en investeringen in special forces (170 miljoen).

Verder wordt er ook geïnvesteerd in een ISTAR-capaciteit (intelligence, surveillance, target acquisition, reconnaissance, 172 miljoen), een upgrade van vier maritieme NH90 helikopters (71 miljoen), de militaire inlichtingendienst (54,5 miljoen), inlichtingenvergaring via satellieten (46 miljoen), militaire constructieteams (33,5 miljoen), een ontmijningscapaciteit (9 miljoen) en een zogenaamde influence cybercapaciteit (7 miljoen).

Kortom, van alles een beetje zonder scherpe keuzes te maken. “Veiligheid is niet gratis”, benadrukt minister van Defensie Vandeput keer op keer. Hij slaagt er echter niet in te antwoorden op twee eenvoudige vragen. Hoe denkt de regering dit allemaal te betalen, en waarom worden geen strategische keuzes gemaakt in een ‘strategische visie’?

Overcapaciteit versus ondercapaciteit

Naast een algemeen budgettair kader en een overzicht van alle nieuwe investeringen bevat de strategische ‘visie’ ook negen centrale principes. Een aantal principes springen hierbij in het oog. Principe 1 definieert de drie kerntaken van Defensie: 1) collectieve defensie van de NAVO-grenzen, 2) collectieve veiligheid via internationale crisismanagementoperaties buiten de landsgrenzen en 3) de bescherming van Belgische onderdanen wereldwijd. De eerste kerntaak focust op de ‘oostelijke periferie’ (Oost-Europa), terwijl de tweede kerntaak zich vooral richt op de ‘zuidelijke periferie’ (het Midden-Oosten, Noord-Afrika, de Sahel en de Hoorn van Afrika).

Principe 3a stelt dat investeringen in nieuwe capaciteiten een gepaste invulling moeten geven aan deze kerntaken, terwijl principe 3b zegt dat de vier legercomponenten (land, lucht, zee, cyber/inlichtingen) minstens één gevechtscapaciteit per component moeten hebben. Principe 3c stelt verder dat het Belgische leger moet focussen op Europese capaciteitstekorten (met een bijzondere focus op strategisch ondersteunende middelen als tankertoestellen, transporttoestellen en inlichtingenvergaring). In principe 6 bepaalt de strategische visie ook sterker te willen inzetten op meer internationale samenwerking om de uitbouw van een Europees defensiebeleid te ondersteunen.

De ‘visie’ doet geen moeite om principe 3b verder uit te leggen of te verantwoorden: het wordt gewoon geponeerd, punt. Aan principe 3c wordt bovendien geen concreet gevolg gegeven: op Europees niveau bestaat er nochtans een overcapaciteit van 2.100 gevechtsvliegtuigen, terwijl het gros van de Belgische middelen hierin geïnvesteerd wordt. Zelfs na afronding van alle huidige Europese aankoopprogramma’s behouden Europese NAVO-landen een duidelijke overcapaciteit in gevechtsvliegtuigen tegenover Rusland: 1.700 tot 1.900 Europese toestellen versus ongeveer 1.020 Russische toestellen[4]. Wat is er dan strategisch aan de keuze om gevechtsvliegtuigen voor het Belgisch leger aan te kopen?

In plaats van duidelijke keuzes te maken voor investeringen in een beperkt aantal capaciteitstekorten op het niveau van de VN, de EU of de NAVO, blijft de regering dus vasthouden aan de irrationele aankoop van dure gevechtsvliegtuigen waaraan op Europees vlak geen behoefte is en waarvoor ze het geld niet heeft. Dit terwijl er op het niveau van de VN[5], EU[6] en NAVO wel een grote vraag is naar grondtroepen en strategisch ondersteunende middelen als tankertoestellen, transportvliegtuigen, verkenningsdrones en inlichtingenvergaring.

Investeringen in dergelijke middelen zijn veel rationeler en efficiënter, en Defensie levert op die manier wel degelijk haar billijke bijdrage aan de verschillende bondgenootschappen waarvan België deel uitmaakt.

De Strategische Visie ‘kiest’ er echter vooral voor om geen keuzes te maken. Het Belgisch leger wil blijkbaar alles kopen, inclusief overbodige en onbetaalbare gevechtsvliegtuigen. De vraag moet altijd gesteld worden: hoe belangrijk vind ik bepaalde taken in vergelijking met andere taken? En welke prioriteiten stel ik bij het aankopen van wapensystemen? Je kan je geld maar één keer uitgeven, je kan simpelweg niet alles kopen, zeker niet als klein land’, benadrukte ook Siemon Wezeman van het gerenommeerde Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI) in een interview met Pax Christi Vlaanderen.

België pretendeert wel in te zetten op de invulling van Europese capaciteitstekorten, maar blijft een leger nastreven dat op zijn eentje ten oorlog kan trekken. De inleiding van het derde hoofdstuk legt (onbewust?) de vinger op de wonde van de Strategische Visie’. We citeren: “Sinds de rebalancing van de Verenigde Staten naar Azië benadrukken de EU en de NAVO ook de noodzaak tot meer Europese militaire capacitaire samenwerking (pooling and sharing), zodat de Europese landen in staat zijn om efficiënter het volledige spectrum aan militaire capaciteiten in te vullen (…) De Europese capacitaire samenwerking is vandaag echter nog steeds suboptimaal door een sterke nationale focus van ieder land op zijn eigen defensiebeleid en defensieplanning.”

In plaats van een poging te doen om deze kwalijke trend te keren, blijft de strategische visie in exact hetzelfde bedje ziek. De enige ‘keuze’ die Defensie maakt, is niet ingaan op de NAVO-vraag voor de aankoop van gemechaniseerde landstrijdkrachten op rupsen.

Kigali Principes genegeerd

Het totaal gebrek aan aandacht voor VN-vredesoperaties is bovendien in strijd met eerder aangegane engagementen. België ondertekende in mei 2016 de ‘Kigali Principes’ voor de bescherming van burgers in VN-vredesoperaties. ‘We verbinden ons hierbij om een proces te steunen dat de huidige kritieke tekorten aan bepaalde middelen in verschillende missies aanpakt (…) We verbinden ons hierbij om de mechanismen voor snelle ontplooiing te versterken (…) door de mogelijkheid te onderzoeken van een systeem waarbij vooraf aangewezen eenheden, van landen die troepen en politie bijdragen, in staat van paraatheid worden gebracht om een snelle troepenontplooiing te verzekeren’, klonk het toen. Een belofte die dode letter blijkt te zijn.

België was in september 2016 wel aanwezig op een internationale top over VN-vredeshandhaving in Londen. De slotverklaring van deze top stelde expliciet dat VN-vredeshandhaving een nationaal veiligheidsbelang is van alle VN-lidstaten, en bevatte allerlei beloftes over betere planning, hogere bijdragen en betere prestaties. De slotverklaring had hierbij een bijzondere aandacht op het invullen van capaciteitstekorten op VN-niveau. België ondertekende deze slotverklaring, hoewel in de strategische visie nauwelijks met een woord wordt gerept over een actievere deelname aan VN-vredesoperaties.

NAVO houdt de pen vast

De gebrekkige aandacht voor VN-vredesoperaties hoeft niet te verbazen. Het hele document ademt een kritiekloos geloof in de superioriteit van de NAVO als belangrijkste partner van Defensie. Het is meer een NAVO-boodschappenlijst dan een grondige poging om strategisch na te denken op lange termijn. De hele strategische ‘visie’ lijkt zo uit de koker van het NAVO-hoofdkwartier in Evere te zijn gekomen. Ter illustratie: het woord ‘NAVO’ komt 191 keer voor in de tekst, tegenover welgeteld 18 vermeldingen van de Verenigde Naties.

Het document verwijst ook voortdurend naar de '2-procent norm' van de NAVO (die stelt dat NAVO-lidstaten tegen 2024 twee procent van hun bbp achten uit te geven aan Defensie). Waarop die norm juist berust en hoe hij tot stand is gekomen, kom je nergens te weten. Er is bovendien sprake van een valse voorstelling van de feiten, waarbij de regering het doet uitschijnen dat de 'zwakke' Europese Defensie op het punt staat te bezwijken tegen de Russische beer. De boodschap is duidelijk: als NAVO-landen niet dringend meer besteden aan militaire uitgaven, is het een kwestie van tijd voordat de Russische dreiging zich materialiseert.  

Een blik op de cijfers toont echter een ander plaatje. NAVO-landen gaven in 2015 13 keer zoveel uit als Rusland. Zelfs als we niet-Europese NAVO-lidstaten als de Verenigde Staten, Canada en Turkije buiten beschouwing laten, geven Europese NAVO-landen nog altijd 3,5 keer zoveel uit aan militaire uitgaven dan Rusland[7]. Het blijft dan ook een goed bewaard geheim op welke realiteit de beruchte 2-procent norm van de NAVO berust.

In plaats van dergelijke onrealistische doelen na te streven, zou de NAVO in de eerste plaats moeten bekijken hoe de huidige enorme militaire uitgaven efficiënter besteed kunnen worden. Efficiëntie, niet een tekort aan middelen is het centrale probleem van de NAVO. "Laat ik het zo stellen: als dat niet zo is, vraag je je toch af waar al dat geld aan besteed is. De NAVO, zonder de VS, geeft meer dan 3,5 keer zoveel uit aan defensie als Rusland, en dat al sinds het einde van de Koude Oorlog. Dus de laatste 25 jaar heeft de NAVO elk jaar behoorlijk wat meer uitgegeven dan Rusland. Als het resultaat daarvan zou zijn dat NAVO-landen nog steeds veel zwakker zijn, dan is er toch echt wel iets grondig fout gegaan", antwoordt Wezeman op de vraag of NAVO-landen al dan niet een conventionele militaire superioriteit hebben tegenover Rusland.

Blijvende nucleaire afschrikking

Het blinde geloof in de NAVO uit zich ook in een blijvend Belgisch geloof in nucleaire afschrikking. “Het enorm Russisch nucleair arsenaal maakt dat ook Europese NAVO-landen blijvend een belangrijke rol weggelegd zien voor de alliantie inzake nucleaire afschrikking’, stelt de ‘visie’[8].

Dat terwijl België de afgelopen maanden binnen een VN-werkgroep rond nucleaire ontwapening keer op keer herhaalde te zullen pleiten voor een verminderde rol van kernwapens in de NAVO-veiligheidsdoctrine. Belgische diplomaten benadrukten tijdens die werkgroep[9] steevast het belang van transparantie en vertrouwenwekkende maatregelen als essentiële stappen naar verdere nucleaire ontwapening. De strategische ‘visie’ toont zich echter allesbehalve van haar meest transparante kant: ze bevestigt noch ontkent de aanwezigheid van Amerikaanse kernwapens in Kleine-Brogel. De Belgische regering blijft ondertussen koppig weigeren de verwijdering van de kernwapens uit Kleine-Brogel bilateraal te bespreken met de Verenigde Staten, terwijl dat juist een positieve impact zou kunnen hebben op de bredere Amerikaans-Russische ontwapeningsgesprekken.

Het kernwapendossier kan ook niet los gezien worden van de aankoop van nieuwe gevechtsvliegtuigen. Indien Defensie kiest om het Amerikaanse F35-toestel te kopen, impliceert dit een keuze voor een blijvende aanwezigheid van Amerikaanse kernwapens in Kleine-Brogel. Zonder Belgische gevechtsvliegtuigen is de aanwezigheid van die kernwapens echter volledig overbodig (veronderstellende dat deze kernwapens ooit al enig nut zouden hebben gehad): Belgische piloten worden immers verondersteld om deze kernwapens  af te werpen, als beslist wordt om ze te gebruiken.

De nakende modernisering van de Amerikaanse kernwapens in Kleine-Brogel (en bijhorend transport naar de Verenigde Staten) en de beslissing over een dual use capaciteit van nieuwe gevechtsvliegtuigen[10] bieden tegelijk een unieke opportuniteit om kernwapens te verwijderen van Belgisch grondgebied. Eens verlost van deze massavernietigingswapens op zijn grondgebied, zou België een voortrekkersrol kunnen spelen in de internationale onderhandelingen over een kernwapenverbod. Hoeft het echter te verbazen dat de strategische ‘visie’ ook hierover met geen woord rept?

Beschermingsmacht voor burgers

Een klein land kan en moet niet alles hebben: een strategische visie vereist strategische keuzes. De strategische ‘visie’ schetst een donker beeld van een onzekere toekomst waarin we langs alle kanten omsingeld worden door vijanden en dus maar beter elke capaciteit verhogen. Gewoon alles kopen: had Defensie echt twee jaar nodig om tot zo’n ‘visie’ te komen?

Vasthouden aan een breed inzetbaar leger is financieel niet haalbaar en bovenal weinig effectief. Pax Christi Vlaanderen opteert voor een Belgisch leger dat effectief inzet op een aantal Europese capaciteitstekorten, onbetaalbare en overbodige capaciteiten afstoot, en via VN-vredesoperaties optreedt als effectieve beschermingsmacht voor burgers in conflictgebieden[11]. Dat kost een pak minder geld, en draagt veel meer bij aan vrede en stabiliteit. Nieuwe bommenwerpers kannibaliseren echter de middelen die nodig zijn om het Belgisch leger te transformeren tot zo’n burgerbeschermingsmacht.

foto: UN Photo/Marco Dormino


[1] Voor meer achtergrond over de aankoop van nieuwe gevechtsvliegtuigen, zie ‘De truc van 15 miljard: nieuwe gevechtsvliegtuigen zijn budgettaire hocus pocus’: http://www.paxchristi.be/sites/default/files/De%20truc%20van%2015%20miljard.pdf.

[2] Het volledige document is terug te vinden op http://www.vandeput.fgov.be/sites/default/files/articles/20160629-strategische%20visie-Defensie.pdf.

[3] ‘Legerkolonel: nieuwe gevechtsvliegtuigen kosten minstens 15 miljard euro’, 3 maart 2016, http://www.paxchristi.be/nieuws/legerkolonel-%E2%80%98nieuwe-gevechtsvliegtuigen-kosten-15-miljard-euro%E2%80%99.

[4] Zie een overzichtstabel van Siemon Wezeman van Stockholm International Peace Research Institute (SIPRI): http://www.paxchristi.be/sites/default/files/overzichtstabel_gevechtsvliegtuigen_2016.pdf. Zie ook een interview van Pax Christi met Wezeman: http://www.paxchristi.be/nieuws/denk-grondig-na-voor-je-nieuwe-gevechtsvliegtuigen-koopt.

[5] United Nations Department of Peacekeeping Operations (2015): ‘UN Peacekeeping Uniformed Capability Requirements Paper’, https://cc.unlb.org/Uniformed%20Capability%20Requirement%20Paper/UN%20PK%20Capability%20Requirements%20Paper%20-%20Rev%2024%20Aug%202015.pdf.

[6] Zie bijvoorbeeld European Defence Agency (2015): ‘Future Capabilities. Emerging Trends and Key Priorities’, http://www.eda.europa.eu/docs/default-source/eda-publications/futurecapabilities_cdp_brochure.

[7] Perlo-Freeman, S., Fleurant, A. , Wezeman, P. en Wezeman, S. (2016): ‘SIPRI fact sheet: Trends in World Military Expenditure 2015’, http://books.sipri.org/files/FS/SIPRIFS1604.pdf.

[8] Zie in dit verband de slotverklaring van de NAVO-top in Warschau (8-9 juli 2016):. http://www.nato.int/cps/en/natohq/official_texts_133169.htm.

[9] Deze werkgroep nam in augustus 2016 een rapport aan waarin wordt opgeroepen in 2017 onderhandelingen op te starten over een nieuw internationaal verbodsverdrag op kernwapens. België stemde tegen. Voor meer achtergrond hierover, zie ‘Briefing paper: een internationaal verbodsverdrag als volgende stap naar een kernwapenvrije wereld’, http://paxchristi.be/nieuws/briefing-paper-een-internationaal-verbodsverdrag-als-volgende-stap-naar-een-kernwapenvrije-0.

[10] Waardoor deze zowel conventionele als nucleaire wapens kunnen dragen.

[11] Zie ook Koerierdossier 2015/6: ‘Een Nieuw Vredesklimaat. Een visie op internationale vrede en veiligheid’, http://www.paxchristi.be/sites/default/files/6_visie-op-internationale-v...