Actueel

Syriëconferentie in Londen: steun voor Syrië en de regio

Londen, 3 februari 2016. De wereldleiders die deze week in Londen samenzitten over de toestand in Syrië moeten zich engageren tot een ambitieus transformatieplan voor de Syrische vluchtelingen en de landen in de regio die hen opvangen. Daarvoor zijn miljarden dollar nodig. Dat stelt een wereldwijde coalitie van ngo’s en mensenrechtenorganisaties vandaag in een gezamenlijke verklaring.

De coalitie vertegenwoordigt organisaties zoals Oxfam, Amnesty International en het Malala Fonds. Pax Christi Vlaanderen en Pax Christi International maken ook deel uit van de negentig coalitiepartners.

Op 4 februari 2016 heeft in Londen ‘Supporting Syria and the Region‘ plaats, een topontmoeting met het oog op het werven van beduidend hogere fondsen. Die moeten zowel op korte als op lange termijn de nood te lenigen van Syrische vluchtelingen en van de landen die hen opvangen. De Verenigde Naties, het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Noorwegen en Koeweit treden op als gastheer van deze topconferentie.

Begin maart 2016 gaat het conflict in Syrië zijn zesde jaargang in. Ondertussen blijven de betrokken partijen in het conflict zich schuldig maken aan oorlogsmisdaden, zoals bezetting en aanvallen tegen burgers. 13,5 miljoen mensen in Syrië zijn aangewezen op noodhulp. Sinds het begin van de oorlog in 2011 moesten gemiddeld elk uur van elke dag vijftig families hun huis ontvluchten.

Alleen meer geld volstaat al lang niet meer, stelt de coalitie, hoe dringend dat geld ook nodig is. Londen moet ook drastisch de omvang en ambitie van de internationale respons op deze crisis opkrikken. Regeringen moeten alles in het werk stellen opdat Syriërs op de vlucht de kansen krijgen om een waardig bestaan op te bouwen, aan het werk te gaan en hun kinderen naar school kunnen sturen. Er moeten dringend nieuwe partnerschappen gesloten worden tussen regeringen, financiële instellingen, privéondernemingen en het middenveld. Er moet een basis gelegd worden voor herstel en groei. En uiteraard moeten de oorzaken van het conflict in Syrië aangepakt worden: er moet een einde komen aan willekeurige aanvallen, bezetting en het blokkeren van noodhulp.

De VN heeft 7,73 miljard dollar nodig om de Syrische crisis aan te pakken, de regionale overheden hebben daarvoor nationaal nog eens 1,2 miljoen dollar nodig. Vorig jaar kon de VN slechts zestig percent van dat budget gefinancierd krijgen. Het verhogen van de hulp ontslaat de landen buiten de regio overigens niet van de verantwoordelijkheid om de bescherming van burgers en het beëindigen van het conflict in Syrië als prioriteit te stellen. Bovendien moeten zij Syrische vluchtelingen de veiligheid bieden om zich elders te vestigen en een rechtvaardige behandeling garanderen als zij in Europa asiel aanvragen.

De coalitie stelt dat een overeenkomst in Londen voor de wereldleiders volgende verbintenissen moet inhouden:

  • beduidend hogere meerjarenfondsen uittrekken om zowel op korte als op lange termijn de nood te lenigen van vluchtelingen en de landen die hen opvangen;
  • oproepen tot een betere bescherming van burgers in en buiten Syrië, inclusief het stopzetten van aanvallen op hun huizen, scholen en medische voorzieningen, de belegering van infrastructuur en het belemmeren van hulpverlening;
  • de landen die vluchtelingen opvangen toelaten om barrières op werkgelegenheid, toegang tot medische en andere basisdiensten op te heffen;
  • ervoor zorgen dat alle Syrische vluchtelingenkinderen en kinderen in de gemeenschappen die hen opvangen het volgende schooljaar kwaliteitsvol en veilig onderwijs kunnen genieten;
  • internationale financiële instellingen en bedrijfsleiders de mogelijkheid bieden om te investeren in het economisch herstel en de groei van de regio;
  • mechanismen voor coördinatie en verantwoording opzetten, zodat het plan efficiënt kan worden uitgevoerd;
  • de rechten en noden van vluchtelingen, Syriërs getroffen door het conflict en arme gastgemeenschappen ter harte nemen.

Lees de volledige verklaring (in het Engels) op deze pagina

foto: EC/ECHO