Actueel

|
8 juni 2016

Het vrije woord heeft vele vijanden, onder wie zij die het relativeren. Het beschamende 'ja, maar'...

Willy Laes

Recensie: Een jaar na Charlie Hebdo

In zijn pamflet 'Een jaar na Charlie Hebdo'verdedigt mensenrechtenactivist en atheïst Willy Laes de stelling dat vrije meningsuiting onbegrensd is en niet onderworpen kan worden aan religieuze wetten. De gruweldaden van de ‘theoterroristen’ verantwoordelijk voor de aanslagen op het satirisch tijdschrift Charlie Hebdo en op Joodse burgers wortelen wel degelijk in religie, zegt Laes. Hij trekt van leer tegen de ‘intolerante gelovigen’ en hun ‘nuttige idioten’ (die van daders slachtoffers maken, en omgekeerd), die de vrijheid van meningsuiting ondergraven. Twee visies.

>Wie de tragische gebeurtenissen van 7 januari 2015 in de redactielokalen van Charlie Hebdo onbevangen tracht te doorgronden, moet verder dan dit pamflet: een giftig bricoleren dat een leegte laat. Knap naar opbouw, te eng naar inhoud. ‘Dit boek maakt duidelijk dat waar men regeert in naam van God, de mens ten onder gaat’ (titelt Dirk Verhofstadt op de cover). Blijkbaar zijn gelovigen gedoemd om theoterroristen te worden en matigen zij zich het voor hen heilige recht toe te elimineren wat de overheid  ten onrechte doogt. Dat geldt uiteraard voor theocratische regimes, maar gaat niet op voor het gros van de gelovigen.

Dat godsgelovigen zich vaak te defensief gedragen in het publiek debat duwt hen in het verdomhoekje. De terreur van islamitische fundamentalisten grijpt evenwel terug naar de barbarij van de inquisitiepraktijken, de oorlogsmisdaden en het iconoclasme in de Nederlanden van midden 16e eeuw. Het is universeel opduikend en crimineel wangedrag.

Beschaving blijft fragiel en is vaak met geweld besmeurd. In deze context zijn korancitaten, bijbelfragmenten of passages uit Saoedische schoolboeken diskwalificerend voor de reeds gerealiseerde humaniteit. Het versterken van het wij-zij verhaal blijft die nefaste radicalisering in de hand werken. De blinde vijandigheid vraagt om een waarom. Het wordt gevaarlijk als een essay een vijanddenken eenzijdig steunt en een open samenleving tegenspreekt. Is dat niet een geraffineerd ontkennen van een dialoogrealiteit waarin we telkens weer twee polen onderkennen: de wel-denkenden en de inferieuren? Dit lokt terreur uit en mensonwaardige praktijken, niet te onderschatten in hun netwerking. De nood aan continu overleg blijft daarom groot en de rol die cynische satire op dat vlak speelt is weinig constructief. De grenzen van de kritiek liggen niet vast, evenmin die van het respect.

Zolang mensen zich als vreemdeling en een soort tweederangsburgers profileren en behandeld weten, kan hun religie moeilijk deel uitmaken van het weefsel van een gedegen samenleving. Al wat godsdienst verdringt naar de binnenkamer en de rand van de samenleving  parkeert een godsgemis en dat werkt verlammend en nefast.
(Marc Van Eenoo)
_____________________________________

>Willy Laes brengt in zijn ‘pamflet’ een scherpe analyse van de tragische en criminele aanslagen tegen het satirisch blad Charlie Hebdo. De auteur verruimt daarna zijn blik en bespreekt op even indringende wijze de aanslagen tegen Joodse doelwitten, zoals het Parijse warenhuis ‘Hyper Cacher’ en het Joods Museum in Brussel. Hoofdstuk 4 gaat naar de kern van wat de auteur wil zeggen: het gewelddadig islamisme is voortgekomen uit de islam, spijts de vredelievende zijde die in de islam ook aanwezig is. Verderop bespreekt Laes wat blasfemie zou kunnen betekenen voor wie gelovig is, want ongelovigen kennen uiteraard geen blasfemie. Tolerante gelovigen aanvaarden inderdaad wel karikaturen, omdat die ook voor hen een maatstaf zijn voor vrijheid en vrije meningsuiting. Voor lezers die hun religie op een vreedzame manier beleven, komt het covercitaat van Dirk Verhofstadt hard aan. Het is moeilijk te begrijpen waarom een tolerante atheïst als Willy Laes hiervoor geopteerd heeft.

Laes concludeert dat het noodzakelijk is te blijven strijden voor vrije meningsuiting zoals beschreven in artikel 19 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Hij voegt er terecht aan toe dat artikel 19 niet los staat van artikel 3: “Iedereen heeft recht op leven” en artikel 12: “Niemand zal onderworpen worden (…) aan enige aantasting van zijn eer of goede naam”. Bij betwisting beslist niet het geweer of het zwaard van fanatici maar de rechter. Als christen voeg ik er zelf aan toe: “Een mens die haat predikt en oproept om te doden in naam van God, kan beter die religie vaarwel zeggen.” Ik ontdek steeds beter dat “de geweldloosheid de waarheid is omtrent de menselijkheid van de mens”, zoals Mahatma Gandhi ons voorhield. Voor mij is ‘God pure liefde in geweldloosheid’. Samen met niet-gelovigen wil ik mij met heel mijn leven blijven inzetten voor de unieke waarde van elke mens. Ik verkies daarom ook zelf gedood te worden dan iemand anders te doden.

Na lezing van dit boek tot het einde bekijk ik opnieuw de cover, maar de betekenis van het citaat van Verhofstadt dat er als een manifest op prijkt, begrijp ik nog steeds niet.
(Jo Hanssens)

Deze recensie verscheen in Koerier 3/2016, mei 2016.


Willy LAES,
Een jaar na Charlie Hebdo. Een pamflet,
Houtekiet, 2015, 120 blz.