Wie kan namens Europa spreken met Poetin en wat moet er besproken worden?
Welke Europeaan moet met Poetin spreken? - opiniestuk van Tom Sauer in: De Tijd, 3 juli 2026
De oorlog in Oekraïne duurt nu al langer dan de Eerste Wereldoorlog. Meer dan 2 miljoen militairen verloren hun ledematen of hun leven. De Europese economie, en zeker de Duitse, doet het sinds 2022 veel minder goed, onder meer door de hoge energieprijzen. Sinds enkele weken doet Oekraïne meer dan standhouden. Het kan meer dan voordien speldenprikken tot in Moskou uitdelen. De oorlog komt daardoor in een nieuwe fase, die Rusland hopelijk doet inzien dat verder vechten weinig zin heeft. De kans is even groot of groter dat de Russische president Vladimir Poetin dit moment aangrijpt om met ballistische raketten te escaleren, net zoals Volodymyr Zelensky blijkbaar van plan is om er de komende veertig dagen nog harder tegenaan te gaan. Mocht Oekraïne te ver gaan, bestaat nog altijd de kans dat Poetin een tactisch kernwapen bovenhaalt. Dat Kiev niet meer wakker ligt van dat scenario, vergroot die kans alleen maar. Maar laat ons hopen dat de impasse op het terrein - vergelijkbaar met de situatie in november 2022 - het debat in beide hoofdsteden reactiveert en dat in beide landen meer stemmen opgaan om de oorlog te beëindigen. De Europese economie, die in de tang zit door de Chinese export en de Amerikaanse importtarieven, kan een economische normalisering met Rusland goed gebruiken. Om een einde te maken aan de oorlog moet aan tafel worden gezeten om afspraken te maken over een staakt-het-vuren en wellicht ook meteen over de bredere contouren van een vredesakkoord. Voor de punten die van belang zijn voor Europa, is het niet meer dan normaal dat Europa mee aan tafel aanschuift. Het gaat onder meer over de financiering van de heropbouw van Oekraïne (inclusief het aandeel van de Russische tegoeden bij Euroclear), de afschaffing van de economische sancties tegenover Rusland, de Europese bijdrage aan veiligheidsgaranties voor Oekraïne en idealiter ook Rusland, en bovenal de herinrichting van de Europese veiligheidsarchitectuur.
Uitgestoken voelsprieten
Dat sommige Europese leiders, onder wie premier Bart De Wever (N-VA), nu eindelijk hardop pleiten om met Rusland te praten, is bewonderenswaardig. Dat heeft veel te lang geduurd. Maar beter laat dan nooit. Dan was de vraag wie met Poetin moest gaan spreken. Verschillende namen circuleerden, waaronder die van de Finse president Alexander Stubb, de Hoge Vertegenwoordiger van de EU voor Buitenlands Beleid Kaja Kallas, oud-Commissievoorzitter Romano Prodi en het duo Emmanuel Macron en Friedrich Merz. Uiteindelijk hebben Europees Raadsvoorzitter António Costa en zijn team de voelsprieten uitgestoken in Moskou, waarna ze bedolven werden onder kritiek, onder meer van het duo Macron-Merz. De communicatie tussen de grote lidstaten en de Europese instellingen is blijkbaar nog niet wat ze moet zijn. Voor we een persoon of instantie kiezen om de gesprekken in naam van de EU te voeren, moet die natuurlijk eerst weten wat hij al dan niet mag zeggen. Het mandaat en de inhoudelijke punten moeten dus eerst worden afgeklopt in de EU. Op dat vlak staat Brussel nog nergens. Over misschien wel de belangrijkste vraag - moet Rusland bij die herinrichting van de Europese veiligheidsorde na de oorlog worden betrokken en welke plaats krijgt het daarin? - bestaat grote onenigheid. Het scenario dat vooral de ronde doet, is een bevriezing van het conflict, waarbij een nieuw IJzeren Gordijn van de Noordpool tot de Kaukasus wordt neergelaten. Een Koude Oorlog 2.0 met twee blokken die met getrokken messen tegenover elkaar komen te staan met veiligheidsgaranties als pleister op een houten been. Een vernieuwde wapenwedloop, zowel conventioneel als nucleair, hoort daar ook bij. Dat alles is het ideale recept voor een nieuwe, mogelijk nog grotere oorlog in de nabije toekomst. Revanchistische gedachten in Oekraïne en Rusland te over. Het volstaat dat één groep de grens oversteekt en het spel zit weer op de wagen.
Interne vijand
Veel beter proberen we een inclusievere veiligheidsorde te bewerkstelligen, waarbij niet alleen Oekraïne, maar ook Rusland een evenwaardige plaats krijgt in een Europese collectieve veiligheidsorganisatie. Dat kan een omgevormde NAVO - met de klemtoon op collectieve veiligheid in plaats van collectieve defensie - of een geüpgradede Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) zijn. Idealiter met een collectief defensiemechanisme, zij het niet tegen een externe, maar een interne vijand. Daardoor zouden alle leden van die collectieve veiligheidsorganisatie moeten reageren als ofwel Oekraïne ofwel Rusland opnieuw de wapens opneemt. Dat zouden de beste veiligheidsgaranties zijn die Kiev en Moskou zich kunnen inbeelden. Andere voordelen van zo’n organisatie zijn veelvuldig. Er zijn meer mogelijkheden om te voorkomen dat niet-gewelddadige conflicten gewelddadig worden door vooraf gemaakte afspraken. Permanente consultatiemechanismen verkleinen de kans op misrekeningen, miscommunicatie en mispercepties, en dus conflicten. Door dagdagelijkse samenwerking groeit het vertrouwen. Veel waarnemers, zeker in Oost- en Centraal-Europa, zullen dat scenario als onrealistisch wegzetten. Het is aan de voorstanders om duidelijk te maken dat er historische voorbeelden zijn waarbij het wel degelijk heeft gewerkt: de post-napoleontische veiligheidsorde in Europa, en de Frans-Duitse relatie na de Tweede Wereldoorlog. Pas als de EU over deze toekomstplannen op één lijn zit - wat allesbehalve eenvoudig zal zijn - kan ze een constructieve bijdrage leveren aan de onderhandelingen. Wie de positie van de EU dan verdedigt, is uiteindelijk niet zo belangrijk. Maar als je het dan toch vraagt: het legitiemst lijkt me inderdaad Costa.
De auteur
Tom Sauer is professor internationale politiek aan de Universiteit Antwerpen en op dit moment visiting fellow aan de Meiji Gakuin University in Tokio. Daarnaast is hij Ambassadeur van de Vrede, benoemd door Pax Christi.