Wat de NAVO-top vergeet over veiligheid
Opiniestuk naar aanleiding van de NAVO-top in Ankara, Turkije, op 7 en 8 juli 2026.
Wanneer de NAVO-leiders deze week samenkomen in Ankara, zal de aandacht vooral uitgaan naar de oorlog in Oekraïne, de relatie met Rusland en de versterking van de Europese defensie. Minder aandacht is er voor een fundamentelere evolutie: de hernieuwde centrale plaats van kernwapens in het veiligheidsdenken van het bondgenootschap. Nochtans verdient net die evolutie een ernstig debat.
De cijfers zijn opvallend. De Verenigde Staten, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk geven samen bijna tien keer meer uit aan hun kernwapenarsenalen dan Rusland. Toch lijken Europese regeringen zich vandaag minder veilig te voelen dan ooit. Wanneer steeds grotere investeringen in nucleaire afschrikking niet leiden tot een groter veiligheidsgevoel, is het misschien tijd om de onderliggende logica opnieuw te bekijken.
Een veiligheidsmodel dat zichzelf voedt
De voorbije jaren zijn de nucleaire spanningen tussen Rusland en de NAVO verder opgelopen. Russische nucleaire dreigementen zijn terecht ernstig genomen. Maar de voornaamste reactie van de NAVO bestaat uit verdere modernisering van kernwapens, nieuwe nucleaire samenwerkingsverbanden en een groeiende bereidheid om kernwapens opnieuw zichtbaarder aanwezig te maken in Europa.
De recente beslissing van Finland om de mogelijkheid te openen om kernwapens op zijn grondgebied te stationeren, vlak bij de Russische grens, past in diezelfde logica. Het probleem is dat deze logica zichzelf versterkt.
Elke nieuwe stap van de ene partij wordt door de andere ervaren als een bijkomende bedreiging. Zo groeit het wederzijdse wantrouwen en neemt de druk toe om nog verder te investeren in nucleaire afschrikking. De veiligheid van de ene wordt de onveiligheid van de andere.
Dat is precies wat veiligheidsexperts al decennia het veiligheidsdilemma noemen. En precies daarom zijn kernwapens geen garantie op veiligheid, maar een permanente bron van nucleair risico. Zoals de Spaanse premier Pedro Sánchez onlangs zei op de veiligheidsconferentie in Munchen: "Een systeem dat nul fouten verdraagt en voortdurend moet worden gecorrigeerd om totale vernietiging te voorkomen, is geen garantie. Het is een gok."
Europa ondergraaft zijn eigen engagementen
Daar komt nog een fundamentele tegenstrijdigheid bij. Alle NAVO-lidstaten zijn partij bij het Non-proliferatieverdrag (NPV). Daarmee hebben zij zich ertoe verbonden niet alleen de verspreiding van kernwapens tegen te gaan, maar ook daadwerkelijk werk te maken van nucleaire ontwapening. Vandaag zien we echter het omgekeerde gebeuren.
De kernwapenstaten binnen de NAVO investeren miljarden in de modernisering van hun arsenalen. Tegelijk onderzoeken verschillende Europese landen nieuwe vormen van nucleaire samenwerking of tonen zij zich bereid om Amerikaanse of andere kernwapens op hun grondgebied te ontvangen.
Ook België ontsnapt niet aan die paradox. Ons land is officieel een niet-kernwapenstaat, maar huisvest al decennialang Amerikaanse kernwapens in Kleine Brogel. Tegelijk weigert België toe te treden tot het VN-Verdrag inzake het Verbod op Kernwapens, hoewel een ruime meerderheid van de Belgische bevolking daar voorstander van is. Dat ondermijnt niet alleen de geloofwaardigheid van het internationale ontwapeningsbeleid, maar ook de internationale rechtsorde die Europa zegt te willen verdedigen.
Veiligheid is meer dan (nucleaire) afschrikking
Vanuit Pax Christi Vlaanderen erkennen we dat veiligheid vandaag geen theoretisch debat is. De Russische agressie tegen Oekraïne heeft aangetoond dat militaire dreiging reëel is. Defensie blijft daarom een legitieme overheidstaak. Maar veiligheid reduceren tot militaire afschrikking is een gevaarlijke vergissing.
In ons Manifest voor Vrede pleiten we daarom voor een andere veiligheidsvisie: collectieve veiligheid. Niet veiligheid die gebouwd wordt op permanente nucleaire dreiging, maar veiligheid die vertrekt vanuit samenwerking, internationale rechtsorde en wederzijds vertrouwen. Daarbij zijn Diplomatie, Development, Democratie en Defensie geen concurrerende beleidskeuzes, maar vier noodzakelijke pijlers van één geïntegreerd veiligheidsbeleid. Dat is geen naïef idealisme.
Europa heeft zelf ervaren dat duurzame veiligheid niet ontstaat door steeds nieuwe militaire evenwichten, maar door instellingen die samenwerking mogelijk maken. De Europese Unie, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) en de Verenigde Naties zijn daar voorbeelden van. Net daarom pleit Pax Christi ervoor om opnieuw sterker te investeren in diplomatie, conflictpreventie, multilaterale samenwerking en ontwapening.
Het echte debat
De NAVO omschrijft zichzelf als een nucleaire alliantie. Maar uiteindelijk is geen enkel bondgenootschap veroordeeld om voor altijd op kernwapens te blijven steunen. Veiligheidsstrategieën zijn politieke keuzes.
Daarom zou de NAVO-top niet alleen moeten discussiëren over militaire paraatheid, maar ook over nucleaire risicobeperking, nieuwe ontwapeningsinitiatieven en diplomatieke kanalen om escalatie tussen Rusland en de NAVO te voorkomen.Want de vraag is uiteindelijk eenvoudig. Als kernwapens ons ondanks ongeziene investeringen niet veiliger doen voelen, waarom blijven we dan geloven dat méér kernwapens ons wél veiliger zullen maken?
Zoals we in ons Manifest voor Vrede schrijven: "Oorlog is er niet omdat er conflict is, maar omdat er niet elke dag aan vrede wordt gewerkt." Die opdracht geldt vandaag meer dan ooit.
Orry Van de Wauwer
Directeur Pax Christi Vlaanderen